BBK/Door Vriendschap Sterker
Hét communicatie- en mediabureau voor maatschappelijke merken en trends

Ons adres:

Posthoornkerk
Haarlemmerstraat 124 A
1013 EX Amsterdam
Postbus 14551
1001 LB Amsterdam
Telefoon: 020 305 94 44
Fax: 020 305 94 22

Mail BBK

 
Het heelal. De kosmos. Wat is het eigenlijk? Waar is het eigenlijk? Waar gaat het heen, waar houdt het op, of houdt het niet op, of begint het altijd weer opnieuw? Wij simpele stervelingen trachten maar telkens het antwoord te vinden op de vraag 'waar we vandaan komen' en hoe dat dan allemaal zo gekomen zou zijn. God, de Oerknal, zeg het maar.

Gisteren was het aan Robert Dijkgraaf om in een speciale uitzending van DWDD de 13,7 miljard jaar kosmos te duiden in een college van 45 minuten en met een 'pitch' van 1 minuut. Hij slaagde daar wonderwel en op een heel aangename manier in.

Zo weet ik nu dat wij ergens in een buitenwijk van onze melkweg bivakkeren, en dat er nog miljarden van die melkwegen zijn en dat er veel is wat we weten, maar heel veel ook nog niet. Dijkgraaf had het over een landkaart waar nog heel veel witte vlekken staan.

Natuurlijk kwam het ook nog op of er elders leven zoals het onze is of kan zijn, en bij gebrek aan een ja of nee grapte Dijkgraaf dat wij misschien wel een soort natuurresrevaat vormen waar een andere beschaving op afstand naar kijkt en een beetje in de gaten houdt, een intergalactisch pretpark of zo.

Overal om me heen is ruimte, zoveel is me wel helder. Dat zinnetje is overigens ook de titel van een fraaie bundel die oud-Baliedirecteur Chris Keulemans zo'n jaar of 20 geleden schreef over zijn (en mijn) nobele vak van doelverdedigen, zijn 'verhalen uit de bovenhoek.' Nog steeds is die bundel van Keulemans - helaas niet meer leverbaar - een pareltje in de bescheiden keepersliteratuur.

En als we het dan toch over de Balie hebben: vanavond eens kijken hoe het daar gaat met de Politieke Junkies van Pieter Hilhorst en Martijn de Greve, een maandelijkse wedstrijd politiek commentaar geven, zo lees ik, waarin op originele wijze wordt ontspind. Dat eindigt ongetwijfeld aan de bar. Hopen op een goede vrijdag. Overal in mijn agenda is in ieder geval even alle ruimte.
 
 
Loftrompetten te over om te steken over hoe heerlijk het is om in compact Amsterdam te wonen met de grote snoepwinkel van bioscopen, theaters, concertzalen, musea en ander heerlijks vlak om de hoek. Vanochtend om 11 uur was ik in Pathé City één van de vijf die benieuwd waren naar Sean Penn in 'This Must Be The Place'.

Penn is fascinerend bizar als een rock ster in ruste, visueel een kruising van Robert Smith van The Cure en van een Bono die decennia niet van de drank en de pillen af heeft kunnen blijven. Op een kwade of goede dag moet hij naar New York naar zijn stervende vader. Door zijn vliegangst ('en een lichte doodsangst') neemt hij de boot in plaats van het vliegtuig, en komt (dus) te laat.

In het New Yorkse Joodse milieu van zijn vader komt hij eigenlijk thuis en gaat in de V.S. op zoek naar de kampbeul die zijn vader in Auschwitz heeft vernederdt. Zo wordt een wat zwarte komedie een klassieke road movie over schuld en boete en liefde en met een verrassend eind dat je zelf maar moet gaan zien.

Moet gaan zien inderdaad, want 'This Must Be The Place' van Paolo Sorrentino ('Il Divo') is een visuele tractatie, door Penn, de prima cast, de ingetogen humor, en vooral ook door het sublieme camerawerk. Ik las dat de film bijna $ 30 miljoen heeft gekost, en pas ruim een derde heeft opgeleverd. De bruto-recette van € 32,50 vanochtend zet dan niet veel zoden aan de dijk. Deze blog misschien nog wel een beetje.

Ook visueel imponerend is de tentoonstelling een steenworp verderop in het Van Gogh Musuem, 'Dreams of Nature. Symbolisme van Van Gogh tot Kandinsky'. En hoewel symbolisme ook van een niet-te-harden-zwaarheid of zweefmutserij kan zijn, zijn hier werken als het imponerende 'Het Dodeneiland' van Arnold Böcklin, 'Nocturne, Grey and Silver' van Whistler, en 'Meer van Keitele' (ook de poster van de tentoonstelling) van Akseli Gallen-Kallela een bezoek al meer dan waard.

Allemaal om de hoek, het kost 'geen drol' zou Jules Deelder zeggen, en wat jammer is het dan dat na jaren van potdichtheid het Stedelijk Museum (ooit SM in de communicatie gedoopt, hoe toepasselijk nu..) nu weer bemodderd raakt door schreeuwkoppen over geld en internationale status of het gebrek daaraan of verlies ervan. Wat een ranzige triestheid inmiddels, 'This Should Have Been The Place.' Doe maar gauw die deuren open...

 
 
'Happy was the Elephant' keelklankte de donkerbruin gevooisde Kamahl in 1975 en zong het in Nederland geschreven nummer 'The Elephant Song' naar de eerste plaats in de Top 40. Happy was de olifant toen overigens allang niet meer. Er werd zonder scrupules gejaagd op het grote landdier.

Nu pogen we met man en macht olifanten, neushoorns, panda's en tijgers en ander 'wild' te beschermen tegen stropers, ivoorboeren en ander geboefte dat het eigen gewin boven behoud der soorten stelt.

Een bijzondere plek in dit gevecht neemt de Spaanse koning Juan Carlos in. De Rey van Spanje is erevoorzitter van de Spaanse tak van het Wereld Natuur Fonds. Dat is mooi. Maar wat lastig verenigbaar met het afschieten van olifanten. En dat was nu net wat hij aan het doen was vorige week. Tot hij zijn heup brak. En zijn geheime missie naar Botswana publiek werd.

Hoe dom kun je zijn? Of hoe prachtig wil je het hebben? Als koning moet je toch goed in de war zijn om in het geheim - zelfs de Spaanse premier bleek niet te weten waar de vorst zich ophield - olifanten te gaan schieten terwijl je boegbeeld van de hoeders en beschermers bent.

Het was ook niet zomaar een opwelling, zo 's ochtends aan het ontbijt bedacht om echt op jacht te gaan. De koning bleek het al eerder gedaan te hebben. Recidive, dus. Kwalijke boel. En dan nog zo'n dure snoepreis sneaky maken terwijl het land in grote crisis ligt en je daar net als koning en vader van het volk nog van hebt gezegd dat je er bijna niet van slaapt. Jokkebrok.

Spanjaarden hebben niet overdreven veel met hun koning. Misschien zelfs wel zo weinig dat ze niet eens vinden dat hij maar beter de troon kan verlaten. Maar zijn geloofwaardigheid is het raam uit. En komt nooit meer terug. Koning Dombo met de dubbele moraal.

Als Juan Carlos geen koning was maar minister of volksvertegenwoordiger, dan had hij allang zijn biezen kunnen pakken en was hij met publicitaire pek en veren afgevoerd richting mestvaalt der geschiedenis. Benieuwd hoe verder. De olifant is dood. En de koning? Minimaal aangeschoten wild.  
 
 
 
Het is aftellen geblazen. Nog een paar dagen, dan is het lente. En als de lente begint, dan begint voor Bente een nieuw jaar. Woensdag is Bente een meisje van dertien. Paul van Vliet schreef er ooit liefderijk en begripvol over, over die meisjes die 'er net tussenin' zitten en vallen, en die 'nou alleen nog met elkaar willen.'

Vannacht hebben we een huis vol met meisjes van dertien. Er gaat een klein cohort feesten, geheel fris, en met elkaar, want jongens die komen van Mars en tellen niet mee. Nog niet. Dat komt morgen pas. Servet. Tafellaken. Knokige knietjes en kleine verdrietjes. Meisjes van dertien.

Het leven is spannend, luiken en valkuilen openen zich, en waarheen zal zij gaan? Het is een fascinerende ontdekkingreis dat nog jonge leven, dat pad dat wel kronkelt, maar toch een rechte lijn lijkt, voor zolang als het duurt.

Als je kinderen hebt, herbeleef je je eigen jeugd heel intensief. Een verhaal over school en die som die niet te snappen was, jaagt mij opeens weer decennia terug het klaslokaal in, en ik zie mezelf worstelen met de onmacht der getallen. Wiskundeformules. Bente snapt ze wel.

Toen Paul van Vliet zijn 'Meisjes van Dertien' schreef, was ik net dertien en kwam ik die meisjes van dertien tegen, op waarschijnlijk zorgvuldig georganiseerde en geregisseerde verjaarsfeestjes thuis of op school waar je niets mocht behalve op tijd weer naar huis.

En zo staan op mijn harde schijf 'Oh Well' van Fleetwood Mac, 'Je t'aime (moi non plus)' van Jane Birkin en Serge Gainsbourg, 'Lady d'Arbanville' van Cat Stevens, 'Samba Pa Ti' van Santana, en nog veel meer suikergoed en tranentrekkers uit mijn prille ontluikjaren waar het hoogst haalbare het slijpen met die prachtige, maar verder waarschijnlijk toch onbreikbare klasgenootje van dertien was.

Woensdag is het lente. Dan vieren we het nieuwe leven. De jaardag van Bente. Meisje van dertien. Vanavond is het feest in de stad. Meisjes van twaalf en dertien, nu alleen nog met elkaar. De rest komt morgen.
 
 
Gisteren fietste ik door mijn achtertuin het Vondelpark naar de door Hans Spekman zo misprezen grachtengordel. Vlakbij wat tot voor kort het Filmmuseum was, waren drie mannen in overalls en een hoogwerker met lampen bezig die een bescheiden blauw licht verspreidden.

Pas nu begrijp ik dat ik naar omgevingskunst in wording keek, naar 'Blues Before Sunrise' van Steve McQueen. Het Vondelpark is nu een aantal weken 's nachts door 275 lantaarns in blauw licht gehuld, een soort anti-junkenlicht, voor de een wat morbide of creepy, voor de ander juist heel fris en origineel, spannend zelfs. 'En waarom zou licht altijd maar wit of gelig moeten zijn', opperde McQueen.

Steve McQueen is 'hot' als kunstenaar en ook als filmregisseur. 'Zijn 'Shame' draait nu in de bisocopen. 'Blues Before Sunrise' is een project van McQueen en het Stedelijk Museum, 'Temporary Stedelijk 3', een project in de aanloop naar een permanent nieuw Stedelijk dat op de bekende steenworp van het Vondelpark staat.

Voor Ann Goldstein, de artistieke bazin van het Stedelijk, is het project van McQueen een
'..mooie en geheimzinnige ervaring, aanwezig en ongrijpbaar.' Het is het wat gezwollen idioom van de moderne kunst, McQueen heeft het liever over een 'filmset'. Dat snap ik wat beter.

Maar hoe arty of straight ook, het is toch ook wel wat unheimisch, het blauwe licht of het lichtblauw by night is nu niet wat iedereen direct met prettig en veilig associeert, en dat is in de avond en in de nacht toch wel belangrijk in zo'n groot stadspark. Dat dan ook wel weer.
 
De fotograaf ving het blauwe licht, een prachtige wolkenpartij met vrijwel sluitend dek, en het Vondelpark Open.Lucht.Theater dat ik mede mag besturen, in een gloedvol beeld, fotokunst met het blauw van McQueen als vervreemdende factor. Bijzonder effect. Best mooi lichtblauw. Als je ervan houdt.
 
 
In den beginne was alles donker en levenloos, en toen was er licht, stroom, Apple, iPod en iPad en de wereld was weer een nieuw geloof rijker. Sinds gisteren heeft ook Amsterdam een 'beleveniswinkel' van Apple. Eigenlijk is het geen winkel, zo stelt marketinggoeroe Paco Underhill, maar ".. een oefening in de evangelische leer."

Er waren al Apple's voordat Apple er was. Boomgaarden vol, van Elstar tot Jonagold. En er was Apple van The Beatles, het eigen platenlabel van The Fab Four dat een grote flop werd en leeggeklauwd door de klaplopers en aasgieren die op de geur van geld afkomen.

En daarvoor en heel lang her was er Eva die van een appel van 'de boom van de kennis van goed en kwaad' gegeten zou hebben en ook Adam aan de appel kreeg. Allemaal het werk van de als slang vermomde duivel, maar dat maakte de Schepper niet genadig. Al bij het eerste mensenpaar dat hij zelf op de woeste aarde zette, liep de relatie spaak. Foutje in de schepping, lijkt mij.

Want voro het eten van die appel (als het al een appel was, de bijbel heeft het over fruit, en appel heeft in Latijn helaas hetzelfde woord als slecht) beroofde God zijn eigen mens van het eeuwige leven, zegde de vriendschap op, en gaf Adam en Eva een rotschop Eden uit. Weg paradijs.

Dat er van dat heftige conflict toch een geloof kwam, is eigenlijk niet te geloven. Net zo bizar eigenlijk als het evangelie van Steve Jobs dat ons nu ook te Mokum massaal het Hirschgebouw injaagt om te beleven, te ervaren en bevestigd te worden in de grootheid van 'hun' merk en hun profeet.

Ik was afgelopen zomer in New York en op het af te vinkenattractielijstje stond ook een duik in de ondergrondse Apple Store op Fifth Avenue, 7/24 en 7/7 open, eigenlijk net als een Godshuis. Het was vooral heel erg druk met gelovigen die allemaal zoekende waren naar de feelgoodwinkelervaring die zo naadloos lijkt te passen bij het 'coole' Apple.

Mijn 'ding' is het niet, ik heb het niet zo op geloven en aanbeden gouden kalveren, maar op de schaal van imponerende grootheid is het merk Apple natuurlijk megacool. Dat veel Amerikanen hun logo niet blasfemisch vinden, verbaast mij. Er is heel duidelijk van de appel gegeten ondanks dat God het verbood. Dus zou Apple het op een accoordje met de duivel hebben gegooid om het grootste merk ter wereld te worden? 
 
 
Het was verdomme mijn verjaardag, maar deze 8e februari zal de boeken ingaan als de dag waarop de Elfstedentocht 2012 niet doorging. Heb ik dat. Maar het kon natuurlijk ook alleen maar fout gaan gisteren. Iedereen was hysterisch en de media wakkerden de vuren alleen nog maar verder aan. Iedereen moest en zou en eiste een nieuwe tocht der tochten.  Of die Friezen maar even wilden leveren.

Gisteravond ging het helemaal mis. Toen wij ons vieren vierend in Yamazato in het Okura schuilhielden, kwamen de rayonhoofden tot de conslusie aller conclusies: "it giet net oan." Waar heel Nederland wachtte op het verlossende 'ja', stortte plots iedereen in een enorm emotioneel wak, en daar zijn 'we' nog steeds niet uit en van bijgekomen. Sterker nog, na de hysterie tevoren, is er nu het gejank en geweeklaag na het 'njet'.

We gaan helemaal los. Erben Wennemars vanochtend in AD: "Ik ben aangeslagen, helemaal leeg." Alsof er een naast familielid plots is overleden. "Dit was toch Nederland op zijn mooist. En waarom zijn we eigenlijk niet altijd zo?" Ofschoon onduidelijk blijft waar hij nu precies op doelt, is zijn verdriet hét verdriet van Nederland. Alom en onpeilbaar. Ons is een volksfeest ontnomen. We zijn bestolen. Kutijs. Kutfriezen.

Maar ja, zonder humor wordt het allemaal wel erg zwaar. Dus kwam VNO/NCW-baas Wientjes (klinkt als een rayonhoofd) vanochtend met het voorstel om alle salarissen te bevriezen. Leuke inhaker. Geintje. 

Een nog leukere inhaker had HEMA. Softijs van 15 centimeter, en dat maar voor € 0,50. Ik weet niet of iedereen deze in eenvoud briljane op ware humor kan schatten. Ik zie Erben Wennemars zijn tong en tanden er niet één-twee-drie inzetten. Daarvoor zijn de wonden te diep en te vers. En de vraag is nu prangend: wat moeten we dan nu in godsnaam gaan doen in Nederland? Toch maar weer carnaval?  
 
 
Het is echt je reinste escapisme, maar ik moest wel. Ik heb in deze barre ijstijd (- 22,3 C vannacht...) enorme behoefte aan zonninge verhalen, dus het artikel over Mauritius 'Geen dodo, geen backpacker' van Thijs Heslenfeld in Het Parool kwam als geroepen. 

In Mauritius is het nu zomer. Dat is al gekjaloersmakend. En ik heb zo het idee dat het er vrij parmenet zomer is en dat ze er nog nooit van Jaap Eden, Reinier Paping en Ard en Keesie hebben gehoord. Terwijl ze toch hele oude banden met Nederland hebben.

Na het ronden van Kaap de Goede Hoop, was Mauritius een logische stop op weg naar de Oost (en v.v., uiteraard) waar we specerijen en rijkdom haalden die ons de Gouden Eeuw opleverden. Maar het was ook die V.O.C.-mentaliteit die de dodo de kop kostte. In enkele decennia was deze wat sullige ogende, nietsvermoedende grote ganskip uitgemoord en uitgestorven.

Zo staat de dodo symbool voor wat de mens aan kan richten als hij even zijn best doet. En de dodo is nu synoniem voor sul, mijn vader had het wel eens over een dooie vissiesvreter of dooie dodo, en als je dat was, dan kwam er echt niets behoorlijks uit je vingers. Maar wat ik me bij een dappere dodo moest voorstellen, daar had ik echt geen idee van.

De dodo heette ook wel Walgvogel of Walghvogel - Jan Wolkers vond het titelwaardig voor één van zijn boeken -, de Portugezen hadden het over de doudo, een simpele, stomme vogel met een belachelijk voorkomen. Het lijken wel excuses om de sul definitief de nek om te draaien. Zo lelijk, weg ermee.

En dan was er nog Boudewijn Büch en de dodo. De documentaire over zijn leven en werk heet niet voor niets 'Boudewijn Büch - de dichter, de dodo en het demasqué'. De dodo is niet meer, maar leeft toch al heel wat eeuwen voort. Zo'n sukkel was het dan toch ook weer niet...
 
 
Ik was in slaap gesust. Ik dacht dat het al bijna lente was. De schok van de kou is groot. Koning Winter regeert, en ik sta er sip en bibberend bij en bezie alle blijheid met ogen vol ongeloof en onbegrip. Of ik ook zo dol ben op schaatsen? Nou, nee. Mag ik weg?

De hele dag denk ik aan dikke dekbedden en een door de natuur gedwongen winterreces. De winterslapende beer is mijn held en voorbeeld. Ik ben geen Paping in het diepst van mijn gedachten. De 'Hel van '63' - natuurlijk gelijk alweer op tv deze week - was voor mij niet de Elfstedentocht, maar de moord op Kennedy.

Ik ga niet schaatsen, ik ben blij dat ik het leven heb. De laatste keer dat ik op schaatsen stond was toen ik een jaar of 10 of 11 was, op het bevroren buitenwalwater van Brielle. Het is de enige winter, en misschien wel de enige dag dat de duurbetaalde zwarte kunstschaatsen uit de kast kwamen.Nee, doe mij het voorjaar maar. En dan een mooie zomer. 

Toen ik een jaar of 6 was, was ik zo onwetend dom en roekeloos dat ik vlakbij ons huis aan de Vlaardingse Van Hoogendorplaan in een wak schoot waar ik gelukkig heel snel uit werd gesleurd. Misschien is dat wel het grote omslagpunt geweest in mijn winterbeleving. Als ik nu naar buiten kijk naar sneeuwend Amsterdam, dan trekt er een rilling door mijn lijf en rolt er een zachte 'brrrr' over mijn lippen. Mijn winterwak.

Oudste dochter Bente kwam pas thuis met een 8 voor schaatsen (!..), ze had als gymles binnen 20 minuten behoorlijk wat rondjes weggetrapt op de Jaap Edenbaan. En met haar jongere zus heeft ze er les gehad. Het wordt hen dus niet onthouden omdat ik er niets aan vind. Zij mogen hun rondjes rijden, maar superfanatiek zijn ze ook niet. Ook zij staan nu niet te trappelen voor de deur om natuurijs of het Hof van Eden aan te vallen. En ik begin er niet over. Dat zou teveel gevraagd zijn. 

Ook de grote Jaap Eden verruilde op zeker moment de schaats voor de racefiets en was daar ook heel goed in en op. Wist niet dat deze grote sportheld aan lager wal raakte en veel te jong en berooid stierf. Maar zijn naam en faam zijn in ieder geval bevroren in 'zijn' ijsbaan in Amsterdam-Oost. Voor de liefhebber. 
 
 
Najaar 2010 was hij er opeens. Henk Bleker. Uit het niets verschenen. Waarnemend partijvoorzitter van het CDA in formatietijd. Met kracht ontkende hij dat hij in het hele formatieproces een plek voor zichzelf in het kabinet wenste. En wie werd er dus staatssecretaris van economische zaken, landbouw en innovatie? Precies. Henk Bleker. 

Henk Bleker is een fenomeen. Niet ondanks, maar vooral dankzij zichzelf. De man uit Onstwedde heeft dan ook een kwaliteit die hem vleugels geeft: Henk Bleker is dol op zichzelf. De ponyfokker laat geen gelegenheid voorbij gaan om Henk Bleker nog steviger op de politieke kaart te zetten. Hier is Henkie Bleker.

En net zoals Henk Bleker voor zichzelf geen post in het kabinet-Rutte wilde, wil hij nu ook geen partijleider worden. "Ik heb daar grote twijfels over, dus waarom zou ik daarover nadenken?", zo liet Bleker het volk weten. Hij had het ook over een kar die hij niet wilde trekken maar wel duwen, zodat de wielen niet in de modder bleven steken, en dat het maar beter een vrouw kon zijn. Afijn, u begrijpt: Henk Bleker staat te popelen.

Als straks 'Mauro. De Musicial' wordt gecomponeerd, dan zal er een mooie rol voor Henk Bleker zijn. De briefjesschuivendestaatssecretaris. Of Mauro niet lekker mee wil naar voetballen, de andere hobby van Henkie. Maar als Henkie echt gas geeft, dan komt er misschien nog wel eerder 'Henkie. De Musical', en dan is er vast ook wel een rol voor Barbara Rijlaarsdam.

Henkie Bleker is een hele bink, en een hele bink heeft natuurlijk ook een fijne partner. Sinds kort heeft Bleker een relatie met NRC-journaliste Barbara Rijlaarsdam. Moet kunnen, hoor ik u denken. Zij is 26, hij is 58. Nou en, verzucht u dan. In het liedje 'Het werd zomer' van Rob de Nijs was ik (hij dus) 16 en zij 28, hij dus minderjarig en zij net iets ouder dan Rijlaarsdam. Van dat nummer gingen er ook tienduizenden over de toonbank, dus niet zeuren over Henkie en zijn journaliste.

En toen Henkie deze week naar Berlijn reisde om Frau Antje (Antje pikantje) te knuffelen op een grote landbouwmarkt, bleek zijn partner ook in het vliegtuig te zitten. Dat hebben de departementen liever niet, tenzij die partner ook nadrukkelijk is uitgenodigd. En dat bleek het geval. Volgens Henk. Dus dat zit goed, dat weet je gewoon.

Henkie Bleker komt overal mee weg. Net als Job Cohen toen hij burgemeester te Mokum was. Mister Tefal werd hij toen genoemd. Niets bleef aan hem kleven. En dat is bij Bleker net zo. Dus die komt nog ver. Nog veel verder dan hij nu al niet wilde. Hij is toch zeker gekke Henkie niet..!?
 


Copyright en privacy