|
Ons adres:
Posthoornkerk
Haarlemmerstraat 124 A
1013 EX Amsterdam
Postbus 14551
1001 LB Amsterdam
Telefoon: 020 305 94 44
Fax: 020 305 94 22
Mail BBK
|
Half Europa staat in brand, en wij vermaken ons hier met Idols voor politici. De ene partij na de andere trekt zichzelf op aan stijgende dagkoersen door hun zelf georganiseerde beauty contests waar nieuwe helden als Mona Keijzer worden geboren. Het gaat nergens over, maar het lult zo leuk en het dendert maar door.
Groenlinks had een nieuwe variant bedacht in de strijd om het leiderschap. Kandidaten mochten zich wel melden, maar de uitkomst moest natuurlijk wel zijn dat fractieleidster Jolande Sap zonder concurrentie weer op het schild gehesen zou worden. Dat ging goed. Totdat Tofik Dibi zich meldde.
Dibi had zich nog maar net gemeld, of de pleuris brak uit, ik blogde er twee weken geleden al over. Dibi was nog net geen land- of partijverrader, maar zijn kandidatuur zou een 'dolksteek' in de rug van Sap zijn. BAM! en van dik hout etc.
Vrijdag was het echt burgeroorlog bij Groenlinks. Dibi zou ongecshikt zijn, zo meende de kandidaatstellingscommissie, maar dat schoot zijn fractiefenoten en boegbeeldin Femke Halsema in het rechter keelgat. En wat zich toen allemaal ontspon, was een staaltje ordinaire zelfdestructie.
Het gevolg? In de peilingen halveert de dagkoers van Groenlinks, dat wat de koers van facebook over een tijdje ook gaat doen. Het gekonkel, het gedreig en het onbeschoft beschadigen van een eigen kamerlid bleef niet geheel onopgemerkt, om het zacht te zeggen.
De fijnste snaren had partijvoorzitster Heleen Weening. Zij verkondigde aan iedereen die het maar horen wilde dat er nu dus een lijsttrekkersstrijd zou komen tussen een 'geschikte' en een 'ongeschikte' kandidaat. Met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig. Tofuck Dibi.
Het is toch onbestaanbaar dat een partijvoorzitter dat soort politieke aanslagen mag plegen. Als een valse ode aan haar (en hopelijk als afscheid) wordt de Rode Hoed ,waar Dibi en Sap maandag de strijd aangaan, voor een avondje veranderd in de Groene Muts. Van harte verdiend. En nu heel lang heel stil in een hoekje gaan schamen.
Het is misschien inmiddels wel vijftien jaar geleden dat ik 'De voorlezer' van Bernhard Schlink las. Het was in mijn herinnering een nogal klein boekje, zowel in formaat als in omvang, eerder een novelle dan een roman, maar in dat kleine werk zat een groot en aangrijpend verhaal dat jaren later werd verfilmd als 'The Reader.'
De verfilming van het boek van Schlick had ik nog steeds niet gezien. De dvd stond vragend in de kast, wachtend op dit mooie moment op een rustige zaterdagmiddag. Ik ga overigens niet beginnen over een prachtig boek en hoe de film dan tegenvalt of maar niet wil lijken wat je in je hoofd al als film hebt gemaakt.
Maar je moet er wel even doorheen dat een Duits boek een Duits verhaal in het Engels wordt, en dat Kate Winslet levenslang krijgt als SS-bewaakster en dat Bruno Ganz een Duitse professor is die Engels moet praten, maar goed, hij had ook al Hitler gespeeld, dus hij kan wel wat hebben.
Dat alles gezegd hebbend, is 'The Reader' wel 'gewoon' een mooie film, en Kate Winslet haar Oscar lijkt me niet bepaald onverdiend. De film is rijk, net als het boek in subtiele tonen en tinten struikelt over een rijkdom aan thema's en invalshoeken met schuld en boete als de meest-voor-de-hand-liggende.
De voorlezer blijft voorlezen, ook als zijn oude liefde levenslang heeft gekregen. Door de cassettebandjes die hij stuurt, leert zij zichzelf in de gevangenis schrijven. Onbedoeld, maar oh zo bewust in de film gestopt, krabbelt zij 'Please send more romance..' op een briefje aan Michael, een woordgrap in het Engels, en dan wringt het toch opeens wel die andere taal in een drama over de Tweede Wereldoorlog en de Duitse verwerking ervan.
Het verhaal van voorlezer Michael Berg lijkt in de tijd(slijn) en beroepskeuze een autobiografische schets van het leven van Schlink zelf. Dat hij met zijn kleine grote boek de bestsellerlijst van de New York Times aanvoerde, zal het maken van de film hebben aangewakkerd en vergemakkelijkt.
Voor een Amerikaans publiek zal het geen probleem zijn. Ik zit er toch een beetje vreemd naar te kijken. Alsof in 'De Avonden' Thom Hoffman als Frits van Egters opeens in het Frans zou beginnen. Rijk de Gooyer zou zich bezeken hebben...
Bij GROENLINKS lijkt de pleuris uitgebroken. Het politieke talent van het jaar 2008 Tofik Dibi zou zich hebben aangemeld als mogelijke tegenkandidaat van partijleider Jolande Sap. Zou, want de kandidaatstelling is nog geheim, maar het nieuws ligt al op straat en er wordt al flink met scherp geschoten.
Ik las al ergens dat dit 'een dolksteek' in de rug van Sap zou zijn, en gistgeren werd zelfs Bas de Gaay Fortman van zijn graf gelicht om op het cricketveld uit te leggen dat die Dibi absoluut het niveau niet heeft om de partij te leiden. Van dik hout, dus, en prettige wedstrijd verder. Dus is de vraag: waar komt de angst en het venijn vandaan?
Voordat Sap recent het Wandelgangengedoogakkoord medeondertekende, leek mij haar positie als groene voorvrouw niet onomstreden. Dat voelen mensen om haar heen natuurlijk ook. En die proberen Dibi al op voorhand zwart te maken, zelfs zonder dat het nieuws officieel is, en misschien wel helemaal niet klopt of uitkomt. GROENSLINKS, en een teken van grote verdeeldheid. En angst.
Nee, dan het CDA. Daar is het leuk. Lachen. Daar hebben ze gekke Henkie Bleker en die gaat helemaal los. Hij lijkt kansloos tegen fractieleider Buma/Stemra, maar dat interesseert de mediageile Bleker natuurlijk niets. Vol op het orgel.
Het leek wel alsof hij het over de Tweede Wereldoorlog had toen hij gisteren begon over 'mensen niet voor eeuwig besmet te verklaren' vanwege hun keuze voor en samenwerking met de PVV. Fout na de oorlog, of zo. Het is toch werkelijk te genant voor woorden hoe een politiek leider-to-be binnen enkele weken alle kanten opdraait om maar de baas te mogen spelen.
Maar goed, bij het CDA wisten we al dat het oorlog was, maar nu is de beer dus ook los bij GROENLINKS. En dat gevecht moet en zal er dus komen. De enige partij waar het nu rustig is, is de PvdA. Die hebben de strijd al gevoerd. En daar durft niemand het nu op te nemen tegen Diederik Samsom. Dat zou politieke zelfmoord betekenen. Maar na 12 september en een eventueel slecht resultaat, liggen ook daar de messen te blinken in de keukenla.
We klagen veel en vaak, maar dit is Noord-Korea niet. De heilstaat van de mannen van Kim Jong wordt wel 'een gevangenis voor 25 miljoen mensen' genoemd, een kruising van 'Animal Farm' en '1984', een land waar iedereen gelijk is maar sommigen net iets gelijker, en waarin iedereen in de gaten wordt gehouden en de geesten drie maal daags grondig gespoeld.
Toch komen er barstjes en spleetjes in de heilstaat, er is enige ontsluiting, en dat zal ook wel zorgvuldig worden geregisseerd. Zo zag ik een tijdje geleden Floortje Dessing per trein Noord-Korea binnenglijden, en ze werd er bijna opgewonden van. Haar reportage - hoe gescreend en gestuurd ook - gaf een wat vrolijker en vrijer beeld dan wat we spontaan zelf op onze netvliezen zouden toveren.
De Volkskrant had dit weekend veel Noord-Korea in de aanbieding. In het Boekenkatern schreef Hans Bouman een jubelende recensie over de roman 'Gestolen leven', de vertaling van 'The Orphan Master's Son' van de Amerikaanse schrijver Adam Johnson. Reuze benieuwd naar Johnson's boek.
Zeker indrukwekkend het lange en breed gebrachte verhaal 'Maar het volk is 'gelukkig' van Toine Heijmans over zijn bezoek aan de heilstaat die langzaam wat zuurstof toelaat, zeker in de hoofdstad Pyongyang dat als een echte flag store voor het NoordKoreaanse besturingsmodel staat, het uithangbord van het betere leven in een land als een 'tapijt van goud.'
Dat betere leven is een kookpotmodel van communisme en oude tradities, de Juche-filosofie, en daarin wordt eigen kracht enz elfstandigheid gekoesterd en het collectief boven het individu geplaatst. En natuurlijk is er in zo'n grote doctrine plaats voor De Grote Leider die alom en wijs en liefderijk is en waarbij uit het confucianisme het eren van de vader perfect is geleased.
Noord-Korea is natuurlijk een fantastisch land voor degenen in Pyongyang die een BMW X6 rijden en die het succes van het beheersmodel symboliseren. Zij geven het land meer allure, en daardoor hebben zij recht op meer. 'Animal Farm,' dus. Of, zoals de gids aan Heijmans uitlegt: "het is net als met mijn hand: niet alle vingers zijn even lang."
'Opdat wij niet vergeten' is de opdracht aan ons allen om de gruwelen en de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog levend te houden. Daarom heeft de Nicolaas Maesschool waar onze dochters zaten en zitten het Ravensbrückmonument op het Museumplein geadopteerd, en jaarlijks komen daar zevende groepers om te luisteren, gedichten te lezen, en bloemen te leggen.
De gruwelen van oorlogen zijn van alle tijden, en niemand wordt gespaard. Ook soldaten zijn - ook na de strijd - slachtoffer van bijvoorbeeld PTSD, post traumatic stress disorder. In het Vervolg van de Volkskrant gisteren een aangrijpende fotodocumentaire over de Amerikaanse soldaat Scott Ostrom en zijn kapotte leven na vier jaar verkenner in Irak.
We kenden de verhalen al van de Amerikaanse soldaten die in VietNam vochten en waar velen geestelijk gewond waren geraakt en het spoor in de burgermaatschappij niet meer terug konden vinden. Michael Cimino lichtte een tip van de duistere sluier in 'The Deer Hunter.'
En nu en veel te laat zou ik zomaar kunnen snappen waarom mijn vader anders dan wat kleine kiekjes nooit iets vertelde over zijn verblijf in Indië tijdens de politionele acties. Ook daar zijn vele gruwelen aangericht, en wat zag en wist hij daarvan?
Het kapotte leven van Scott Ostrom werd vastgelegd door fotograaf Craig Walker die er de Pulitzer-prijs voor fotografie voor kreeg. Het is een angstaanjagende en krachtig beeldverhaal van een man die niet weet hoe hij zijn leven moet leiden, die doodsbang is om te gaan slapen, die paniekaanvallen heeft, en eigenlijk alleen nog zijn hond Jibby heeft.
Jibby is als een dochter voor Ostrom. "She's really a happy dog," legt Ostrom uit, and keeping her happy really keeps me sane." Ostrom is in 'goed' en groot gezelschap, een leger veteranen dat getraumatiseerd en voor het leven is getekend en verscheurd. En straks komen er nog tienduizenden terug uit Irak, weet Ostrom. Nog meer druk op hulp en voorzieningen, nog meer problemen en 'loose cannons.' Opdat wij niet vergeten dat een oorlog nooit voorbij gaat, is er dit prachtige fotodocument over Scott en Libby, een verstilde schreeuw om liefde en vrede.
Hij is heel oud geworden, maar over zijn geboortejaar heerst nog steeds verwarring. Vandaag overleed de voormalig Algerijns president Mohammed Ahmed Ben Bella op 93- of 95-jarige leeftijd, hoe dan ook een levensprestatie van formaat. Maar wie was deze Ben Bella?
Ik was hem allang vergeten, maar hij resoneerde wel degelijk in mijn geheugengangen. Ik vond het als kind een prachtnaam. Ben Bella. Een soort roverhoofdman. En dan was er ook nog Houari Boumédienne, ook machtig mooi, de hoge militair die president Ben Bella door een staatsgreep in 1965 afzette.
Het waren de eerste jaren van een vrij Algerije waar Ben Bella lang voor hard gevochten. Zoals overal ter wereld ging de dekolonisatie van 'au' en gepaard met veel geweld. Na voor en met de Fransen gevochten te hebben in de Tweede Wereldoorlog - Ben Bella was zelfs nog even middenvelder van Olympique Marseille - kwam hij in conflict met de oude bazen.
Ben Bella werd jarenlang gevangen gezet, vluchtte naar het Egypte van Nasser, en in 1956 werd een Marokkaans vliegtuig met Ben Bella aan boord door de Fransen tot landen gedwongen. Na de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog kwam Ben Bella in 1962 terug naar zijn Algerije en werd kort premier enook kort president.
Mooi is de foto die ik tegenkwam van Ben Bella in strak Mao-pak met Ernesto 'Che' Guevara, de Argentijnse vrijheidsstrijder en revolutionair icoon die onder Castro (die leeft nog wel..) ook nog even Cubaans Minister van Economische Zaken was en in die hoedanigheid op bezoek ging bij de jonge republiek Algerije en bij Ben Bella. Het zal 1964 zijn geweest. Nieuwe staten, nieuwe leiders, nieuwe gedachten. Andere tijden.
Iemand is pas echt dood als niemand het meer over hem of haar heeft. Nu, iets meer dan 69 jaar na zijn gruwelijke dood, kwam de joodse koopman David Barend zo weer tot leven in de mooie documentaire 'Vragen zonder antwoord' over leven en werk van Tv--presentatrice Sonja Barend.
Sonja Barend heeft haar vader nooit gekend. Zij was twee toen hij in Auschwitz werd vermoord. Hij was thuis in de Vechtstraat in de Amsterdamse Rivierenbuurt opgehaald en kwam via Scheveningen en Westerbork in het Duitse vernietigingskamp. En aangezien alles 'gründlich' werd bijgehouden, weten we dat David Barend op 11 januari 1943 op transport ging van Westerbork naar Auschwitz.
In de documentaire legt de NIOD-medewerker aan Sonja Barned uit dat zo'n transport er drie dagen over deed. David Barend zal dan op 14 januari 1943 in Auschwitz zijn aangekomen, en dat is dan ook zijn vermoedelijke sterfdatum.
Sonja Barend kende haar vader niet, groeide op met haar moeder en stiefvader en twee stiefbroers, en realiseert zich dat alles wat zij in haar leven heeft gedaan in het teken stond van wat er met haar vader is gebeurd.
En ofschoon zij nooit op zoek ging, kon of wilde naar die geschiedenis, heeft ze heel erg met haar vader geleefd, "alsof hij er nog was." En hoewel ze hem dus nooit heeft gekend, is David Barend altijd "heel erg mijn vader geweest," ofschoon er er niet meer bestaat dan een foto van hem alleen ("hij leek eerst zo'n oude man, tot ik zelf ouder werd") en een foto van Sonja met haar ouders.
De dood van haar vader was eigenlijk nog tragischer dan tragisch. Bij onraad verstopte hij zich altijd ergens op 3 hoog bij de buren in de Vechtstraat. Tot op een dag de bel ging, zijn vrouw opendeed en toen er werd gevraagd of haar man misschien thuis was pardoes 'ja' zei. Dat was de schaduw die over heer leven bleef hangen, naast de schaduw dat ze al zwanger was van de stiefvader van Sonja toen David Barend nog in leven geweest moest zijn.
Het is er nu allemaal wel en toch, en in de openbaarheid, het moet een enorme opgave voor Sonja Barend geweest zijn om het te vinden en te vertellen, niet ondanks maar juist door al die jaren die voorbij vloeiden. Nu is Sonja Barend in ieder geval toch heel dicht bij de vader die ze nooit heeft gekend.
Iedereen had 'Iron Lady' al gezien. Behalve wij. Maar net voordat de film van het grote doek in de dvd-distributie terecht zou komen, hebben we op de bekende valreep kunnen genieten van de opkomst, de ondergang en de aftakeling van Margaret Thatcher, premier van Engeland van 1979 tot 1990. Eerder deze week moest ik de knoop ontwarren van 'Extremely Loud & Incredibly Close'. Daar was het de film van het boek, maar had ik het boek nog niet gelezen. Daar had ik dus niet de ballast van de zelf-al-bedachte-film. Maar bij 'Iron Lady' lag het weer anders. Daar was de film al gemaakt, in 'real life', en heeft beoordeling van het resultaat vooral te maken met gelijkende geloofwaardigheid en een aansprekend scenario.
Meryl Streep - zij blijft een jeukfactor - is al meer dan genoeg bewierookt, bejuweld en galauwerd voor haar hoofdrol in 'Iron Lady'. Streep ís Thatcher, ofschoon ik toch ook af en toe op de rand van giechelen zat als het eng-gelijkende bijna schmieren werd.
Engeland is het eiland van de strakke onderbroeken en de strenge kostscholen, en wat hebben de mannen genoten van de strenge meesteres die de Britse stal meer dan 10 jaar op compromisloze en keiharde manier schoon veegde. Vakbonden, mijnwerkers, IRA, de Argentijnse junta, Thatcher luste 'the thugs' rauw.
Elf jaar hield ze het vol. Toen durfden de mannen het aan om de Iron Lady van haar troon te stoten en de messen in haar rug te planten. Zoals zovelen voor en na jaar was ze net te lang aan de macht gebleven om nog helder te kunnen kijken en regeren.
Er was veel commentaar op de aanpak van de film en de keuze om Thatcher ook in haar moelijke Alzheimerfase te laten zien. Toch geeft juist dat de film meerwaarde boven een mooi-gefotografeerde bio-pic. Het laat de harde winkeldochter zien op de rand van heden en vergetelheid waar haar overleden man Dennis niet is weg te slaan en haar dochter haar semi-liefkozend 'silly old sausage' noemt.
Op het moment dat Dennis dan toch 'voorgoed' op reis naar het licht gaat en haar verlaat en zij hem toeschreeuwt haar niet te verlaten, is het antwoord pijnlijk-lachwekkend: "ach, schat, jij hebt toch nooit iemand nodig gehad."
Ik was gewaarschuwd. De kritieken waren niet goed. Het boek was - zoals altijd - veel beter. Maar ik had het boek wel in huis, maar had het boek nog niet gelezen. Dus kon ik - ondanks alle goede raad en de nodige scepsis - de film als film gaan zien, en niet als de film van het boek. En dus ging ik vanavond - toch - naar 'Extremely Loud and Incredibly Close.' Dat viel toch niet mee.
Het gegeven is intrigerend, het verhaal zou meeslepend kunnen zijn, maar het gaat toch jeuken en schuren, en het komt maar niet vrij uit de eigen val van een te makkelijk drama met grote gebaren maar toch te weinig gevoel, het aloude probleem van een film die teveel tegelijk wil zijn en dus niet echt kiest en dus niet echt ontroert en beklijft.
Maar wat fijn, hallelujah, ik heb de film nu gehad en het kan alleen nog maar veel beter en mooier worden: op naar het boek, dus. Op naar 'Extremely Loud and Incredibly Close' van Jonathan Safran Foer. 'The Only Way Is Up', so to speak.
Het is altijd maar weer die plaag van het luie Hollywood dat succesverhalen wil verfilmen, en boeken dus moet terug verkleinen naar zakpockets en naar A4-tjes en vooral losgesneden van te grote gevoelens en te grote risico's. Het geïnvesteerde geld moet wel worden terugverdiend.
En dus wordt geslepen, geschaafd, gepolijst, gehakt, geknipt en veranderd dat het een lieve lust heeft, en je eigenlijk een scenarioschrijver had kunnen vragen een leuk verhaal met dito plot te bedenken. Iets orgineels, wat u zegt.
Het boek verfilm je zelf, de film heeft het al voor je gedaan. Het zijn onvergelijkbare grootheden die te vaak toch samen worden gebracht, en te vaak met onbevredigend resultaat. Het is luiheid, gemakzucht, pogen op safe te spelen, en het eindproduct haalt zelden of nooit meer dan drie van de vijf sterren, en ook niet zelden minder. Foer voor psychologen waarom de filmindustrie maar niets beters kan bedenken.
'It wasn't loud, and it didn't come close. Zoiets. En als kleine pleister waren er die mooie momenten, en een prachtige 'stomme' Max von Sydow. Maar het is te weinig. Niet alleen richting het boek, maar ook naar jezelf als producent, regisseur, scenarist, it's not good enough. Maar gelukkig heb ik het boek nog.
En als de film in Pathé City net een minuut bezig is, om 20.41 uur, blijken er twee e-mails uit New York op mijn telefoon te zijn geland, na lange tijd weer mooie berichten van lieve vrienden die er op 9/11 ook waren. Toeval. Maar dat bestaat niet...
Het viel niet mee, maar ik heb het uit, het boek van de Duitser Olaf Mörke over Willem van Oranje, vorst en 'vader' van de Republiek. Mörke komt uit het Nassause, in de buurt van Dillenburg, daar waar Willem van Oranje op 24 april 1533 werd geboren, zoon van graaf Willem I van Nassau-Dillenburg en Juliana van Stolberg. Daar ligt de bakermat van het huis Oranje-Nassau.
Het boek van Mörke is met recht een doorkauwer, het is of met stijve pen en hark en zonder zout geschreven, of de vertaler beet zich erop stuk, maar het zo fascinerende verhaal van onze Oranjevader spettert nu niet bepaald van het papier af, en dan is 280 pagina's best een eind.
Willem van Oranje, of Wilhelmus van Nassouwe, werd slechts 51 jaar, in 1584 werd hij in zijn residentie in Delft vermoord, de eerste politieke moord in de geschiedenis met een vuurwapen.
De trekker werd overgehaald door de Bourgondische katholiek Balthasar Gerards die ging voor de vette premie die op het hoofd van Willem stond. Gerards werd niet rijk, maar vreselijk gemarteld en gevierendeeld en kreeg zijn eigen hart in het gezicht gegooid. Andere tijden. Hoewel...
Met Mölkes boek vers in het hoofd, lees ik net dat er een speelfilm komt over onze 'vader des vaderlands.' Al in 1934 is er een rolprent gemaakt over Willem de Zwijger, het zal net geen stomme film meer zijn geweest.
Producent Paul Voorthuysen zegt vooral gefascineerd te zijn door de geschiedenis van Willem van Oranje. Dat lijkt me nogal een open deur. Wat Voorthuysen vooral interesseert is dat "...Willem van Oranje eigenlijk nooit koning is geweest.'
Het woord eigenlijk is hier wat vreemd. Hij was niet eigenlijk nooit koning. Hij was nooit koning. Punt. De mythevorming rond Oranje en de vorstelijke trekken en wat al niet werden pas na de dood van Willem stevig ingezet. Met alle gevolgen vandien.
Het leven van Wilhelmus van Nassouwe was lastig in een lastige tijd. Zijn verhaal was dan ook het verhaal van pogen en blijven proberen, van coalities, bruggen bouwen, en van tegenstand, van persoonlijk verlies en van smadelijke militaire nederlagen.
Maar het verhaal van Oranje-Nassau begint wel bij deze Zwijger, vorst, vader, vazal, vrijheidsstrijder, stadhouder en uiteindelijk - omdat de geschiedenis ons sympathiek was - symbool, boegbeeld en startpunt van onze monarchie.
|
|