|
Ons adres:
Posthoornkerk
Haarlemmerstraat 124 A
1013 EX Amsterdam
Postbus 14551
1001 LB Amsterdam
Telefoon: 020 305 94 44
Fax: 020 305 94 22
Mail BBK
|
De ober bij Früh in de Heinzelmännchen in Keulen, vlak om de hoek van de Dom, had er heel veel zin in. 'We spelen twee keer tegen elkaar op het EK. De eerste keer winnen jullie, en de tweede keer winnen wij.' Zo, die zat. Vroeger zou ik me hebben opgewonden over zo'n arrogante Duitser. Nu ging die haatknop niet (meer) aan.
Het was fijn om enkele dagen in Duitsland te zijn. In Keulen, in Koblenz, en in het prettige pretpark Phantasialand waar de dochters twee dagen enorm hebben genoten. En aangezien je in Duitsland nog veel harder mag dan van Rutte c.s., waren we vandaag ruim op tijd terug in Amsterdam om deze 4e mei te herdenken.
De ober bij Früh ging binnenkort vier dagen naar Scheveningen, die plaats die ze niet uit kunnen spreken. Niet om zoals zijn vader of oom de Atlantik Wall te beschermen, maar om lekker te genieten van zee, strand, haring en Haagse hopjes. En ook dat vonden we heel gewoon dat deze weerbare Duitser neer zou strijken aan onze Noordzeekust. Veel is genormaliseerd. Behalve het voetbal.
Gisteravond op de hotelkamer ging het voetbalalarmknopje alsnog aan toen ik Bayern-neo-ster Thomas Müller samen met Gerd 'Der Bomber' Müller in een Tv-spotje zag waarvan ik niet meer weet waar het over ging. Blinde vlek. Die Müller. Zijn twee goals bezorgden ons het trauma dat ons sinds 1974 achtervolgt.
Vandaag weer terug, en ook op tijd om te vernemen dat Henk Bleker zich - uiteraard, want hij had beloofd het niet te doen - kandidaat stelt als CDA-lijsttrekker. Die Bleker van die polder, van die jonge vriendin, en van dat briefje aan Mauro. En, opdat wij niet vergeten: Henkie Bleker was ook één van de architecten van het doodgelopen gedoogverhaal met de PVV.
Dus hoe gaat dat straks? Net als met Buma. De hanen zullen collectief en langdurig kraaien want ook Henkie Bleker zal draaien als een ballerina om zich af te keren van de gedoogformule met Geert c.s. Er is immers een nieuw CDA. Een CDA dat zichzelf opnieuw heeft uitgevonden met maar één doel: behoud van macht. Wat zou het bevrijdend werken als bij het CDA het licht eindelijk zou doven. Onze grootste vrijheid is de stembus.
Jongetjes en auto's. Het gaat nooit echt over. Kortgeleden biechtte ik op dat ik nu wel 'genezen' ben van mooie, snelle auto's, maar ik heb nog steeds een zwak en in stilte een prachtig gelijnde stille liefde, de Jaguar E-type, made in the U.K.
De E-type is de sportwagen der sportwagens, wat andere jongetjes ook vertellen over de Porsche of Ferrari van hun natte dromen. Het is dus ook niet gek dat de E-type is opgenomen in de tentoonstelling 'British Design 1948 - 2012: Innovation in the Modern Age' in het Victoria & Albert Museum in Londen.
De tentoonstelling 'British Design' is een onderdeel van de 'Culturele Olympiade' in de hoofdstad, een imponerend web van exposities rond en tijdens de Olympische Spelen die op 27 juli starten in Londen. De toevoeging 1948 - 1912 aan de tentoonstelling is dan ook geen toevallige: in 1948 had Londen ook de Olympische Spelen al, en toen hadden wij Fanny Blankers-Koen.
Of Amsterdam (of Rotterdam, of samen, of de Randstad) net als in 1928 de Olympische Spelen ooit nog krijgt, lijkt me uiterst twijfelachtig. Hoe mooi zou het zijn in 2028, exact een eeuw na 1928, maar gezien de discusssies, de verwarring en het ongeloof in eigen kunnen in dit oneindig laagland, zal het er wel niet van komen.
Toch sneuvelde er zestien jaar voor het startschot al bijna een minister over, en werden de zakkenvullers die een dienstreis en lunches hadden gedeclareerd voor hun werk en voor de olympische missie al op het webschavot geplaatst. Sneller, hoger, sterker? Dacht van niet. Fijn land zo achter de duinen.
In Londen dus weer wel olympisch vuur (dat overigens een Nederlandse vinding is, dat dan weer wel..). Hoog tijd dat ik zelf weer eens ga kijken aan de Thames. Dan ga ik zeker naar Victoria & Albert en naar 'British Design 1948 - 2012.' Tracy Metz schreef er in NRC Handelsblad al een groot artikel over, en dat maakte me nog nieuwsgieriger. Net als naar Picasso in Tate, en Damien Hirst in Tate Modern en nog zoveel meer moois. London Calling to the far-away-towns...
Vanochtend in Den Haag. Even over het Binnenhof. Kijken of de democratie nog ademt na de deconfiture van Hero. Ridderzaal. Torentje. Mauritshuis. Plein. Centraal Station. Terug naar huis. Zon over de velden. En daar lagen ze, de lammetjes, editie 2012, dicht bij mama, vers in het leven.
Het is lente. Spring. De zon. De lucht. Het licht. De schapenwolkjes. Alles is voorjaar. En als je het verrommelde stadse Nederland achter je laat, kun je ook nog steeds het mooie land zien, het groene oneindig laagland, polders zwanger van nieuw leven, van lammeren en velden vol bloemen.
Mooier dan in Voorschoten wordt het contrast niet. Kijk je op het station uit de trein naar rechts, dan zie je slechts een boerderij, kijk je naar links dan zie je de nieuwbouwwijk en vermoed je de stad.
Koeien springen naar buiten, bevrijd van de winterse ketenen en de gestookte stallen. Ik betrap mezelf op veel meer energie en zin naar buiten toe. Het licht heeft de donkerte overleefd en overwonnen, en nu laden we de batterijen weer op. 'Here comes the sun.'
Spring. Lente. Laagovervliegende koeien. Dartele lammeren. Groen is het gras. Onder mijne voeten. De aarde draait zijn ronde rond de zon, en nu is het tijd voor het nieuwe leven. Primavera. En dus vieren we de volgende verjaardag van onze oudste dochter. Lekker Japans eten. Smullen aan de lopende band.
Allemaal rokjesdagen. Drukte in de stad. Opeens lijkt de bevolking van Amsterdam verviervoudigd. Allemaal naar buiten. Iedereen in het licht. Adem het leven in. Mooie dag. De voorbode van meer moois. Ik geniet met volle teugen. Nieuw leven. Spring.
We waren enkele dagen weg naar Duitsland, en misten zo op TV de 2-3 overwinning van de zwartgehemde Oranjebrigade op Wembley. Het was voor de media vooral een overwinning van Arjen Robben op zichzelf en zijn vele criticasters. En natuurlijk is het een mooi resultaat. Alleen jammer dat Wembley niet meer het het grote Wembley van ooit was.
Wembley was heilige grond, ook voor niet-Engelsen. Jan Peters scoorde er in 1977 twee keer en bezorgde Nederland een historische 0-2 zege. En mijn grote idool Jan van Beveren hield er ooit het Oranjedoel fantastisch schoon in een 0-0 tegen Engelend. De Poolse doelman Jan Tomaszewski hield in 1973 de Britten op Wembley single-handed af van deelname aan de WK 1974.
Heilige plaatsen. Heilige grond. Wembley was het. Münster is het nog steeds. In 1648 werd er de vrede gesloten die na jaren onderhandelen een einde maakte aan zowel de 80-jarige als de 30-jarige oorlog en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden officieel erkende. Het was mooi om in de Friedenszaal te zijn waar onze geschiedenis werd getekend en geschreven.
Ik bracht mijn jeugd grotendeels door in Brielle (of Den Briel), en ben dus opgevoed met de legendarische datum 1 april 1572 toen de Spaanse landvoogd en houwdegen Alva zijn 'bril' (Briel, dus) verloor aan de separatistische Geuzen. Toen was het echter nog 76 jaar naar Münster.
In de tussentijd lees ik het boeiende, maar moeizaam vertaald of lastig geschreven boek van Olaf Mörke over Willem van Oranje en krijg ik bladzijde voor bladzijde een beter beeld van de strijd van 'onze Wilhelmus' en hoe de opmaten ontstonden voor wat in 1648 in Münster eindigde in een nieuw Europa.
Het is echt je reinste escapisme, maar ik moest wel. Ik heb in deze barre ijstijd (- 22,3 C vannacht...) enorme behoefte aan zonninge verhalen, dus het artikel over Mauritius 'Geen dodo, geen backpacker' van Thijs Heslenfeld in Het Parool kwam als geroepen.
In Mauritius is het nu zomer. Dat is al gekjaloersmakend. En ik heb zo het idee dat het er vrij parmenet zomer is en dat ze er nog nooit van Jaap Eden, Reinier Paping en Ard en Keesie hebben gehoord. Terwijl ze toch hele oude banden met Nederland hebben.
Na het ronden van Kaap de Goede Hoop, was Mauritius een logische stop op weg naar de Oost (en v.v., uiteraard) waar we specerijen en rijkdom haalden die ons de Gouden Eeuw opleverden. Maar het was ook die V.O.C.-mentaliteit die de dodo de kop kostte. In enkele decennia was deze wat sullige ogende, nietsvermoedende grote ganskip uitgemoord en uitgestorven.
Zo staat de dodo symbool voor wat de mens aan kan richten als hij even zijn best doet. En de dodo is nu synoniem voor sul, mijn vader had het wel eens over een dooie vissiesvreter of dooie dodo, en als je dat was, dan kwam er echt niets behoorlijks uit je vingers. Maar wat ik me bij een dappere dodo moest voorstellen, daar had ik echt geen idee van.
De dodo heette ook wel Walgvogel of Walghvogel - Jan Wolkers vond het titelwaardig voor één van zijn boeken -, de Portugezen hadden het over de doudo, een simpele, stomme vogel met een belachelijk voorkomen. Het lijken wel excuses om de sul definitief de nek om te draaien. Zo lelijk, weg ermee.
En dan was er nog Boudewijn Büch en de dodo. De documentaire over zijn leven en werk heet niet voor niets 'Boudewijn Büch - de dichter, de dodo en het demasqué'. De dodo is niet meer, maar leeft toch al heel wat eeuwen voort. Zo'n sukkel was het dan toch ook weer niet...
Amsterdam is een razend populaire bestemming. Afgelopen jaar mocht de stad zo'n 12,5 miljoen bezoekers verwelkomen. En dat worden er nog veel meer volgens Wim Pijbes, directeur van het Rijksmuseum. In 2013 zijn Stedelijk Museum en het Rijksmuseum eindelijk weer open, en viert de hoofdstad 400 jaar grachten. Dan wordt het dringen.
De cultuurbezoekers met veel 'spending power'. Amsterdam ziet ze graag komen. Net zo als ze de hotelloze Britse comazuipers graag ziet wegblijven. En dat laatste is nu ook aan het gebeuren. Britten gaan voor hun drankgelagen en 'stag parties' (vrijgezellenfeesten met een afloop die niemand zich herinnert) steeds vaker naar Praag en de Baltische staten. Daar is het bier (nog) goedkoper, en met hun sterke Pond kunnen zij het zich nu veroorloven om met de EasyJet's over ons heen oostwaarts te vliegen.
Er was al lang veel gedoe over met name Britten die het oude stadshart onveilig maken en onderkotsen. Het gaf de toch al niet zo romantische Wallenbuurt nog een extra push neerwaarts. Nu de Britten bier voor hun geld kiezen, lijkt de wal het schip te keren.
En wie dacht dat die hordes kortgeschoren, schreeuwende, in voetbalshrtjes geperste of in blote torso's rondzwalkende jongens eigenlijk best lieverdjes zijn die er nodig even uit moeten, die moet eens in Engeland zelf gaan kijken, in het stadshart van Newcastle, of Leeds, of Cardiff, of noem al die leuke steden maar op waar de Britse jeugd - zo vanaf een jaar of 12, helemaal los gaat. Je weet niet wat je ziet en hoort en meemaakt. Rare jongens, die Britten.
Drank is een enorm probleem in Engeland. Er wordt enorm gezopen. En op steeds jongere leeftijd. Alcoholverslaving is erfelijk, net als werkloosheid en mishandeling, in en buiten het gezin. Kinderen vanaf 10 jaar drinken al, vaak gestimuleerd door hun ouders, zo er al twee van zijn. Dan hebben we het niet over een nip of een slokje hier en daa, maar al om 10 tot 20 glazen per week. Kun je nagaan wat een beetje Liverpool-supporter op een weekendje Amsterdam naar binnenslaat.
Wij wensen Praag vele happy hours met deze Britse invasie. Wat bladerend kwam ik ook nog een bijzondere reportage over Salou tegen waar duizenden Britse scholieren eenweek lang ongenadig huis hadden gehouden. Tsja. Ik ben niet zo van grenzen dicht. Daar hebben we andere grote denkers voor. Maar als Amsterdammer vind ik het wel prima dat de Britten die komen iets meer interesse hebben in Van Gogh en Hobbema dan in Heineken. Cheers, mate.
De Malediven. Daar wilde ik altijd wel een keer naar toe. Desnoods om een snackbar te beginnen als zou blijken dat ik verder toch nergens voor deugde. Maar als ik nu nog een keer wil, dan moet ik wel voortmaken. De eilandengroep gaat het verliezen van het wassende water.
Ik kwam op de Malediven door een paginagrote advertentie over 'Magisch Malediven'. Daar stond een prachtaanbod van 10 dagen (7 nachten, in reisjargon) voor maar € 4.550 per persoon. Dat is overigens een 'vanaf' prijs. Tsja. Lijkt me een flinke bak geld voor een weekje snorkelen en horizonstaren.
Dit soort vakanties - zeker als tussendoorvakantie - staat erg onder druk. We zijn er eindelijk achter dat ons geld niet vier keer over de kop kan en dat het leven op krediet eindig is. Dus wat schrappen we? Precies. Een dikke 20 mille voor een gezinsweek Malediven, hoe graag ik er ook een keer neer zou strijken.
De Malediven verdwijnen. Het is het noodlot van de bijna 400.000 eilandenbewoners. Zij zijn al druk aan het sparen om straks aan land te komen. Zij gaan over enkele decennia verkassen naar Sri Lanka of India. Het grootschalige toerisme verschaft hen de middelen. Ramptoerisme dus eigenlijk. Vaarwel Malediven. Benieuwd of ik er toch ooit nog kom.
En over ramptoerisme gesproken. Wij gaan komende zomer naar Griekenland. Eens even checken of daar nog gewerkt en bezuingd wordt. Bezuinigd wordt er bij ons in ieder geval ook. Afgelopen jaar vier weken V.S., nu drie weken Griekse zon. De tering naar de nering. Zuiniger aan. Tikkie minder.
Gisteren las ik een klein artikeltje over een liefdesbrief uit 1862 die ergens in Zweden was aan komen waaien. Een geliefde sschreef over haar buitenlands verblijf, en hoe Parijs leuker was dan Londen. Zij was een uitzondering. Vrfijwel niemand reisde 150 jaar geleden. Nu reist er vrijwel niemand niet. Misschien wat minder ver en lang, maar op vakantie zullen we. Dat heet vooruitgang. We redden er in ieder geval de bevolking van de Malediven mee.
Hier, halverwege Terschelling, werd rond 1550 Willem Barentsz (of Barents, het kwam toen nog niet zo nauw) geboren. Hij zit als nadenkend standbeeld aan de rand van de doorgaande weg die Terschelling doorsnijdt van West naar Oost. Je kunt Barentsz niet missen als je van Midsland naar Barentsz' geboortedorp Formerum rijdt om boodschappen te gaan doen bij Jumbo.
We kennen Barentsz van de hem fataal geworden overwintering op Nova Zembla die in ons nationale gedachtengoed is ingeslepen en recent door Reinout Oerlemans tot een mislukt schoolreisje werd verfilmd met Derek de Lint als een stijle Barentsz. Zelfs voor Nederlandse begrippen was 'Nova Zembla' wel een erg ernstige bordkartonnen 3D-drama. Aan het eind van de Terschellinger hoofdweg ligt Oosterend, en daar werd vele jaren her 'Sil de Strandjutter' opgenomen met dezelfde Jan Decleir die ook in 'Nova Zembla' weer te zien. In een heerlijke huifkartocht kwam het juttende verleden en heden van het eiland samen, en daarbij de van oudsher moeizame verhouding tussen eilanders en gezag.
Eilandbezoek is ook altijd goed voor het leesgenoegen. Ik las eindelijk 'Confidence Men. Wall Street, Washington and the Education of a President' uit, en genoot van 'Jaap & Max, het verhaal van de broers van Praag' van Marga van Praag en Ad van Liempt, een ongecompliceerd boek over het gecompliceerde leven van twee Joodse broers die de Tweede Wereldoorlog overleven en daarna - vaak ook ondanks zichzelf - succesvol worden.
En een mooie brug van Barentsz naar nu is André Kuijpers die zijn rondjes draait en door ons de afgelopen dagen twee maal kraakhelder aan een coöperatieve winterhemel gezien en op bijna 500 kilometer hoogte gevolgd kon worden, de ISS die mooi onder het oog van de maan bij Jupiter voorlangs kruiste. De ontdekking van zeewegen en handelsroutes op aarde is uitvergroot naar de ruimte en de onvoorstelbare oneindigheid om ons heen. Een nieuw hoofdstuk in de vaderlandse geschiedenis.
En ik lees nog een hoofdstuk in 'De grote ontdekkingsreizigers', een prachtig geïllustreerd boek over de grote mannen (en vrouwen) die de afgelopen eeuwen oceanen, continenten, woestijnen en gebergten ontdekten, in kaart brachten en koloniseerden. Barentsz staat er niet in. Op Terschelling vinden ze dat vast geschiedvervalsing.
Vorig jaar stond ik met een duur kaartje voor een dicht en donker Concertgebouw. Ik was een dag te laat voor het concert van de Chinese pianist Lang Lang. Stom, stom, stom, en beteuterd ging ik met een waardeloos geworden kaartje weer huiswaarts. Lang Lang. Kort kort.
Ik begon bijna in Chinese donkere krachten te geloven toen ik donderdag de kaartjes voor het concert die avond van Lang Lang en het Concertgebouworkest niet kon vinden. Toeval? Pure slordigheid? Een vloek?
Een vloek liet zeker, maar gelukkig kwamen de kaarten toch boven water en was er eindelijk de kansen de bejubelde talenten van de Chinese grootmeester zelf te aanschouwen. Dat viel nog niet mee. Lang Lang was ingeroosterd voor het 2e Pianoconcert van Bartok, en er zijn makkelijker en toegankelijker werken te bedenken voor pianist én publiek.
Maar het zwaargewichtwerk van Bartok toonde prachtvol aan hoe begaafd Lang Lang is. De staande ovatie was niet alleen maar om het dure geld er uit te klappen.
En toen het applaus rolde, moest ik even terugdenken aan een gezinsautorit op Sicilië waar - met de 'Dragon Songs' van Lang Lang op de CD-speler - de hele tijd de grap rondging over 'Hoe lang is een Chinees' en 'Lang Lang is een Chinees'. Dochter Hedda werd er gek van, maar ze zal het nooit meer vergeten.
Lang Lang is een Chinees. En hoe lang het duurde voordat ik hem eindelijk zelf kon zien en horen, dat is nu verklaard.
Het tornadoseizoen. Het klinkt bijna speels, spielerisch, niet echt serieus, een soort jaarlijkse folklore waar je af en toe voor moet schuilen of waar Jan de Bont een spannende film over maakt. En dan zie je Joplin, Missouri, vorige week. Devastaded. Een heel stuk stad met de grond gelijk gemaakt.
Ik was in of rond Joplin een jaar of 11 geleden, het ligt of lag aan Route 66, het wordt ook genoemd in het beroemde liedje over de weg naar de vrijheid. En nu herinner ik me ook de motels down the road met de bordjes naar de schuilkelders. Ach ja, zal wel, zal ik toen hebben gedacht.
|
|