BBK/Door Vriendschap Sterker
Hét communicatie- en mediabureau voor maatschappelijke merken en trends

Ons adres:

Posthoornkerk
Haarlemmerstraat 124 A
1013 EX Amsterdam
Postbus 14551
1001 LB Amsterdam
Telefoon: 020 305 94 44
Fax: 020 305 94 22

Mail BBK

 
Het heelal. De kosmos. Wat is het eigenlijk? Waar is het eigenlijk? Waar gaat het heen, waar houdt het op, of houdt het niet op, of begint het altijd weer opnieuw? Wij simpele stervelingen trachten maar telkens het antwoord te vinden op de vraag 'waar we vandaan komen' en hoe dat dan allemaal zo gekomen zou zijn. God, de Oerknal, zeg het maar.

Gisteren was het aan Robert Dijkgraaf om in een speciale uitzending van DWDD de 13,7 miljard jaar kosmos te duiden in een college van 45 minuten en met een 'pitch' van 1 minuut. Hij slaagde daar wonderwel en op een heel aangename manier in.

Zo weet ik nu dat wij ergens in een buitenwijk van onze melkweg bivakkeren, en dat er nog miljarden van die melkwegen zijn en dat er veel is wat we weten, maar heel veel ook nog niet. Dijkgraaf had het over een landkaart waar nog heel veel witte vlekken staan.

Natuurlijk kwam het ook nog op of er elders leven zoals het onze is of kan zijn, en bij gebrek aan een ja of nee grapte Dijkgraaf dat wij misschien wel een soort natuurresrevaat vormen waar een andere beschaving op afstand naar kijkt en een beetje in de gaten houdt, een intergalactisch pretpark of zo.

Overal om me heen is ruimte, zoveel is me wel helder. Dat zinnetje is overigens ook de titel van een fraaie bundel die oud-Baliedirecteur Chris Keulemans zo'n jaar of 20 geleden schreef over zijn (en mijn) nobele vak van doelverdedigen, zijn 'verhalen uit de bovenhoek.' Nog steeds is die bundel van Keulemans - helaas niet meer leverbaar - een pareltje in de bescheiden keepersliteratuur.

En als we het dan toch over de Balie hebben: vanavond eens kijken hoe het daar gaat met de Politieke Junkies van Pieter Hilhorst en Martijn de Greve, een maandelijkse wedstrijd politiek commentaar geven, zo lees ik, waarin op originele wijze wordt ontspind. Dat eindigt ongetwijfeld aan de bar. Hopen op een goede vrijdag. Overal in mijn agenda is in ieder geval even alle ruimte.
 
 
Gisteravond was het weer zover. Toen strafschoppen dan maar de beslissing moesten gaan brengen na 210 minuten voetbal, sprak de NOS-verslaggever over 'een loterij'. Alsof die zwaar overbetaalde en hypergetalenteerde toppers van Real Madrid en Bayern München hun onderlinge duels niet allang 'normaal' hadden kunnen beslissen.

Vroeger werd er een muntje opgegooid, penalty's lijkt me dan al een enorme vooruitgang, en het is ook zeker geen loterij. Het is gewoon een discipline uit het voetbalspel die je moet beheersen, en dat geldt zowel voor speler als keeper. Je kunt erop trainen, je kunt er op (af)studeren, het is zelfs een mooie kunst om het goed te doen, zowel het nemen en scoren als het stoppen.

Gisteren stonden de doelmannen van Real en Bayern tegenover elkaar. Casillas en Neuer. Niet geheel toevallig ook de doelverdedigers van hun nationale teams. Op hun schouders de drang en druk om toch in ieder geval vroeg in de reeks één van de vijf strafschoppen te stoppen. Neuer werd de held. Hij stopte de eerste twee - vrijwel identieke - strafschoppen, en werd de 'held van Bernabeau'.

Het is een volkswijsheid dat een goede penalty 'niet te stoppen is.' Gisteravond in Madrid bleek het tegendeel. Het leek wel lastig om er een door te laten. De keepers regeerden, en dat tot mijn grote genoegen. Zij mochten de zinderende duels tussen de twee grote kemphanen gisteren beslissen, en dat is een keeper op het lijf geschreven, want daar wacht het eenzaamste én mooiste moment.

Het is dan ook niet 'De angst van de doelman voor de strafschop', maar veeleer de angst van de schutter om te schutteren. Iedereen rekent er immers op dat een penalty een goal is, en dus is de keeper enorm in het psychologische voordeel. De voetballer heeft veel te verliezen, de keeper veel te winnen, zo bleek gisteravond ook maar weer eens.

Ooit was er het boekje van Jan Reker, de PSV-trainer die voor zijn goalies noteerde wie bij de tegenstanders de strafschoppen nam en hoe en waar. Zelf mocht ik op latere doelmanleeftijd van een trainer leren hoe je met een grote mate van waasrchijnlijkheid kunt zien in welke hoek een speler gaat schieten.

En als je dat weet, dan ben je al een heel eind. Dan hoef je niet meer te gokken op een hoek - 50% kans - maar kun je dat percentage flink opkrikken, zo rond de 75%, schat ik. Dan ligt het er alleen nog maar net aan hoe zuiver, strak en hard de penalty genomen wordt. De stress om te scoren jaagt menig bal het stadion uit, de adrenaline om de penalty te stoppen, maakt heden als Neuer. Het was voor keepers een hele mooie avond te Madrid.

 
 
Naarmate je ouder wordt, lijken lijntjes steeds meer bij elkaar te komen. Ervaring, inzicht, overzicht, doorzicht en wat al niet lijken iets van structuur en systematiek te bieden aan dat wat je ook allemaal stom toeval mag noemen.

Zo komt opeens Leonard Cohen in mijn leven gewandeld. De Canadees-New Yorkse bard op hoge leeftijd komt in augustus twee concerten geven in het Olympisch Stadion van Amsterdam waar ik nu tijdelijk werk. Dat stadion van Jan Wils dat in een jaar met vooral publiek geld uit de grond werd gestampt voor de Spelen van 1928, daarna bijna gesloopt, en nu fier een mooi nieuw leven leidt. 

Leonard Cohen is voor mij altijd verbonden geweest aan mijn vader. Niet omdat zij bijna leeftijdgenoten waren. Mijn vader was zes toen Cohen in 1934 in Montréal werd geboren. En toen ik nog jong was en thuis woonde, had mijn vader in zijn indrukwekkende LP-collectie ook een labum van Cohen, 'Songs of Love and Hate.'

Ik had niet zoveel met die bromstem en die wat minimalistische backing, maar ik kwam er achter dat Cohen - bij de meisjes zeker - wel degelijk goed lag, en zo kwam ik het op snode idee de LP van mijn vader stilletje achterover te drukken en met een schoolvriendje te ruilen voor een stapeltje vieze boekjes waarin vrouwen van alles lieten zien en deden. Vuurrode oortjes. Je zou er bijna een liedje van kunnen maken. 'Various Positions', of zo.

Natuurlijk miste op een goede of kwade dag mijn vader de LP van Cohen. Ik wist natuurlijk van niets. Ik jokte. Ik loog. Ik gaf niet toe, nooit gezien en geen idee. Mijn vader wist dat ik loog, hij zag het gewoon, maar hij had geen wettelijk en overtuigend bewijs, dus ik was 'off the hook'.
 
Er is nooit aangifte gedaan, en zo toch wel: het is verjaard, maar ik ben het niet vergeten, deze cultuurroof uit mijn ouderlijk huis zo begin jaren '70. Heb ik spijt? Ach, wat maakt het uit. Ik heb net als zo heel veel andere kinderen in die jonge jaren het een en ander achterover gedrukt, maar ben er ook weer keurig mee gestopt. Eens een dief, nooit meer een dief.

Maar ik had het nu natuurlijk wel ultiem goed kunnen maken met mijn vader. Door hem mee te nemen naar het Olympisch Stadion, naar Leonard Cohen, na 'the minor fall' toch alsnog 'the major lift.' Love and hate. Zwart en wit. Maar mijn vader is niet meer. Hij zou nu 86 jaar oud zijn, twee jaar ouder dan het Olympisch Stadion. Niet alle lijntjes komen samen, hoe graag je het misschien ook zou willen.

 
 
Jongetjes en auto's. Het gaat nooit echt over. Kortgeleden biechtte ik op dat ik nu wel 'genezen' ben van mooie, snelle auto's, maar ik heb nog steeds een zwak en in stilte een prachtig gelijnde stille liefde, de Jaguar E-type, made in the U.K.

De E-type is de sportwagen der sportwagens, wat andere jongetjes ook vertellen over de Porsche of Ferrari van hun natte dromen. Het is dus ook niet gek dat de E-type is opgenomen in de tentoonstelling 'British Design 1948 - 2012: Innovation in the Modern Age' in het Victoria & Albert Museum in Londen. 

De tentoonstelling 'British Design' is een onderdeel van de 'Culturele Olympiade' in de hoofdstad, een imponerend web van exposities rond en tijdens de Olympische Spelen die op 27 juli starten in Londen. De toevoeging 1948 - 1912 aan de tentoonstelling is dan ook geen toevallige: in 1948 had Londen ook de Olympische Spelen al, en toen hadden wij Fanny Blankers-Koen.

Of Amsterdam (of Rotterdam, of samen, of de Randstad) net als in 1928 de Olympische Spelen ooit nog krijgt, lijkt me uiterst twijfelachtig. Hoe mooi zou het zijn in 2028, exact een eeuw na 1928, maar gezien de discusssies, de verwarring en het ongeloof in eigen kunnen in dit oneindig laagland, zal het er wel niet van komen.

Toch sneuvelde er zestien jaar voor het startschot al bijna een minister over, en werden de zakkenvullers die een dienstreis en lunches hadden gedeclareerd voor hun werk en voor de olympische missie al op het webschavot geplaatst. Sneller, hoger, sterker? Dacht van niet. Fijn land zo achter de duinen.

In Londen dus weer wel olympisch vuur (dat overigens een Nederlandse vinding is, dat dan weer wel..). Hoog tijd dat ik zelf weer eens ga kijken aan de Thames. Dan ga ik zeker naar Victoria & Albert en naar 'British Design 1948 - 2012.' Tracy Metz schreef er in NRC Handelsblad al een groot artikel over, en dat maakte me nog nieuwsgieriger. Net als naar Picasso in Tate, en Damien Hirst in Tate Modern en nog zoveel meer moois. London Calling to the far-away-towns...

 
 
Geen idee meer hoe de kronkels liepen door mijn hoofd. Misschien kwam het door de pijnstillers, of het was gewoon een klassiek en eigenlijk nogal voor-de-hand-liggend voorbeeld van associatief denken. Hoe dan ook, ik maakte in mijn hoofd een mooie tijdreis naar de dag van toen.

Ik weet nog waar het begon. Bij Toto. De Amerikaanse band Toto uit L.A., die hier ooit grote hits scoorde met 'Hold the Line', 'Rosanna', en 'Africa.' Ik las het bericht dat Toto komende zomer naar Pinkpop Classic komt, het bijprogramma van Smeets' grote Pinkpop, naast andere toppers van toen als Fischer Z, Big Country, en ons eigen Massada dat ooit een hit had met 'Latin Dance.'

In mijn geheugenjungle bleek het maar een klein pad van Toto naar Frits van Turenhout, het fenomeen dat in zwart-wit Nederland op zondag om half 5 via de radio de voetbaluitslagenen de toto-resultaten  tot ons bracht. Zijn claim-to-fame is de vaak geïmiteerde wijze waarop hij soeverein null-null kon zeggen, bekakt bijna, met een aangehouden l, en de 0-0 werd er bijna automatisch interessanter van dan de uitslag sec deed vermoeden.

Toto is er nog, ofschoon hun fameuze drummer Jeff Porcaro al vele jaren in de notenhemel zweeft. Amsterdammer Frits van Turenhout is ook niet meer onder ons. Maar door deze blog heb ik wel iets over hem geleerd. Van Turenhout was een Amsterdammer, uit 1914, een zanger (Fred Starewood), en tot zijn zestigste keepte hij in het voetbalteam van de Omroep Sport- en Ontspanningsvereniging.

Dat is nog eens een voorbeeld en wenkend perspectief voor mij, keepen tot je zestigste, ik kan dus nog wel een aantal jaren onder de lat. Hopelijk hou ik dan af en toe nog eens de null. En als dat dan weer eens lukt, dan loopt die kronkel in mijn hoofd vast naar Frits van Turenhout. Oh ja, en het grootste succes als zanger had Starewood met 'Zij had een wipneus en een kersenmond.' Toen was dat ongetwijfeld heel serieus. Nu zou het wel heel erg camp zijn..

 

Touch me

03/22/2012

0 Comments

 
Six. Een gekende naam in Amsterdam. De familie Six was een van de invloedrijkste families in de hoofdstad. Maar de 'roots' liggen elders, in de Zuidelijke Nederlanden. Six is dus het Franse zes, en niet het Engelse. Na de val van Antwerpen in 1585 kwam het Hus Six naar Amsterdam om er nooit meer weg te gaan.

De familie Six is al vier-en-een-kwart-eeuw verbonden met Amsterdam en met bestuur en kunst. Jan Six I was regent en schrijver, Jan Six II was burgemeester, en generaties na hen waren politici, archeoloog, kunsthistoricus, verzetsstrijder en - zoals nu Jan Six - kunsthandelaar.

Jan Six - de eerste - werd in 1654 prachtig en machtig vereeuwigd door Rembrandt. Het prachtwerk was in 2010 uit de collectie van de Six-familie een tijd in het Rijksmuseum te zien. Huis Six was bestuur en kunst, en de kunsthandelaar Jan Six die nu handelt vanaf de Herengracht, groeide op tussen de kunstcollectie van zijn familie met daarin het prachtige portret van zijn voorvader.

In Het Parool in 'geld moet rollen' vandaag Jan Six die met passie praat over kunst, verzamelen, verdienen, liefde, kijken en de familie en de toekomst. Over zijn obsessie met de Vijfde Symfonie van Beethoven waar hij 32 uitvoeringen van had, en het orgeltje van Ray Manzarek van The Doors in het intro van 'Touch Me' van The Doors, de huwelijksmuziek van Jet en Jan Six.

Verwijzend naar de voorvaderen geeft Jan Six aan dat hij nu 'gewoon geld moet verdienen en belasting moet betalen', iets wat een aantal generaties eerder niet zo nodig was. Andere tijden. Oud geld, nieuwe realiteiten.

Maar wat niet veranderd is, is de familietraditie dat de oudste zoon van de oudste zoon het beheer over de kunstcollectie Six in het huis aan de Amstel overneemt. Daarvoor staat Jan Six nu in de grondverf.

En toen ik het stuk van en over Jan Six las en de Franse achtergrond vond, schoot me ineens de naam van Didier Six te binnen, veelvuldig Frans voetbalinternational, grillig aanvaller, in 1984 met het Franse team in eigen land en met Michel Platini Europees kampioen, en sinds kort bondscoach van Togo. Zo kan het ook gaan.
 
 
André Ooijer stopt bij Ajax. De bijna 38-jarige verdediger hangt aan het eind van dit seizoen zijn profkicksen aan de wilgen. Niemand zal van dit bericht vandaag in de media hebben opgekeken. Behalve ik. Want André Ooijer en ik hebben een speciale band. Alleen weet Ooijer daar niets van. 

Het zal rond 1993 zijn geweest. In een nabrander van mijn nooit echt goed van de grond gekomen keeperscarrière, werd ik op een veredeld kroegenvoetbaltournooi alsnog en op de valreep gescout door trainer Rob Uytermerk die mij verleidde om tweede keeper bij vv Animo (het latere en inmiddels overleden Xanthos) te worden.

En zo geschiedde het toch en alsnog dat ik net wat jonger dan Ooijer nu nog hoog in het zondagse amateurvoetbal terecht kwam en daar voor enkele zilverlingen het genoegen mocht smaken van betaald voetbal. Niet dat ik veel aan spelen toekwam. Voor mij als eerste doelman stond de van FC Haarlem afkomstige Marcel Oost, en die verdiende niet voor niets flink wat meer dan ik, al was het maar omdat hij van verder moest komen. 

Animo speelde toen in de zijtuinen van Ajax, vlakbij Zeeburgia, onder de rook van De Meer. De banden met Ajax zullen goed zijn geweest, want naast een bekerwedstrijd tegen het 2e van Ajax (met een toen net weggedegradeerde Stanley Menzo) mocht ik ook mijn minuten maken tegen spelers die het nog zouden gaan maken en spelers die het niet gingen halen.

Ik werd gekgetikt door de maat 52 van Nwanko Kanu, net uit Nigeria geplukt, een slungel met elastieken benen en met beweigingen die ik als ervaren keepersrot echt niet kon volgen. En er was een bleke, spichtige, lange rechtsback. Ik had nog nooit van hem gehoord. Het bleek André Ooijer te zijn. 'Hé, Ooijer, korter', klonk het, en 'Tsjezusss, Ooijer, kom nou..'. 

Amsterdammer Ooijer haalde het niet. Maar via Volendam, Roda JC, PSV (2x) en Blackburn Rovers kwam hij in 2010 via de achterdeur toch nog bij Ajax binnen als 12e man, de ervaren rot voor als het nodig is. Ooijer was geen groot talent, maar heeft het maximale uit zijn carrière gehaald, zo schat ik, en dat is iets dat ik niet kan zeggen. En hij speelde ook nog even 55 interlands. Dat kunnen toch ook niet echt veel spelers hem nazeggen.

'André Ooijer, daar heb ik nog tegen gespeeld.' Dat was mijn zinnetje en mijn bruggetje naar mijn eigen voetbalverleden. Ik - ja, jullie papa - had nog tegen de Ajax-mannen gespeeld, en die Oojer, die spichtige, die speelt nu nog steeds, en weer bij Ajax. Maar nog heel even maar. Dan is het klaar. En dan kan ik niet meer naar die Ooijer wijzen. Dan kan ik echt alleen nog maar zeggen dat ik zaterdag toch best behoorlijk heb gekeept tegen Swift 8, of dat er tegen Argon 6 echt geen houden aan was. 

Frank de Boer heeft respect voor de keuze van Ooijer om te stoppen. Hij was volgens De Boer 'de aanvoerder van de kleedkamer.' Die hebben wij bij SC Buitenveldert nu dus weer niet. Maar ja, amateurs. Ik zal André Ooijer gaan missen, dat begrijp je...
 
 
 
Oranje gaat op zwart. In uitwedstrijden speelt het Nederlands voetbalelftal voortaan in het zwart, de kleur die vroeger was voorbehouden aan de scheidsrechter. Het zwart - met toefjes oranje - vervangt het traditierijke witte shirt met rood-wit-blauwe V dat een eerbetoon was aan het tenue dat het eerste Nederlandse team droeg in 1905.

Dat voetbalverleden gaat overboord in de nieuwe styling van Nike. De nieuwe zwarte lijn heet 'nieuwe meesters' en grijpt daarmee terug op een nog veel ouder fenomeen: de grote schilders van ooit, oude meesters als Rembrandt van Rijn en Johannes Vermeer.

Want de halfgoden van nu zijn volgens Nike de nieuwe meesters, en het huidige elftal boezemt zoveel ontzag in bij tegenstanders dat het krachtige zwart de status van dit Oranje ook visueel moet onderstrepen. "Daar past zwart, dat een krachtige en autoritaire uitstraling heeft, goed bij", aldus Nike.

En dat is goed gezien. De autoritaire fascisten van Mussolini werden niet voor niets zwarthemden genoemd. 'Onze eigen' NSB was ook niet vies van zwart. En dan zwijgen we nog maar over de SS. Gelukkig geeft Nike aan er goed over nagedacht te hebben, veel research te hebben gedaan, en de nodige Oranje-spelers te hebben laten meedenken. Dus dat zit wil goed. 

De kleur van de dood, het krachtige, autoritaire zwart. Ik weet het niet. Het is even wennen, zullen we maar zeggen. Misschien is het ook wel om onze eigen angstduivels te bestrijden. Deze zwarte pakken zijn immers alleen voor uitwedstrijden, thuis blijven we trouw aan oranje.

Of misschien heb ik gewoon de pest in en ben ik jaloers. Want Nike komt wel weg met die ´nieuwe meesters´, terwijl ik als krullenjongen/marketeer bij Het Nationale Ballet ooit werd teruggefloten voor een advertentie waarin ik het internationaal vermaarde choreografentrio Van Dantzig-Van Manen-Van Schayk de ´Hollandse meesters van de 20e eeuw´ noemde. 

Die advertentie heeft het nooit gehaald.´Dat roepen we niet over onszelf´, was de uitleg van artistiek directeur Rudi van Dantzig. Die al dan niet valse bescheidenheid is bij dit zwarte Oranje ver te zoeken. Van der Wiel, Van der Vaart, Van Persie, het zijn de nieuwe Hollandse meesters, internationale grootheden, met binnenkort de bijpassende autoritaire uitstraling van een team dat hoog in de rankings staat maar pas één keer echt wat heeft gewonnen, en dat is ook al weer 24 jaar her. Ach ja, oude meesters.

Oh ja, ik vind de shirts best mooi...

 

JC

02/23/2012

7 Comments

 
De dood had al een tijdje terug hard en langdurig aangeklopt, maar het overlijden is toch altijd een moment van schrik, het gevreesde wordt definitief. Zoals vandaag voor Jan Carmiggelt, 68 jaar pas, en nu op weg naar de eeuwige voetbalvelden.

Ik kende Jan eigenlijk nog niet zo lang, een seizoen of drie, ik ben een late toevoeging aan het elftal van SC Buitenveldert zaterdag 3 dat al eeuwen lijkt te bestaan en dat van vader op zoon of neef en vriend over gaat.

Jan was technisch directeur, duvelstoejager, spiritueel leider, voorganger, aanjager, commissaris en wat al niet, en dat alles onbezoldigd en uitermate vrijwillig. Een hele oude jongen, of een hele jonge oude man, guitig, stout, dwars, licht recalcitrant, het soort man dat je ook direct enorm mist.

We waren straatgenoten, en dat kwam voor een verre uitwedstrijd goed uit toen ik geen auto had. Ik stapte naast Jan in zijn antracietgrijze Volvo Station, het jaren '80-model dat het zo lang zo goed deed in de betere Amerikaanse suburbs, ideaal gezin met twee kinderen en labrador.

Maar die auto was meer een rijdende asbak, binnen twee minuten was ik weggapaft en uitgerookt en moest mijn raam hoognodig open. Jan rookte als een een kudde ketters op een brandstapel, en spoelde het graag weg met witte wijn, bij verlies uit troost, bij winst uit euforie.

"Hé, fijne knul", was een standaard Jan Carmiggelt-begroeting die altijd voelde als een handwarm bad. Op onze leeftijd en met onze cv's moet het voetbal vooral heel erg leuk zijn, en daar heb je vooral heel veel leuke mensen voor nodig. Mensen zoals Jan Carmiggelt, onze eigen JC.

Dus staan er direct prachtige pareltjes met warme woorden op de mail. Jaap schreef net "God rukkerderukt altijd eerst de mooie mensen weg. Ik kan zaterdag in de kleedkamer op De Toekomst er zo een paar aanwijzen die Hij voor mijn part in een hele bundel tot zich had mogen roepen." Maar het werd dus Jan. Lege handen.

Bij Frits blijft "eeuwig in zijn hart na een wat uit de hand gelopen voorbereidingsdiner bij de Italiaan in de Jacob Obrechtstraat waar Jan als oppepper voor de slechts acht uur later te spelen uitwedstrijd tegen RKAVIC uitriep, ‘mannen, morgen de gehate kathoilieken’."

Jan is niet in het harnas op de middenstip gestorven, maar wel nog heel lang blijven komen naar zijn 'cluppie' waar het niveau zich iets te vaak naadloos leek aan te passen aan de wankele toestand van Jan.

Nu het laatste fluitsignaal. Er is verdriet en vreugde. Zoals het gaat als het goed is. De netten hangen halfstok. Ons wachten nu de grootste uitdagingen: zaterdag van de Veteranen van Ajax winnen. Voor Jan. Voor die fijne knul. En volgende week nemen we afscheid. Voorgoed. Maar de bank blijft warm.

 
 
Morgen mag Ajax op het heilige gras van Old Trafford proberen een 2-0 achterstand op Manchester United goed te maken. Het zal niet lukken. De ploeg van manager Alex Ferguson is - in welke samenstelling dan ook - een flinke maat te groot voor Ajax.

De glorie van United is groot, maar hing ooit aan een zijden draad. Op 6 februari 1958 stortte een toestel met team en entourage van United te pletter op de besneeuwde startbaan van het vliegveld van München. Ruim 20 mensen vonden de dood, waaronder 8 spelers. Onder hen het talent aller talenten Duncan Edwards die 15 dagen in een ziekenhuis van München voor zijn leven vocht maar toch verloor.

Het team van United in 1958 heette liefkozend 'Busby's Babes', de kinderen van manager Matt Busby, een jong en zeer getalenteerd elftal dat furore maakte in de Britse competitie. Na de ramp van München dacht iedereen dat het voor heel lang gedaan zou zijn met Manchester United, maar Busby - die de ramp ook maar net overleefde - bouwde een nieuw elftal dat in de tweede helft van de jaren '60 ook weer furore maakte met George Best, Dennis Law enook  routinier Bobby Charlton, survivor van de vliegramp.

Britten en München. Het klikt niet. Twintig jaar voor het drama van Manchester United was de Britse premier Chamberlain bij Hitler op bezoek en liet zich daar een rad voor ogen draaien. Vanuit München vloog hij terug naar Londen waar hij met een papiertje zwaaide en verklaarde dat hij 'peace in our time' had gered. Een krap jaar later viel Duitsland Polen binnen. De rest is bekend.

Het toestel met Manchester United aan boord verongelukte twee dagen voordat ik werd geboren. Behalve ik heeft niemand daar iets aan. Maar het plaatst de ramp van en voor United voor mij in de tijd. Net zo goed als de speciale klok bij Old Trafford altijd de datum 6 februari 1958 aangeeft.

Ruim een halve eeuw na München herdenkt en eert Manchester nog steeds zijn gevallen helden, zoals op de foto uit 2008, 50 jaar na de ramp, en het tijdstip van 3.04 pm, het moment dat het vliegtuig weer niet los kwam en te pletter stortte.

De klok is 'bevroren' op die 6e februari 1958. De club zelf is natuurlijk verder gegaan, hoe moeilijk dat ook was in de jaren na de ramp. Het geeft het woord United uit de naam alleen maar nog meer lading. 
 


Copyright en privacy