|
Ons adres:
Posthoornkerk
Haarlemmerstraat 124 A
1013 EX Amsterdam
Postbus 14551
1001 LB Amsterdam
Telefoon: 020 305 94 44
Fax: 020 305 94 22
Mail BBK
|
Nog geen week na de uitschakeling van 'onze jongens' is er al een veld vol rijpe en sappige anecdotes en roddels over hoe gezellig de jongens van Oranje met elkaar zijn omgegaan en hoe alle bovenmodale stervelingen totaal niet bereid waren om de ander iets te gunnen, laat staat een basisplaats.
Van Bommel vonden ze niet te 'vreten', Afellay zou een minnen krent zijn, en Huntelaar was de onruststoker vanaf het begin omdat er voor hem geen basisplaats inzat. De discussie in het land over wie er in de spits moest, ontsteeg in volume en hardnekkigheid vele andere ook niet onbelangrijke zaken als leeglopende pensioenpotten en een op ploffen staane Euro.
Voetbal en politiek hebben veel met elkaar te maken. Beide gaan over winnen. En daar wil iedereen bij zijn. In de basis. En op de juiste blok. En dus stoof er veel stof op bij de bekendmaking van de kandidatenlijst van de PvdA voor de Tweede Kamer-verkiezingen. De sociaal-democratische Huntelaars en Van der Vaarten roerden zich danig.
Zeker. Niemand is belangrijker dan de partij. Maar toch. Je zal maar afgedankt of ver ner beneden zijn gezet. Dan is verlies niet makkelijk te pakken. Dat doet au, en gekwetstheid doet het altijd leuk in de media, daar pikken ze een relletje graag mee.
Partijvoorzitter Spekman maakte het proces voor de afgewezenen niet makkelijker door zijn opmerking dat er doro de val van het kabinet 'nauwelijks evaluatie- of functioneringsgesprekken zijn gevoerd. Hij begriojpt dat mensen teleurgesteld zijn, maar "de concurrentie was moordend." Net als bij Oranje. Letterlijk bijna.
Maar het is geen PvdA-kwaal, al dat verdriet en die teleurstelling. Boris van der Ham zou bedankt hebben omdat hem het D66-leven door Alexander Pechtold niet aangenaam was gemaakt. En de man van de week een paar weken geleden Tofik Dibi staat nu op 10, in de spits, maar kansloos voor een Kamerplek. Vallen gaat hard, en doet van au. In het voetbal en in de politiek.
Het is me allemaal wat. Moebarak is bijna dood. Michelle Obama blijkt blanke voorouders te hebben. Er moet een referendum komen over de onderdoorgang van het Rijksmuseum, en Badi Hadr heeft net een dochter en neemt Estelle erbij. Moet Ruud weer op zoek. Maar daar heb ik alle vertrouwen in.
Ik kan het allemaal maar net aan, en nog helemaal niet verwerken. En dan heb ik het niet over de uitschakeling van 'ons' Oranje. Ik had niet veel vertrouwen in dit keurkorps van Van Marwijk, en dat wantrouwen hebben ze niet beschaamd.
Maar wat ik al langer wist en wat me al zo ergerde, kwam nu in alle lelijke heftigheid boven. Het zijn voetbalproleten, die zo bewierookte en nooit meer tegengesproken helden op kicksen, het is rapalje, naar voetvolk, egocentrisch, minnetjes, zuur, en dol op zichzelf. Wie wil daar nu naar kijken?
Het was een min clubje daar in Charkov en Krakau. Onze helden van 2010 lieten even zien uit welk hout ze echt zijn gesneden. Lui, arrogant, rancuneus, uit op eigen succes en gewin, en volledig het zicht kwijt op eigen kunnen en beperkingen. En zeker dat laatste is puur dynamiet onder de schijnwerpers van zo'n groot tournooi.
Het was niks en het werd niks. Oranje verloor drie maal op rij, vooral van zichzelf, en van dominante Duitsers die heel goed hebben geleerd van die rare Hollanders. Jammer dat ze het nu veel beter kunnen. Die Gomez keek echt zijn ogen uit bij die stoethaspels van Mathijsen en Heitinga.
Ik had me zeer verheugd op dit EK, en heb alles gekeken, zelfs de Grieken. Maar nu ben ik beroofd en gerold door mijn eigen team en moet ik op zoek naar een nieuwe persoonlijke favoriet. Misschien moeten de Duitsers maar gewoon het EK winnen. Mijn zegen hebben ze. De wederopgestane Italinanen ook. En tegen Arjen Robben en zijn fijne voetbalvriendjes zou ik alleen nog willen zeggen: hou zelf je bek. En rot van de vleugel af. Links zowel als rechts. Fijne vakantie. En voor de voorronde voor het WK 2014 zou ik als bondscoach nieuwe vrienden gaan zoeken.
Het kon niet goed gaan gisteren tegen 'de Deen.' Het verwachtingsniveau lag veel te hoog, dat kon alleen maar mis gaan. Het wonderteam van Bert van Marwijk leek verlamd, rillend van het klamme angstzweet, en deed eigenlijk alles fout wat je fout kunt doen, met name verliezen.
We konden niet verliezen. En dan gaat het dus vaak mis. We voelen ons superieur, en als we al tweede kunnen worden op een WK, dan kunnen we dus fluitend Europees Kampioen worden. Bravoure en zelfoverschatting zijn volle neven van elkaar.
Aangestoken en voortgejaagd door hitsige media en commercie moest de wedstrijd tegen Denemarken wel fluitend gewonnen worden. Er was geen alternatief. Iedereen was gek, het team was er klaar voor, alles en iedereen was Oranje, nu konden we die Denen wel even opvreten.
En dus was er de deceptie, de ontgoocheling, het ongeloof, en natuurlijk weer die scheidsrechter die al die penalty's niet zag, het geklaag als het beste bewijs voor het eigen onvermogen.
Wie objectief poogde te kijken, zag dat onze jongens overal faalden. Er was geen tempo, geen druk, geen overtuiging, het veld - wat hadden we Bert gewaarschuwd - was gapend groot, en dat bij 25 graden. De verdediging week en hing achterover, maar met alle extra manschappen liepen tal van Denen angstaanjagend vrij.
Vlaar leek een amateur die een proefwedstrijdje mocht spelen, Van der Wiel bewees voor de tigste keer dat hij een belabberde verdediger is, Van Bommel staarde in een gapend landschap en had gewoon rood moeten krijgen voor zijnlate en smerige overtreding. De rest was niet of nauwelijks haartjes beter. En Robben moet op een solosport, wat een drama. Van Persie bewees 90 minuten de keuze van Van Marwijk voor hem boven Huntelaar niet te begrijpen.
Dat een 18-jarige debutant wel strak passte en dreiging in zijn acties had, zegt iets over de lamentabele staat van dit Oranje, waarin alleen Wesley Sneijder nog enigszisn geloofde in zijn eigen verjaardagsfeestje.
De Denen schrokken eerst, en lachten zich toen rot. Coach Olsen is een aardig en oh zo geslepen heer die Oranje graag in het eigen sop gaar liet koken. Dat een afdankertje van Ajax onze jongens de das omdeed, was een pijnlijk detail.
Woensdag wacht den Duitser. Bij verlies wacht de hoon en de schaamte van een hele natie. Dan kan Nederland - na een obligate schoppartij tegen Ronaldo c.s. - naar huis en op vakantie. Zijn we er toch ingetuind. De kracht van zelfoverschatting is met geen pen te beschrijven.
Het is pure slapstick. Drama. Theater van de Lach. Circus. Commedia dell'arte. En dan heb ik het natuurlijk over de onderdoorgang van het Rijksmuseum alhier. Die onderdoorgang is een dossier zo dik dat de hele doorgang al als vanzelf is versperd, fietsers of geen fietsers.
Ooit was het Museumplein geen saaie aangeharkte grasweide met bankmeubilair, maar een racebaan voor automobielen. En fietsers mochten door de donkers ebuis onder het Rijksmuseum. Mochten. Wat dat mag niet meer. Nou ja, kan niet meer. Want het Rijksmuseum is al jaren dicht, vele jaren teveel, net als de Stedelijke neef aan het plein.
Maar nu het Rijksmuseum toch eindelijk weer open dreigt te gaan, laait te elfder ure de discussie over de onderdoorgang weer op. Hij zou niet voor fietsers worden, wel, toch niet, toch maar wel, en nu toch maar liever niet, tenzij de Amsterdamse gemeenteraad dat alsnog wijzigt begin juli.
Het is een soap, een tranentrekker dat gehannes en geklooi van stad en stadsdeel en museum, een dorpspompniveau dat ze zelfs in Jubbega niet zouden pikken. Directeur Wim Pijbes van het Rijksmuseum is het allemaal zat. Hij was al getergd en voelde zich geschoffeerd door het advies van de Raad van Cultuur, en nu dit tunnelse gedonder weer.
Pijbes wil die fietsen niet terug, levensgevaarlijk voor die miljoenen toeristen die straks drommen en oversteken in de onderdoorgang. Dat regent ongelukken. Italiaanse toeristen geschept door pizzakoeriers. Dat soort ellende. En met een mooi fietspad pom het museum is toch alles oplosbaar, hakken we een stukje van de Rijksmuseumtuin af.
Deze commedia dell'arte gaat nog even door. De gemeenteraad moet zich begin juli buigen over het advies van wethouder Wiebes om het hoofdfietsnet niet aan te passen en de onderdoorgang straks weer open te verklaren voor fietsers. Dat wordt nog lachen. En heel veel spaak-in-het-wiel-pogingen en oud Amsterdams moddergooien.
In al die jaren vertraging bij de verbouw had men dit dossier toch wel eens kunnen oplossen. De onwil, kinnesinne, landjepik, besuurlijke spaghetti en egoshows maakten het helaas onmogelijk. Op die fiets, dus. En waarin een grote stad klein kan zijn.
Met vier grote bioscoophuizen heeft Pathé een steeds grotere greep op de Amsterdamse filmmarkt. Helaas leidt het grotere zalenaanbod niet tot een rijk en divers filmaanbod. De grote films worden massaal vertoond, het is zoeken in het donker naar het bekende pareltje. Maar gelukkig vond ik er vanmiddag weer een.
'Moonrise Kingdom' is de nieuwste film van de Amerikaanse regisseur Wes Anderson en het is een ware parel van smaak, styling, humor en originaliteit. Anderson is relatief jong, maar zeker geen nieuwkomer, maar 'Moonrise Kingdom' is de eerste film die ik van hem zie, en ik heb er van begin tot eind van genoten.
'Moonrise Kingdom' is een film over kinderen, maar geen kinderfilm. De kinderen op het fictieve vakantieiland New Penzance gedragen zich volwassener dan hun ouders, hun pleeghouders, de politie. de hopman of de pinnige vrouw van de jeugdzorg. De ouders lijken eerder kinderen en hun bekrompenheid, slome gedrag en levensmoeheid is niet bepaald een voorbeeld of aansporing van kinderen.
Sam en Suzy hebben elkaar gevonden in hun lege werelden en gaan er samen vandoor op het eiland. Het is knap hoe Anderson hen in hun gedrag, houding en teksten portretteert als kleine volwassenen, en hoewel het ook erg grappig is, is het toch vooral aandoenlijk en overtuigend hoe de twee 12-jarigen met hun platenspeler op het strand kussen en dansen op muziek van Francoise Hardy.
NU had het over een 'enorme kijkdoos vol eigenzinnige types en schattige details in de decors.' Gaat dat dus zien, zou ik zeggen. Zeker als je er ook nog Bruce Willis, Bill Murray, Harvey Keitel, Tilda Swinton, Edward Norton en Frances McDormand 'gratis' bijkrijgt.
Maar de echte sterren zijn Jared Gilman en Kara Hayward als Sam en Suzy die een prachtiger leven tegemoet lijken te gaan dan alle volwassenen om hen heen. Dat stemt - voor hen in ieder geval - bijzonder hoopvol.
Het is lang geleden. Nog langer geleden dan de troonsbesijging door Koningin Elizabeth 60 jaar geleden, vanavond vrolijk voor haar Buckingham Palace toegezongen door haar eeuwig jonge onderdaan Sir Cliff Richard, toch ook al weer 72 jaar jong inmiddels.
Het is lang geleden, en het gebeurde vlak na onze bevrijding. Het gehavende, leeggeroofde en straatarme Nederland kon zich het verlies van Indië niet veroorloven. Immers: 'Indië verloren, rampspoed geboren.' En dus moesten die 'ploppers,' die na het vertrek van de Japanners naar vrijheid smachten, een lesje krijgen.
Het is bizar en paradoxaal. Nederland heeft net ervaren hoe essentieel vrijheid van vreemde dwang en drang is, en de Duitsers zijn amper weg of we gaan 'ons' Indië weer onze drang en dwang opleggen, zoals we dat al eeuwen gewoon en gewend waren. Onze economie draaide erop, en de rijkdom uit de Oost konden we nu nog beter dan ooit gebruiken.
We noemden het politionele acties, een mooie 'spin', want oorlog kon natuurlijk niet, maar gevochten werd er, en er vielen doden, en er waren oorlogsmisdaden, al heeft Nederland er lang heel veel moeite mee gehad dat wij geen haar beter zijn dan wie dan ook. Dat is ontluisterend, maar op een bijzondere manier ook geruststellend.
Mijn vader moest in dienst en naar Indië, hij vertelde er bnooit veel over, maar de tijd en de strijd moeten diepe indruk op hem hebben gemaakt. Tot laat in zijn leven zocht hij zijn oude maten op en vond daar weerklank en de aandacht die hij bij ons niet kreeg. Want die politionele acties werden geen succes, en waren thuis in Nederland dus niet populair.
Hoe het zo kwam, beschrijft Ad van Liempt in zijn nieuwe boek 'Nederland valt aan' dat net is verschenen. Van Liempt beschrijft daarin de acht weken die voorafgingen aan het Nederlandse besluit om Indië binnen te vallen en Nederlandse orde en gezag met harde hand te herstellen. De oorlog na de oorlog, dus. Benieuwd.
Het is irritant in zijn omvang en luidruchtige onontkoombaarheid, maar het heeft ook wel iets aandoenlijks hoe de Hollandse natie helemaal in de ban van Oranje en 'onze jongens' raakt, zeker als je beseft dat we vrijwel nog nooit iets hebben gewonnen.
Dus vanwaar dat lawaai en die drukte? Uit minderwaardigheid? Of omdat we zeker weten dat rechtvaardigheid zal zegevieren en 'we' - na 24 jaar - nu echt wel weer eens recht hebben op een grote prijs. Wesley Sneijder onderstreepte het afgelopen week in de 'Sneijder Tapes': wat ontbreekt bij hem, en bij zijn 22 Oranjegenoten - is een grote prijs met Oranje. Nu moet het gaan lukken.
We vinden onszelf goed, heel goed, wij van Nederland adviseren Nederland, we spelen aanvallend, gedurfd, en hebben een gezonde grote bek, iets van die 'VOC-mentaliteit' die voormalig premier Balkenende graag weer als norm voor onze natie zag.
Maar toch, al 24 jaar geen prijs, ondanks al die talenten en internationaal gelouterde kanjers, en nog nooit waren we zo dichtbij als twee jaar terug toen Oranje in de persoon van Arjen Robben stuitte op de knie of het bovenbeen van Iker Casillas, de Spaanse doelman ons daarmee van de WK-titel afhield.
In 1988 waren we volgens TV-commentator Theo Reitsma 'een goed stel', maar dit stel van nu teert nog steeds op die oude roem, van de nu dode generaal, van ex-bondscoach Van Basten, en van de man met de snuivende neusgaten en de dreadlocks die vaak niet wist wat hij deed en waarheen te gaan.
Straks als les en aanmoediging bij Andere Tijden Sport een docu over het zogenaamde Deense campingelftal dat in 1992 ons grote Nederland van een nieuwe EK-titel afhield. Wie kent niet die gemiste Van Basten-penalty, de stop van Peter Schmeichel? Zaterdag wachten de Denen weer, in Charkov, het eerste obstakel in de nieuwe titelrace. Blijft het bij oude roem, of is er nu echt weer eens iets te halen voor Oranje?
Het was een meesterwerk. De bijbel voor grootheden als Bob Dylan. Maar ook onverfilmbaar geacht. En daarom duurde het misschien ook wel zo lang voordat 'On the Road' van Jack Kerouac tot film werd omgesmeed. Het resultaat mag er zijn. tenminste, als je van een prachtig prentenboek houdt.
Ik geef het toe, ik heb 'On the Road' nooit gelezen. Het was en is mijn bijbel niet. Het roadbook van Kerouac lijkt me nu typisch een tijdsbeeldboek, de lint voor een naoorlogse generatie die los wil van de conventies en de uitgestrekte Amerikaanse wegen tot jachtterrein verklaart en mooie kreten bedenkt dat niet de bestemming maar de weg het doel is. Ach ja.
Maar het mooie prentenboek dat de Braziliaanse regisseur regisseur Walter Salles ons voorschotelt, mist inhoud en bezieling, het mist de brandstof waarop Kerouac uiteindelijk ziijn wereldberoemde boek schreef. Want was is er nu eigenlijk zo cool aan wat losgeslagen jongeren die blowen, paffen, zuipen en neuken anders dan dat hun ouders of buren dat waarschijnlijk niet de hele tijd deden?
Bij 'On the Road' had ik toch iets meer drive en inhoudelijke drijfveren vermoed en verwacht, maar goed, ik las het boek ook niet. De film 'On the Road' lijkt wel één lange neo-hippe TV-commercial voor een erg alternatief drankje voor ongeschoren jongens die maar niet groot willen worden en wufte meiden die er als blokken voor vallen. Grolsch on acid, of zoiets.
Amerika is het land van 'On the Road', iedereen altijd onderweg, op de vlucht voor een verleden, op zoeken jacht naar een beter bestaan. Het kan fraaie verhalen opleveren, en zelfs prachtige films, zoals ooit 'Badlands' van Terence Malick.
Maar deze clip van Salles is me te lang, te gelikt, en - om in de wegenmetaforen te blijven - het komt nergens vandaan en het gaat nergens heen. En dan is 2,5 uur stoelzitten opeens geen avondje uit maar een avondje hard werken, en dat kan toch niet de bedoeling zijn 'on the road.'
Alles is relatief. Als je wat haatzaaiende fundamoslims (wel quasi hip Sharia4Holland genaamd) op de Dam los laat gaan, dan valt daarna de redelijkheid van Geert Wilders op. De mannen met baarden en nog onguurdere bodyguards bedreigden Wilders met de dood en vonden het geloof ik ook een schande dat er zo'n nationaal monument voor ook die Joden op de Dam staat.
U begrijpt, we hadden beschaafde mensen over de stadsvloer, de politie stond erbij en keek ernaar, maar heeft na wat commotie, politieke druk, en aangfite door Wilders de doodsaanzegger toch maar aangehouden. Wilders rechts ingehaald, er ligt veel ruimte braak.
Maar Wilders is ook niet gek. Hij op zijn beurt heeft nu de VVD rechts ingehaald. In de peilingen wel te verstaan. De PVV scoort nu beter in de dagkoersen dan de VVD van Rutte. Dat mag opmerkelijk heten. Opzienbarend, zelfs. Want was na het weglopen uit het Catshuis de PVV niet doodverklaard en kansloos bij de verkiezingen?
Het was prachtig wensdenken dat de PVV nu voor het verraad aan de eigen gedoogsteun zou worden afgestraft. Eindelijk zouden ook Henk en Ingrid, Gert en Hermien en Jip en Janneke inzien dat Wilders onbetrouwbaar is, niet deugt, en het land geen mallemoer verder helpt.
Maar de vreugde over de voorspelde val en neergang is al weer verstomd. Wilders speelde bekwaam slachtoffer en de vermoorde onschuld, maar hij neemt toch maar mooi het beeld mee dat die Rutte wel aardig lijkt, maar in het echt een nare man is die dreigt en je bijna fysiek te lijf gaat. So much for civilized politics.
Met Wilders aan het roer wordt het natuurlijk nooit wat met Nederland. Maar die andere brave Hendrikken wekken nu ook niet de indruk dat ze weten hoe de crisis aan te pakken. Dat maakt natuurlijk ook geen sterke indruk. De Europese chaos is koren op de PVV-molen. En andere partijen krijgen het nog knap lastig om uit te lachen dat het best goed gaat terwijl het alleen maar slechter gaat.
Eén van de grootste mannen uit de popmuziek van de laatste halve eeuw, is ook van de kleinsten. Paul Simon. Ooit de helft van het legendarische duo Simon and Garfunkel. En naast de boomlange Garfunkel leek de kleine Simon alleen nog maar kleiner.
Als een variant op onze Piet Hein: zijn postuur is klein, maar zijn daden benne groot. En groot zijn die daden van Paul Simon zeker. Zoals zijn prachtige album 'Graceland', een ware popklassieker waarvan het eigenlijk onvoorstelbaar is dat er een al een kwart eeuw voorbij is sinds het album op de markt kwam en een grote hit werd.
De Volkskrant heeft dit week een uitgebreid artikel over de geschiedenis van 'Graceland' en de rel die rond Simon ontstond omdat hij naar het foute Zuid-Afrika ging om met muzikanten daar een aantal tracks op te nemen. Ladysmith Black Membazoo werd er groot door in het Westen, maar Simon kreeg het verwijt de culturele boycot te negeren.
De discussie gaat door, ook door de re-release van 'Graceland' en de documentaire 'Under African Skies.' En ook het leven van Simon gaat door. De oude bard komt 18 juli naar Amsterdam naar de Ziggo-Dome. Daar zal veel ruimte zijn voor tracks van 'Graceland'. Er staan ook nogal wat pareltjes op, vanaf de openingsmaten met de pompende accordeonklanken van 'The Boy in the Bubble.'
En dan is er natuurlijk het titelnummer over het spookslot van Elvis in Memphis, Tennessee, met de prachtige openingszinnen "..The Mississippi Delta was shining like a National Guitar, I'm following the river down the Highway to the Cradle of the Civil War, I'm going to Graceland..." Tsja, als je dat kan schrijven, dan ben je een grote.
'Een fabelachtig mooie liedjesplaat' concludeert de Volkskrant. En of Simon 'fout' was of niet, hij opende in ieder geval een Zuid-Afrikaanse schatkamer en liet ons horen en zien wat een muzikale rijkdom daar was en wachtte. Afriak was niet alleen maar lijden en ellende, maar ook prachtige muziek.
|
|