|
Ons adres:
Posthoornkerk
Haarlemmerstraat 124 A
1013 EX Amsterdam
Postbus 14551
1001 LB Amsterdam
Telefoon: 020 305 94 44
Fax: 020 305 94 22
Mail BBK
|
Het blijft tobben met Robben. Dat soort zinnetjes tierde welig de afgelopen week na de gemiste penalty van Robben en het uiteindelijke verlies van Bayern München tegen Chelsea in de finale van de Champions League. Weer Robben. Die Robben die in de WK-finale 2 jaar geleden die intikker niet langs Casillas kreeg.
Pest, pleuris en paniek braken uit. Eerst in München, en toen in Holland. Pagina's werden volgekalkt over het wonderkind met gebreken en hoe het met de geest van de grillige linkspoot gesteld zou zijn. Niet dat Robben ons zelf veel kon schelen. Maar het EK stond voor de deur. En dan is een fitte en scherpe Robben de bekende slok die scheelt op de bekende borrel.
De R van Robben. En misschien wel zijn R van revanche voor zijn gemiste kans in de WK-finale. Maar R is ook van Rutte. Van Roemer. En tussen deze twee R's zou de keuze zijn bij de volgend verkiezingen, zo was de spin vandaag in de media. Kortom, de R is in de maand en in de lucht.
Als de keuze echt is tussen Rutte en Roemer, dan kijk ik daar niet naar uit. Niet omdat beiden niet van 'mijn' partij zijn, maar omdat R&R een strijd lijkt waarbij Nederland niet veel te winnen heeft. Rutte roept alleen maar markt, en Roemer roept alleen maar dat dit geen goed idee is en gelooft nog in de machtige overheid.
Bij beiden heb ik niet het gevoel dat ze niet zullen struikelen over hun eigen schaduw en dat zij het landsbelang in Europees kader boven hun eigen stoep en partijbelang zullen stellen. Dat is overigens niet exclusief hun zwakte. De kloof tussen de problemen en zorgen van nu en de politieke 'antwoorden', doet mij het ergste vrezen voor de komende jaren. Hadden Haagse politici maar een schaduw waar ze overheen konden springen.
Was er dan niks leuks? Zeker wel. Manolev, de door Johan Derksen c.s. kapotgelulde rechtsback van PSV, won vandaag met zijn Bulgarije in de ArenA van 'ons' Oranje en vooral van Derksen en René van der Gijp. Lange neus. En het Stedelijk Museum was open terwijl het nog niet open is, en voor even was het museum zijn eigen expositie. Het gezin vond het wel mooi. Het Stedelijk Museum gaat weer open als de R in de maand is, op 23 september.
Hij was niet handig van hem, hij had het niet moeten zeggen, maar Job Cohen had natuurlijk best gelijk toen hij zei dat de PvdA eigenlijk een 'SP Light' was. Een klacht bij de Reclame Code Commissie tegen deze claim zou vast verworpen zijn.
Maar met gelijk hebben en onhandigheid kom je niet ver. Vier dagen na zijn uitspraak was het Exit voor Cohen. Des te frappanter dat zijn opvolger Diederik Samsom nu naar buiten komt met een handreiking naar de SP. In Elsevier laat Samsom optekenen dat hij best met de SP in een kabinet wil, als hij dan maar de premier mag worden.
Zo. Pats boem. Zo kennen we elkaar weer. De PvdA is klaar om te regeren. Diederik Samsom is klaar om het land te leiden. En de SP mag aanschuiven. De strategie is dus helder: de PvdA wil de SP leeghalen om zelf te groeien. Maar ja, waarom zou je Light nemen als je Roemer Extra Sterk kunt kiezen?
Nu de SP veel te groot is voor de PvdA, zien de sociaal-democraten de SP eindelijk staan. Zo gaat dat in de politiek. Te doorzichtig voor woorden, maar je moet wat als je niet sterk en misschien niet al te slim bent.
Misschien ben ik ook niet zo slim, maar ik ben toch maar eens gaan rekenen. En ik doe een gooi: SP 30 en PvdA 25 zetels, waarom niet. Dat zijn er dus 55. En dan? Dan is Samsom dus geen premier, want dat is aan de grootste partij.
Maar veel belangrijker: wie zou dit bonte duo aan nog 20 tot 30 zetels moeten gaan helpen? D66 en GroenLinks? Samsom maakt met zijn flirt richting SP helder dat die nep-linksen voor hem niet erg tellen. Dat zou hem nog wel eens lelijk op kunnen breken en dus zijn geloofwaardigheid uithollen. Als je premier wilt worden, dan moet je wel leveren. Via de weg van het omarmen en doodknuffelen van de SP lijkt me niet de marsroute. Samen werkt beter. Maar niet altijd.
Ik kan er nu wel wat lullig en lacherig over doen, en het allemaal ontkennen, maar The Bee Gees was een fantastische hitmachine, en dan heb ik het nog niet eens over de periode van en na 'Saturday Night Fever.' De Britse Aussies hadden daarvoor al een gigantische stapel hits gescoord.
En ik kan het nu best toegeven: veel van die oude(re) hits van The Bee Gees vond ik geweldig en gloedvol, en de cd met hun hits was de afgelopen jaren eigenlijk opvallend vaak 'on' in de auto. Music to make miles by, en een mooie rit door een mooi muziekverleden.
Het was een mooi verhaal van drie broers Gibb die van het eiland Man naar Australië gingen, terugkeerden naar Engeland en daar grote sterren werden. Met hits als 'Spicks and Specks', 'Words', 'Holiday', 'Massachusetts', 'First of May', en nog veel en veel meer.
Hun tweede leven begon een jaar of tien na hun eerste successen en grote doorbraak, en met hun switch naar disco. 'Saturday Night Fever' bracht wereldroem voor John Travolta én - opnieuw - voor The Bee Gees, en het castratengeluid van Robin Gibb ging mij als voormalig fan door merg en been. Strakke kruisen, soepele heupen, dat werk.
Van drie broers ging het terug naar twee - 'mooie' Maurice overleed in 2003 - en dit jaar was de genadestoot voor de Gibbs. Eerst overleed Maurice, en nu Barry, hij met de enorme hoge stem en grote tanden, hij die in zijn ruzietijd met zijn broers als solo-artiest met 'Saved by the Bell' ook nog even liet zien hoe je een kraker van een hit maakt.
Donna Summer - Queen of disco - ging vlak voor Robin Gibb heen naar de eeuwige discotheken. Robin Gibb is haar nu achterna. 'Stayin' Alive' was geen optie meer. Verder geen foute grappen over deze jeugdvrienden die heel veel moois achterlaten en zo dus wel degelijk voortleven. 'Don't forget to remember' heette de toepasselijke hit uit 1969.
Half Europa staat in brand, en wij vermaken ons hier met Idols voor politici. De ene partij na de andere trekt zichzelf op aan stijgende dagkoersen door hun zelf georganiseerde beauty contests waar nieuwe helden als Mona Keijzer worden geboren. Het gaat nergens over, maar het lult zo leuk en het dendert maar door.
Groenlinks had een nieuwe variant bedacht in de strijd om het leiderschap. Kandidaten mochten zich wel melden, maar de uitkomst moest natuurlijk wel zijn dat fractieleidster Jolande Sap zonder concurrentie weer op het schild gehesen zou worden. Dat ging goed. Totdat Tofik Dibi zich meldde.
Dibi had zich nog maar net gemeld, of de pleuris brak uit, ik blogde er twee weken geleden al over. Dibi was nog net geen land- of partijverrader, maar zijn kandidatuur zou een 'dolksteek' in de rug van Sap zijn. BAM! en van dik hout etc.
Vrijdag was het echt burgeroorlog bij Groenlinks. Dibi zou ongecshikt zijn, zo meende de kandidaatstellingscommissie, maar dat schoot zijn fractiefenoten en boegbeeldin Femke Halsema in het rechter keelgat. En wat zich toen allemaal ontspon, was een staaltje ordinaire zelfdestructie.
Het gevolg? In de peilingen halveert de dagkoers van Groenlinks, dat wat de koers van facebook over een tijdje ook gaat doen. Het gekonkel, het gedreig en het onbeschoft beschadigen van een eigen kamerlid bleef niet geheel onopgemerkt, om het zacht te zeggen.
De fijnste snaren had partijvoorzitster Heleen Weening. Zij verkondigde aan iedereen die het maar horen wilde dat er nu dus een lijsttrekkersstrijd zou komen tussen een 'geschikte' en een 'ongeschikte' kandidaat. Met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig. Tofuck Dibi.
Het is toch onbestaanbaar dat een partijvoorzitter dat soort politieke aanslagen mag plegen. Als een valse ode aan haar (en hopelijk als afscheid) wordt de Rode Hoed ,waar Dibi en Sap maandag de strijd aangaan, voor een avondje veranderd in de Groene Muts. Van harte verdiend. En nu heel lang heel stil in een hoekje gaan schamen.
Het is misschien inmiddels wel vijftien jaar geleden dat ik 'De voorlezer' van Bernhard Schlink las. Het was in mijn herinnering een nogal klein boekje, zowel in formaat als in omvang, eerder een novelle dan een roman, maar in dat kleine werk zat een groot en aangrijpend verhaal dat jaren later werd verfilmd als 'The Reader.'
De verfilming van het boek van Schlick had ik nog steeds niet gezien. De dvd stond vragend in de kast, wachtend op dit mooie moment op een rustige zaterdagmiddag. Ik ga overigens niet beginnen over een prachtig boek en hoe de film dan tegenvalt of maar niet wil lijken wat je in je hoofd al als film hebt gemaakt.
Maar je moet er wel even doorheen dat een Duits boek een Duits verhaal in het Engels wordt, en dat Kate Winslet levenslang krijgt als SS-bewaakster en dat Bruno Ganz een Duitse professor is die Engels moet praten, maar goed, hij had ook al Hitler gespeeld, dus hij kan wel wat hebben.
Dat alles gezegd hebbend, is 'The Reader' wel 'gewoon' een mooie film, en Kate Winslet haar Oscar lijkt me niet bepaald onverdiend. De film is rijk, net als het boek in subtiele tonen en tinten struikelt over een rijkdom aan thema's en invalshoeken met schuld en boete als de meest-voor-de-hand-liggende.
De voorlezer blijft voorlezen, ook als zijn oude liefde levenslang heeft gekregen. Door de cassettebandjes die hij stuurt, leert zij zichzelf in de gevangenis schrijven. Onbedoeld, maar oh zo bewust in de film gestopt, krabbelt zij 'Please send more romance..' op een briefje aan Michael, een woordgrap in het Engels, en dan wringt het toch opeens wel die andere taal in een drama over de Tweede Wereldoorlog en de Duitse verwerking ervan.
Het verhaal van voorlezer Michael Berg lijkt in de tijd(slijn) en beroepskeuze een autobiografische schets van het leven van Schlink zelf. Dat hij met zijn kleine grote boek de bestsellerlijst van de New York Times aanvoerde, zal het maken van de film hebben aangewakkerd en vergemakkelijkt.
Voor een Amerikaans publiek zal het geen probleem zijn. Ik zit er toch een beetje vreemd naar te kijken. Alsof in 'De Avonden' Thom Hoffman als Frits van Egters opeens in het Frans zou beginnen. Rijk de Gooyer zou zich bezeken hebben...
Het heelal. De kosmos. Wat is het eigenlijk? Waar is het eigenlijk? Waar gaat het heen, waar houdt het op, of houdt het niet op, of begint het altijd weer opnieuw? Wij simpele stervelingen trachten maar telkens het antwoord te vinden op de vraag 'waar we vandaan komen' en hoe dat dan allemaal zo gekomen zou zijn. God, de Oerknal, zeg het maar.
Gisteren was het aan Robert Dijkgraaf om in een speciale uitzending van DWDD de 13,7 miljard jaar kosmos te duiden in een college van 45 minuten en met een 'pitch' van 1 minuut. Hij slaagde daar wonderwel en op een heel aangename manier in.
Zo weet ik nu dat wij ergens in een buitenwijk van onze melkweg bivakkeren, en dat er nog miljarden van die melkwegen zijn en dat er veel is wat we weten, maar heel veel ook nog niet. Dijkgraaf had het over een landkaart waar nog heel veel witte vlekken staan.
Natuurlijk kwam het ook nog op of er elders leven zoals het onze is of kan zijn, en bij gebrek aan een ja of nee grapte Dijkgraaf dat wij misschien wel een soort natuurresrevaat vormen waar een andere beschaving op afstand naar kijkt en een beetje in de gaten houdt, een intergalactisch pretpark of zo.
Overal om me heen is ruimte, zoveel is me wel helder. Dat zinnetje is overigens ook de titel van een fraaie bundel die oud-Baliedirecteur Chris Keulemans zo'n jaar of 20 geleden schreef over zijn (en mijn) nobele vak van doelverdedigen, zijn 'verhalen uit de bovenhoek.' Nog steeds is die bundel van Keulemans - helaas niet meer leverbaar - een pareltje in de bescheiden keepersliteratuur.
En als we het dan toch over de Balie hebben: vanavond eens kijken hoe het daar gaat met de Politieke Junkies van Pieter Hilhorst en Martijn de Greve, een maandelijkse wedstrijd politiek commentaar geven, zo lees ik, waarin op originele wijze wordt ontspind. Dat eindigt ongetwijfeld aan de bar. Hopen op een goede vrijdag. Overal in mijn agenda is in ieder geval even alle ruimte.
Met chocoladeletters kopte De Telegraaf dat het Lenteakkoord was uitgelekt. Dat nieuws leek belangrijker dan wat dat akkoord behelsde. Lekken boven inhoud. Maar nieuws kun je dat toch niet meer noemen. Alles lekt uit. Dus wat is het nieuws nog?
Vroeger was lekken leuker. Dan moest je iets influisteren in een willig oor in een donkere steeg. Toen kwam het kopieerapparaat en werden geheime rapporten in neutrale verpakking in een postvak gelegd. Er was vast altijd wel een hoger doel mee gediend. Maar nu? Alles lekt. Dus is het geen lekken meer.
Vroeger lekte er niets uit. Het was al mooi als iets nieuws werd. Voordat het verhaal van Jezus en zijn uiteindelijke hemelvaart wereldwijd bekend werd, waren we toch wel een paar eeuwen verder. En toen Afonso de Albuquerque in 1503 een vulkaanpuist tussen Afrika en Zuid-Amerika ontdekte en met een blik op de kalender Ascension (hemelvaart) doopte, was dat ook geen 'breaking news.' Het enige dat waarschijnlijk lekte, was het schip van de Portugese zeeman.
Het was een bijzondere tijd waarin de wereld in zijn volledige omvang werd ontdekt, in kaart gebracht en benoemd. Sommigen zoals De Albuquerque vernoemden hun ontdekking met enige nederigheid naar mooie kerkdagen, en zo hebben we dus op de wereldkaart Ascension, Christmas Island, en het door Jacob Roggeveen op paaszondag 5 april 1722 ontdekte Paaseiland.
Roggeveen had het natuurlijk ook gewoon Roggeveen Island kunnen noemen, en dan was hij in de schier oneidinge lijst gekomen van Tasman, Hudson, Magelhaes en Brazza(ville). Roggeveen overleefde in ieder geval zijn reis, iets wat toen niet echt gebruikelijk was maar zelden uitlekte of de kranten haalde.
Wat pas later de kranten haalde, was het complex aan ongeoorlooofde en criminele acties van de Plumbers (de loodgieters) van The White House van Richard Nixon. Om afzetting en strafvervolging te voorkomen, trad Nixon op 9 augustus 1974 af.
De loodgieters van het Witte Huis moesten het lekken van allerlei vertrouwelijke informatie naar de media zien te stoppen. Vanavond op Canvas de documentaire 'The Most Dangerous Man in America' over 'The Pentagon Papers' en Daniel Ellsberg, het begin van de chocoladeletters voor Nixon en zijn politieke hemelvaart.
Loftrompetten te over om te steken over hoe heerlijk het is om in compact Amsterdam te wonen met de grote snoepwinkel van bioscopen, theaters, concertzalen, musea en ander heerlijks vlak om de hoek. Vanochtend om 11 uur was ik in Pathé City één van de vijf die benieuwd waren naar Sean Penn in 'This Must Be The Place'.
Penn is fascinerend bizar als een rock ster in ruste, visueel een kruising van Robert Smith van The Cure en van een Bono die decennia niet van de drank en de pillen af heeft kunnen blijven. Op een kwade of goede dag moet hij naar New York naar zijn stervende vader. Door zijn vliegangst ('en een lichte doodsangst') neemt hij de boot in plaats van het vliegtuig, en komt (dus) te laat.
In het New Yorkse Joodse milieu van zijn vader komt hij eigenlijk thuis en gaat in de V.S. op zoek naar de kampbeul die zijn vader in Auschwitz heeft vernederdt. Zo wordt een wat zwarte komedie een klassieke road movie over schuld en boete en liefde en met een verrassend eind dat je zelf maar moet gaan zien.
Moet gaan zien inderdaad, want 'This Must Be The Place' van Paolo Sorrentino ('Il Divo') is een visuele tractatie, door Penn, de prima cast, de ingetogen humor, en vooral ook door het sublieme camerawerk. Ik las dat de film bijna $ 30 miljoen heeft gekost, en pas ruim een derde heeft opgeleverd. De bruto-recette van € 32,50 vanochtend zet dan niet veel zoden aan de dijk. Deze blog misschien nog wel een beetje.
Ook visueel imponerend is de tentoonstelling een steenworp verderop in het Van Gogh Musuem, 'Dreams of Nature. Symbolisme van Van Gogh tot Kandinsky'. En hoewel symbolisme ook van een niet-te-harden-zwaarheid of zweefmutserij kan zijn, zijn hier werken als het imponerende 'Het Dodeneiland' van Arnold Böcklin, 'Nocturne, Grey and Silver' van Whistler, en 'Meer van Keitele' (ook de poster van de tentoonstelling) van Akseli Gallen-Kallela een bezoek al meer dan waard.
Allemaal om de hoek, het kost 'geen drol' zou Jules Deelder zeggen, en wat jammer is het dan dat na jaren van potdichtheid het Stedelijk Museum (ooit SM in de communicatie gedoopt, hoe toepasselijk nu..) nu weer bemodderd raakt door schreeuwkoppen over geld en internationale status of het gebrek daaraan of verlies ervan. Wat een ranzige triestheid inmiddels, 'This Should Have Been The Place.' Doe maar gauw die deuren open...
Mona Keijzer is de 'rising star' van het CDA. De wethouder van Purmerend loopt met zevenmijls laarzen in op de 'zekere' winnaar Buma voor het lijsttrekkerschap van het CDA. Mona is het lekkere toetje in een partij die met zichzelf vecht en in een onontwarbare knoop lijkt.
Mona Keijzer, misschien dus. En niet Henk Bleeker. Na het Leerdammertje is er nu ook het Bleekertje, en is de narcistische ponyfluisteraar met het ene staaltje 'method acting' na het andere het lachertje van het land geworden. Vuilnisman, kan deze zak ook nog mee?
En ach, net als bij de PvdA een tijdje terug, gaan de peilingen voor het CDA met al deze mediaaandacht van schrik omhoog. Dat kan Rutte niet zeggen. Na zijjn one-man-show bij Pauw & Witteman daalden de koersen voor zijn VVD. Dat kan nog leuk worden in de campagne.
Gelukkig is Geert ook weer van de partij en terug van even weggeweest. Hij noemde Rutte in een raar oud-Nederlands een 'wildebras' omdat de premier had aangegeven dat een stem op de PVV een stem in de sloot was.
En er was commotie over de intimiderende felheid waarmee Rutte Wilders bejegend zou hebben in de laatste dagen in het Catshuis. Dat Rutte toegaf een 'zwak moment van boosheid' te hebben gehad, doet reikhalzend verlangen naar beelden van de verborgen camera.
De PVV gelooft heilig in een groot verkiezingssucces op 12 septmber. We zullen zien. Het lijkt me in ieder geval van enige realiteitszin getuigen om de grote gedoger nog niet richting mestvaalt der geschiedenis te verwijzen. Dat lijkt me teveel wishful thinking, waar ik overigens best blij van zou worden. In de tussentijd hou ik me vast aan Mona.
Als vanavond de wind de andere kant op zou hebben gestaan, dan zou ik het concert van The Golden Earring in Paradiso ongetwijfeld thuis op het dak hebben kunnen volgen. Want hoewel bijna bejaard, gaat bij de 'Earring' het dak er nog immer af.
Gitarist George Kooymans verwoordde het mooi in Het Parool vandaag: "Al 51 jaar bij elkaar, het is ziekelijk lang eigenlijk." De formele oprichtingsdatum van de Haagse band is gefixeerd op 2 september 1961, hoewel de band toen de Tornado's heette en The Golden Earring pas kwam na The Golden Earrings en hun eerste hits.
We gaan nu geen wedstrijdje doen, maar The Golden Earring is bijna net zo oud als ik, en we gaan dus al een halve eeuw op afstand netjes met elkaar om. Ik kocht of kreeg hun singletjes, en op dat 45-toeren-format kon ik de Haagse rockers altijd beter hebben dan als LP-artiesten. Misschien was ik meer van het poppy dan van hun rock. 'Radar Love' vind ik nog steeds maar middelmatig, hoe ik hen het succes ook gun.
Maar misschien ben ik wel blijven hangen in mijn eigen jeugd, in hits als 'That Day', waarvan ik nu heb begrepen dat het - waanzinnig voor die tijd - in Londen werd opgenomen en alleen 'Michelle' van The Beatles voor zich moest dulden voor de nummer 1-positie in de Top 40.
Tsjezuss, wat worden we oud, maar The Golden Earring geeft niet toe of op. Sterker nog: dankzij frontman Barry Hay is er nu 'Tits & Ass' als titel van het zoveelste Earring-album, een echte rock 'n rolltitel, plat, sexistisch, maar dus helemaal goed, en als je dan toch blijft gaan, doe het dan goed en voluit, zoiets.
In tijdperk en lengte van bestaan is The Golden Earring The Rolling Stones van de lage landen. En dat maakt de band toch wel tot een buitencategoriefenomeen waar ik - 'Back Home' - een belangrijk deel van mijn jeugd veel mee en aan had. En dat hele verhaal begon allemaal bij de buurjongetjes Gerritsen en Kooymans in de buurt van het Zuiderpark, Haagse Beatjongens met eeuwigheidswaarde.
|
|