BBK/Door Vriendschap Sterker
Hét communicatie- en mediabureau voor maatschappelijke merken en trends

Ons adres:

Posthoornkerk
Haarlemmerstraat 124 A
1013 EX Amsterdam
Postbus 14551
1001 LB Amsterdam
Telefoon: 020 305 94 44
Fax: 020 305 94 22

Mail BBK

 
Met chocoladeletters kopte De Telegraaf dat het Lenteakkoord was uitgelekt. Dat nieuws leek belangrijker dan wat dat akkoord behelsde. Lekken boven inhoud. Maar nieuws kun je dat toch niet meer noemen. Alles lekt uit. Dus wat is het nieuws nog?

Vroeger was lekken leuker. Dan moest je iets influisteren in een willig oor in een donkere steeg. Toen kwam het kopieerapparaat en werden geheime rapporten in neutrale verpakking in een postvak gelegd. Er was vast altijd wel een hoger doel mee gediend. Maar nu? Alles lekt. Dus is het geen lekken meer.

Vroeger lekte er niets uit. Het was al mooi als iets nieuws werd. Voordat het verhaal van Jezus en zijn uiteindelijke hemelvaart wereldwijd bekend werd, waren we toch wel een paar eeuwen verder. En toen Afonso de Albuquerque in 1503 een vulkaanpuist tussen Afrika en Zuid-Amerika ontdekte en met een blik op de kalender Ascension (hemelvaart) doopte, was dat ook geen 'breaking news.' Het enige dat waarschijnlijk lekte, was het schip van de Portugese zeeman.

Het was een bijzondere tijd waarin de wereld in zijn volledige omvang werd ontdekt, in kaart gebracht en benoemd. Sommigen zoals De Albuquerque vernoemden hun ontdekking met enige nederigheid naar mooie kerkdagen, en zo hebben we dus op de wereldkaart Ascension, Christmas Island, en het door Jacob Roggeveen op paaszondag 5 april 1722 ontdekte Paaseiland. 

Roggeveen had het natuurlijk ook gewoon Roggeveen Island kunnen noemen, en dan was hij in de schier oneidinge lijst gekomen van Tasman, Hudson, Magelhaes en Brazza(ville). Roggeveen overleefde in ieder geval zijn reis, iets wat toen niet echt gebruikelijk was maar zelden uitlekte of de kranten haalde.

Wat pas later de kranten haalde, was het complex aan ongeoorlooofde en criminele acties van de Plumbers (de loodgieters) van The White House van Richard Nixon. Om afzetting en strafvervolging te voorkomen, trad Nixon op 9 augustus 1974 af.

De loodgieters van het Witte Huis moesten het lekken van allerlei vertrouwelijke informatie naar de media zien te stoppen. Vanavond op Canvas de documentaire 'The Most Dangerous Man in America' over 'The Pentagon Papers' en Daniel Ellsberg, het begin van de chocoladeletters voor Nixon en zijn politieke hemelvaart.

 
 
Of het nu ruim tien jaar geleden is - 9/11 - of bijna een eeuw - de Titanic - rampen, aanslagen, veldslagen en natuurgeweld blijven ons fascineren en bezighouden. Nu in de aanloop naar de herdenking van'het eeuwfeest' van de ondergang van de Titanic, vullen de media zich met nieuwe verhalen en mogelijke redenen waarom het onzinkbare schip toch zonk.

Maar wat fascineert dan toch zo? Het is op enkele dagen na een eeuw geleden, en toch kent nog steeds iedereen de Titanic. Het was toen het grootste schip ter wereld, het kon niet zinken, en toen was er die ijsberg, en later nog Leonardo diCaprio, en de verhalen over het orkest dat maar doorspeelde ('the band played on') en de mythe dat vrouwen en kinderen eerst mochten en mannen 'met graagte' hun leven gaven.

En 9/11 was al erg genoeg, maar de aanslagen in 2001 voedden ook nog eens allerlei complottheorieën die nog steeds vrolijk over het internet vliegen. Ik heb het boek van Foer nog niet gelezen, de kritieken zijn niet overweldigend, en ik heb iets tegen Tom Hanks, maar ik wil zeker en beslist naar de film 'Extremely Loud and Incredibly Close', zo mooi geadverteerd als 'This is not a story about September 11th, it's about every day after.'

Gisteren was het in Amstelveen ook even flink schrikken toen er groot alarm was gegeven voor een vliegtuig van het Spaanse Vueling dat een probleem had en laag over de stad richting Schiphol terugkeerde. Waarschijnlijk schoot bij menigeen de ramp met het El Al-toestel weer in het actieve geheugen, maar gelukkig stond de Airbus weer snel en veilig op de grond.

Volgens mij was het National Geographic dat een tijdlang de reconstructiedramaserie 'Seconds from disaster' uitzond, over grote rampen en aanslagen en hoe ze in elkaar staken en in een terugtikkende tijdlijn. En ofschoon je de uitkomst altijd al wist, was het fascinerende afteltelevisie.

Rampen en ellende fascineren ons mateloos, we willen weten hoe het zat en ging, wie er waren en wiens fout het was, of wie de dader was, in een vermetele maar ook zo zinloze poging om het onbegrijpelijke toch een beetje te kunnen begrijpen. En te hopen en desnoods te bidden dat het onszelve niet zal overkomen.
 
 
Het was een genante dag gisteren. Job Cohen vertrok. Dat leek iedereen beter. Maar het was voor zijn partijgenoten het signaal om een onbeschaamd potje te gaan janken over het vreselijke politieke klimaat waarin een zo integere man als Job Cohen natuurlijk niet goed kon functioneren. Mag ik een teiltje?

In DWDD van de vrienden van de VARA waren de messen gisteren tevoren al geslepen om het irritante rotjoch en plaaggeest Rutger Castricum van Powned te castreren. Wat een ranzig ruikende morele suprematie en gelijkhebberij kwam door over de buis, met Cohenfluisteraar Felix Rottenberg in een dubieuze rol. Je zou zomaar gaan begrijpen waarom zoveel mensen een pesthekel hebben aan de PvdA. Brrrr.

Het was een doorzichtig staaltje vluchtgedrag van een partij in stuipen en krampen. Maar het was ook wel heel erg Calimero: zij zijn groot en ik is klein, en dat is niet eerlijk. Tsja. Ach en wee. Wonden likken. En voorwaarts. Maar waarheen, en waarvoor?

Ook bijzonder vluchtgedrag is er bij luchtvaartmaatschappijen en luchthavens. Welkom in de wondere wereld van de ondoorzichtige gebakken lucht van vliegtickets. Het Parool had er vandaag een aardig stukje over. Met als kop 'Vliegen wordt duurder' gaf Het Parool een klein inkijkje in ticketprijzen en de stapel aan toeslagen die de prijs van het eigenlijke ticket verre overschrijden.

Voorbeeld? Met de KLM naar Londen-Heathrow volgende maand kost € 28, maar u rekent toch echt € 127,98 af. Brandstoftoeslag, veiligheid, huizenisolatie, het is een bijzonder soort financiële tombola vol ondoorzichtigheid en gerommel.

Maar ja, we zijn inmiddels verslaafd aan vliegen, dus we pikken alles, van ondoorzichtige tarieven tot schandelijke veiligheidscontroles, oeverloos wachten, en slechte service. Als de Wright Brothers dat hadden geweten, waren zij dan ooit opgestegen bij Kitty Hawk, North-Carolina?
 
 
Vrijdag. Een paar uur sneeuw, en Nederland is op kookpunt. Fascinerend. Alles loopt mis en vast, maar waar we superlange filestress en geannuleerde vluchten als een natuurlijk gevolg zien, daar hebben NS en ProRail het gevreten. En de hardste jankers zitten in Den Haag. Onze volksvertegenwoordigers. Lekker scoren.

Zwarte Pieten is een nationale sport. KNMI krijgt op de kloten als extreem weer niet goed is voorspeld, de ANWB als de oproep om de auto te laten staan onnodig bleek, en de NS en ProRail (vroeger één) als wisselstoringen en ander ongerief de dienstregeling van de B.V. Holland verzieken.

Er is altijd iets of iemand die 'het' gedaan heeft. We accepteren geen overmacht of natuurgeweld, een 'beetje organisatie' kan dat allemaal prima aan. En daar janken we dan weer van journaal tot journaal over,  en wordt zelfs de NS-directeur geschoffeerd door Sacha de Boer. Ook de journalistiek is dan het spoor bijster.

A.H. Jacobs schreef een mooie ingezonden brief die Het Parool vandaag plaatste. Hij (?) vindt alle vertragingen en gedoe op en rond het spoor ook heel vervelend, maar vindt ook dat we niet zo hypocriet moeten doen. We moeten er meer geld voor over hebbben, maar dat hebben we niet. En die Haagse politci die om het hardst krijsen, zijn degenen die de budgetten bepalen. Waarom stoppen we die geen sneeuwbal in de nek?

Mensen maken fouten. Een verkeerde wissel. Vraag het Sven Kramer. En wij gillen dan 'hoe is het mogelijk?' Ik roep dan altijd maar dat het wonderbaarlijk is hoeveel er goed gaat op een dag. Dat is een wonder. En het is dus geen wonder dat er af en toe iets of veel mis gaat. Dat we daar niet tegen kunnen, is een heel ander probleem dat heel veel over onszelf zegt.
 
 
Het is echt je reinste escapisme, maar ik moest wel. Ik heb in deze barre ijstijd (- 22,3 C vannacht...) enorme behoefte aan zonninge verhalen, dus het artikel over Mauritius 'Geen dodo, geen backpacker' van Thijs Heslenfeld in Het Parool kwam als geroepen. 

In Mauritius is het nu zomer. Dat is al gekjaloersmakend. En ik heb zo het idee dat het er vrij parmenet zomer is en dat ze er nog nooit van Jaap Eden, Reinier Paping en Ard en Keesie hebben gehoord. Terwijl ze toch hele oude banden met Nederland hebben.

Na het ronden van Kaap de Goede Hoop, was Mauritius een logische stop op weg naar de Oost (en v.v., uiteraard) waar we specerijen en rijkdom haalden die ons de Gouden Eeuw opleverden. Maar het was ook die V.O.C.-mentaliteit die de dodo de kop kostte. In enkele decennia was deze wat sullige ogende, nietsvermoedende grote ganskip uitgemoord en uitgestorven.

Zo staat de dodo symbool voor wat de mens aan kan richten als hij even zijn best doet. En de dodo is nu synoniem voor sul, mijn vader had het wel eens over een dooie vissiesvreter of dooie dodo, en als je dat was, dan kwam er echt niets behoorlijks uit je vingers. Maar wat ik me bij een dappere dodo moest voorstellen, daar had ik echt geen idee van.

De dodo heette ook wel Walgvogel of Walghvogel - Jan Wolkers vond het titelwaardig voor één van zijn boeken -, de Portugezen hadden het over de doudo, een simpele, stomme vogel met een belachelijk voorkomen. Het lijken wel excuses om de sul definitief de nek om te draaien. Zo lelijk, weg ermee.

En dan was er nog Boudewijn Büch en de dodo. De documentaire over zijn leven en werk heet niet voor niets 'Boudewijn Büch - de dichter, de dodo en het demasqué'. De dodo is niet meer, maar leeft toch al heel wat eeuwen voort. Zo'n sukkel was het dan toch ook weer niet...
 
 
Vrouwen zeggen dat mannen gek zijn op lijstjes. Ik kan het niet bestrijden. Ik ben inderdaad gek op lijstjes. Ik maak ze zelden af, maar ken de aantrekkelijkheid van richting en duiding en ordening, van opruiming in je hoofd. Als je een top 10 of een top 2000 van je favoriete muziek kunt maken, dan plaats je je eigen kasten vol noten in perspectief. Zoiets.

Ik kijk dan ook altijd heel fluks even naar het rubriekje 'Onbewoond eiland' in Het Parool waar iemand moet aangeven welke vijf platen (jawel, vinyl volgens mij) hij of zij mee zou nemen bij verbanning naar een nog niet ontdekte Lofoot, Hebride of Marshall Island. 

Wat neem je mee, wat laat je achter? Als je er maar vijf mee mag nemen, dan wordt het wel zweten en heel scherp selecteren. Het is het omgekeerde van wat een top 2000 van je verlangt. Daar kun je alles in kwijt wat je mooi vindt, maar die krijg je eigenlijk nooit af. 

Vandaag verban ik mezelf naar Hubastunavu, en wat neem ik dan mee? Wat kan ik op een onbewoond eiland naast de rollende zee en de ruisende palmbomen of de schreeuwende meeuwen en de depressief makende winterstormen verdragen? 

Indachtig mijn stellige overtuiging dat je smaak en geheugen heel sterk worden gevuld en gevoed zo tussen je 12e en 25e jaar, is het niet zo gek dat ik teruggrijp op muziek uit de jaren '70. Ik neem in ieder geval 'Desperado' van The Eagles mee, hun thema-album over cowboys, outlaws, en how the West was lost, en het laatste album voordat de versterkers echt werden opengedraaid en desperado's miljonair werden; "Whatever happened to Saturday Night..." 

Natuurlijk moet Bach mee, maar wat dan, en wat niet, en ik wil janken bij zwaarmoedige Russen, fluiten bij Dvorak die landt in 'De Nieuwe Wereld', maar met het mes op de keel in de afdeling klassiek dan toch maar en volhartig de Derde'- 'Schotse' - Symfonie van Mendelssohn, de opening is onweerstaanbaar zwaarmoedig, en trekt door merg en been. 

The Eagles. Felix Mendelssohn-Barholdy. Dan kan The Clash ook wel mee. Weinig albums zijn zo energiek, zo electrisch en eclectisch geladen, en zo vol met de grote stad en muziekstijlen als 'London Calling', waarvan het titelnummer zomaar op nummer 1 of 2 zou kunnen zijn op dat niet-bestaande lijstje van 'Beste Single aller tijden.'

En heel afgezaagd - tsja, zeg dat maar eens over zo'n meesterwerk - gaat 'Sgt. Pepper' van The Beatles mee, een revolutionair album dat staat als een monument van de geestverruimende en experfimentele muziekkunst van toen, en toen is dan alweer bijna een halve eeuw oud. 'A Day in the Lifé.'

Voorspelbaar? Maybe. Maar deze is dat niet. The Strawbs. 'Grave New World'. Ook een thematische plaat, uit 1972, van een Britse groep die bruggen sloeg tussen folk, folk-rock en symfonische muziek, een prachtalbum in geluid, in vorm en concept, in vormgeving en uitklapdrieluikhoes, en in het prachtige boekwerk dat het album nog meer een middeleeuwse geur en kleur gaf, licht mysterieus, echt een plaat uit het land van Excalibur, Stonehenge, King Arthur en The Three Witches. 

Nu opschieten, ik moet m'n boot halen. Ik ga in ballingschap. Hubastunavu, here I Come...
 
 
 
Najaar 2010 was hij er opeens. Henk Bleker. Uit het niets verschenen. Waarnemend partijvoorzitter van het CDA in formatietijd. Met kracht ontkende hij dat hij in het hele formatieproces een plek voor zichzelf in het kabinet wenste. En wie werd er dus staatssecretaris van economische zaken, landbouw en innovatie? Precies. Henk Bleker. 

Henk Bleker is een fenomeen. Niet ondanks, maar vooral dankzij zichzelf. De man uit Onstwedde heeft dan ook een kwaliteit die hem vleugels geeft: Henk Bleker is dol op zichzelf. De ponyfokker laat geen gelegenheid voorbij gaan om Henk Bleker nog steviger op de politieke kaart te zetten. Hier is Henkie Bleker.

En net zoals Henk Bleker voor zichzelf geen post in het kabinet-Rutte wilde, wil hij nu ook geen partijleider worden. "Ik heb daar grote twijfels over, dus waarom zou ik daarover nadenken?", zo liet Bleker het volk weten. Hij had het ook over een kar die hij niet wilde trekken maar wel duwen, zodat de wielen niet in de modder bleven steken, en dat het maar beter een vrouw kon zijn. Afijn, u begrijpt: Henk Bleker staat te popelen.

Als straks 'Mauro. De Musicial' wordt gecomponeerd, dan zal er een mooie rol voor Henk Bleker zijn. De briefjesschuivendestaatssecretaris. Of Mauro niet lekker mee wil naar voetballen, de andere hobby van Henkie. Maar als Henkie echt gas geeft, dan komt er misschien nog wel eerder 'Henkie. De Musical', en dan is er vast ook wel een rol voor Barbara Rijlaarsdam.

Henkie Bleker is een hele bink, en een hele bink heeft natuurlijk ook een fijne partner. Sinds kort heeft Bleker een relatie met NRC-journaliste Barbara Rijlaarsdam. Moet kunnen, hoor ik u denken. Zij is 26, hij is 58. Nou en, verzucht u dan. In het liedje 'Het werd zomer' van Rob de Nijs was ik (hij dus) 16 en zij 28, hij dus minderjarig en zij net iets ouder dan Rijlaarsdam. Van dat nummer gingen er ook tienduizenden over de toonbank, dus niet zeuren over Henkie en zijn journaliste.

En toen Henkie deze week naar Berlijn reisde om Frau Antje (Antje pikantje) te knuffelen op een grote landbouwmarkt, bleek zijn partner ook in het vliegtuig te zitten. Dat hebben de departementen liever niet, tenzij die partner ook nadrukkelijk is uitgenodigd. En dat bleek het geval. Volgens Henk. Dus dat zit goed, dat weet je gewoon.

Henkie Bleker komt overal mee weg. Net als Job Cohen toen hij burgemeester te Mokum was. Mister Tefal werd hij toen genoemd. Niets bleef aan hem kleven. En dat is bij Bleker net zo. Dus die komt nog ver. Nog veel verder dan hij nu al niet wilde. Hij is toch zeker gekke Henkie niet..!?
 
 
Het gaat goed met Amsterdam, ondanks zichzelf. De Grachtengordel, de topkunst en onze laissez-faire met weed en Wallen werken als magneten op een imposante horde toeristen. Rembrandt, rondvaart, jointje, zonnebloem, en heerlijk helder Heineken. Life is good. I Amsterdam. You too?

Maar ja, al dat gedonder met die musea. Er is al hopeloos veel over geschreven, geklaagd en gezeurd. En net nu de heropeningen van het Stedelijk Museum en het Rijksmuseum toch nog ergens in ons leven gaan plaatsvinden, is er de komende tijdelijke sluiting van het Van Gogh Museum. M'n oor er af als het niet waar is. Wat een gelazer.

Crisis dus weer in Mokums paradijs, en zo zal een deel van de huiscollectie van het Van Gogh Museum tijdelijk verkassen naar de Hermitage. Maar dat overbrugt niet de zeven maanden sluiting van het Van Gogh. Dus paniek, en overleg en veel gebel, want Amsterdam kan niet nog een museale schandvlek gebruiken.

Je zou er toch zo maar museumpleinvrees van krijgen, van die ongehoord onverschillige ach-zeur-toch-niet-mentaliteit die onze stad zo teistert. Niks is een probleem, want we zijn zo bijzonder. Duhhhhh. Noblesse oblige, heet dat. En niet de arrogantie van dat bepalen wij wel en wat zeur je nou.

Het gaat goed met Amsterdam. Leuke stad. Vrijhaven van vrijzinnigheid en creativeiteit. Maar ook vaak zo slordig, slonzig en rafelig. Niet geïnteresserd in de simpele zaken des levens die het bij veel mensen toch zo goed doen.

Wij zijn pathetisch, van het grote gebaar, maar spreek ons er niet op aan, dan wenden we ons af van de zeurders en de klagers. Jammer. We zijn een grote stad, of misschien toch maar een kleine stad, want we gedragen ons zo vaak als een dorp. En ondanks dat mummel ik 's nachts: geef mij maar Amsterdam..!
 
 
Amsterdam is een razend populaire bestemming. Afgelopen jaar mocht de stad zo'n 12,5 miljoen bezoekers verwelkomen. En dat worden er nog veel meer volgens Wim Pijbes, directeur van het Rijksmuseum. In 2013 zijn Stedelijk Museum en het Rijksmuseum eindelijk weer open, en viert de hoofdstad 400 jaar grachten. Dan wordt het dringen.  

De cultuurbezoekers met veel 'spending power'. Amsterdam ziet ze graag komen. Net zo als ze de hotelloze Britse comazuipers graag ziet wegblijven. En dat laatste is nu ook aan het gebeuren. Britten gaan voor hun drankgelagen en 'stag parties' (vrijgezellenfeesten met een afloop die niemand zich herinnert) steeds vaker naar Praag en de Baltische staten. Daar is het bier (nog) goedkoper, en met hun sterke Pond kunnen zij het zich nu veroorloven om met de EasyJet's over ons heen oostwaarts te vliegen. 

Er was al lang veel gedoe over met name Britten die het oude stadshart onveilig maken en onderkotsen. Het gaf de toch al niet zo romantische Wallenbuurt nog een extra push neerwaarts. Nu de Britten bier voor hun geld kiezen, lijkt de wal het schip te keren.

En wie dacht dat die hordes kortgeschoren, schreeuwende, in voetbalshrtjes geperste of in blote torso's rondzwalkende jongens eigenlijk best lieverdjes zijn die er nodig even uit moeten, die moet eens in Engeland zelf gaan kijken, in het stadshart van Newcastle, of Leeds, of Cardiff, of noem al die leuke steden maar op waar de Britse jeugd - zo vanaf een jaar of 12, helemaal los gaat. Je weet niet wat je ziet en hoort en meemaakt. Rare jongens, die Britten.

Drank is een enorm probleem in Engeland. Er wordt enorm gezopen. En op steeds jongere leeftijd. Alcoholverslaving is erfelijk, net als werkloosheid en mishandeling, in en buiten het gezin. Kinderen vanaf 10 jaar drinken al, vaak gestimuleerd door hun ouders, zo er al twee van zijn. Dan hebben we het niet over een nip of een slokje hier en daa, maar al om 10 tot 20 glazen per week. Kun je nagaan wat een beetje Liverpool-supporter op een weekendje Amsterdam naar binnenslaat. 

Wij wensen Praag vele happy hours met deze Britse invasie. Wat bladerend kwam ik ook nog een bijzondere reportage over Salou tegen waar duizenden Britse scholieren eenweek lang ongenadig huis hadden gehouden. Tsja. Ik ben niet zo van grenzen dicht. Daar hebben we andere grote denkers voor. Maar als Amsterdammer vind ik het wel prima dat de Britten die komen iets meer interesse hebben in Van Gogh en Hobbema dan in Heineken. Cheers, mate.

 
 
Sommige mensen worden in een verkeerd lichaam geboren, andere in een verkeerde tijd. De Britse schrijver en bioloog Redmond O'Hanlon leeft anderhalve eeuw te laat. Hij had ontdekkingsreiziger willen zijn. Nu mag hij bij de VPRO in 'O'Hanlons Helden' in hun voetsporen stappen.

Oh, wat had O'Hanlon er graag geweest toen ontdekkingsreizigers en avonturiers naar de wildste uithoeken en de koudste plekken op aarde trokken om de vaak nog zo maagdelijke kaarten in te vullen en hun namen in de geschiedenisboeken te krijgen. Maar nu dat doodeenvoudig niet kan, reist hij hen dan alsnog maar achterna.

Zo zag ik O'Hanlon in de voetsporen van de Russische ontdekker Nikolai Przewalski, wiens naam bij ons vereeuwigd is in paarden (graag gebruikt in het nationaal dictee), maar die in zijn eigen Rusland als een grootheid wordt vereerd. Zoals zovele ontdekkers was Przewalski een raar heer. Zelfs zijn biograaf kon niet wachten op het moment dat hij de schietgrage Przewalski op papier dood kon laten gaan.

Przewalski leek als een aantal druppels op Stalin, en dat bracht veel Russen er toe om in de jaren '30 te geloven dat de ontdekkingsreiziger de opa van vadertje Stalin was. Leuke propaganda, en Stalin liet het zich graag aanleunen. Maar waar Stalin inmiddels op de mestvaalt van de geschiedenis ligt, leeft Przewalski voort, ook als paardenmodel.

Redmond O'Hanlon reist in zijn heldenzoektocht naar Rusland en vindt daar de vrouw die het archief van Przewalski beheert. Zij is dol - wat heet, smoorverliefd - op de grote dode Rus. Vragen over de vermeende homoseksualiteit van de supermacho doen het dan ook niet echt goed bij haar.

Een andere bijzondere ontmoeting is met de kleinzoon van Stalin, een homoseksuele theaterregisseur die de achternaam Stalin maar niet meer gebruikt. We zien hem bij repetities van 'De Meeuw' van Tsjechov.

Deze Stalin die geen Stalin meer heet, heeft te veel gezien en meegemaakt. Het brengt hem tot de snerpende conclusie dat 'iedereen moet oppassen', ook in dit Rusland. Een theatermaker, homoseksueel, en kleinzoon van Stalin. Geen rol waar je graag auditie voor zou doen. Misschien had hij ook wel liever in de tijd van Tsjechov geleefd.
 


Copyright en privacy