Maar problemen waren er toen niet om benoemd te worden, laat staan opgelost. Zo deden we dat niet in Amsterdam. Daar was de mantel der liefde, de weg van begrip, en het verdacht maken van degenen die wilden benoemen wat er aan de hand was.
Het was de tijd van Job Cohen, en dat was niet de tijd van grote woorden en grootse aanpak. Voorzichtig aan, sussen, want anders is het maar olie op de golven.
De toenmalige politiecommissaris Van Riessen permiteerde zich zelfs een betrokken stadsdeelraadslid en buurtbewoner te beschuldigen van 'hitserij' voor 'eigen politiek gewin.' Tsja. Dat waren nog eens tijden.
Cohen is weg, maar de hangjongeren bleven en begonnen - zoals menigeen vreesde en voorspelde - aan een criminele carrière waarin weinigen hen iets in de weg legden.
In een voorpagina-artikel geeft Het Parool gisteren het woord aan commissaris Leen Schaap die precies dat constateert wat hij jaren geleden al zag gebeuren maar wat niemand van het politiek bevoegde gezag wilde zien of horen, laat staan aanpakken.
Pappen, nathouden, een hangplek, praten, nog eens praten, de mantel der liefde, bezweertaal, het mocht allemaal niet baten. Problemen mochten niet benoemd worden maar moesten bezweerd. Wie weg werd gepest, had dat ook wel een beetje aan zichzelf te wijten. Betrokken buurtbewoners waren hitsers, kleurgevoelig, en misschien wel racisten. Van kwaad tot erger, dus, u snapt het wel.
Nu is er een nieuw regime met nieuwe bezems, met wasstraten voor de 500 of 600 ergste criminele jongeren. Zoveel zijn het er dus. Gezamenlijk goed voor zijn 15.000 vergrijpen en misdrijven. Geen aardige knullen met een vlekje, maar criminelen.
Die zijn niet door het stadsbestuur gekweekt, maar ook nooit doelmatig afgeremd, bijgestuurd, aangepakt en opgepakt en gestraft waar nodig. Horen, zien en zwijgen maakte van straatboefjes uiterst gevaarlije misdadigers. Het bleken groeidiamantjes. Daar gaan we nog veel van horen en zien.




RSS Feed