|
Ons adres:
Posthoornkerk
Haarlemmerstraat 124 A
1013 EX Amsterdam
Postbus 14551
1001 LB Amsterdam
Telefoon: 020 305 94 44
Fax: 020 305 94 22
Mail BBK
|
Het is misschien inmiddels wel vijftien jaar geleden dat ik 'De voorlezer' van Bernhard Schlink las. Het was in mijn herinnering een nogal klein boekje, zowel in formaat als in omvang, eerder een novelle dan een roman, maar in dat kleine werk zat een groot en aangrijpend verhaal dat jaren later werd verfilmd als 'The Reader.'
De verfilming van het boek van Schlick had ik nog steeds niet gezien. De dvd stond vragend in de kast, wachtend op dit mooie moment op een rustige zaterdagmiddag. Ik ga overigens niet beginnen over een prachtig boek en hoe de film dan tegenvalt of maar niet wil lijken wat je in je hoofd al als film hebt gemaakt.
Maar je moet er wel even doorheen dat een Duits boek een Duits verhaal in het Engels wordt, en dat Kate Winslet levenslang krijgt als SS-bewaakster en dat Bruno Ganz een Duitse professor is die Engels moet praten, maar goed, hij had ook al Hitler gespeeld, dus hij kan wel wat hebben.
Dat alles gezegd hebbend, is 'The Reader' wel 'gewoon' een mooie film, en Kate Winslet haar Oscar lijkt me niet bepaald onverdiend. De film is rijk, net als het boek in subtiele tonen en tinten struikelt over een rijkdom aan thema's en invalshoeken met schuld en boete als de meest-voor-de-hand-liggende.
De voorlezer blijft voorlezen, ook als zijn oude liefde levenslang heeft gekregen. Door de cassettebandjes die hij stuurt, leert zij zichzelf in de gevangenis schrijven. Onbedoeld, maar oh zo bewust in de film gestopt, krabbelt zij 'Please send more romance..' op een briefje aan Michael, een woordgrap in het Engels, en dan wringt het toch opeens wel die andere taal in een drama over de Tweede Wereldoorlog en de Duitse verwerking ervan.
Het verhaal van voorlezer Michael Berg lijkt in de tijd(slijn) en beroepskeuze een autobiografische schets van het leven van Schlink zelf. Dat hij met zijn kleine grote boek de bestsellerlijst van de New York Times aanvoerde, zal het maken van de film hebben aangewakkerd en vergemakkelijkt.
Voor een Amerikaans publiek zal het geen probleem zijn. Ik zit er toch een beetje vreemd naar te kijken. Alsof in 'De Avonden' Thom Hoffman als Frits van Egters opeens in het Frans zou beginnen. Rijk de Gooyer zou zich bezeken hebben...
Loftrompetten te over om te steken over hoe heerlijk het is om in compact Amsterdam te wonen met de grote snoepwinkel van bioscopen, theaters, concertzalen, musea en ander heerlijks vlak om de hoek. Vanochtend om 11 uur was ik in Pathé City één van de vijf die benieuwd waren naar Sean Penn in 'This Must Be The Place'.
Penn is fascinerend bizar als een rock ster in ruste, visueel een kruising van Robert Smith van The Cure en van een Bono die decennia niet van de drank en de pillen af heeft kunnen blijven. Op een kwade of goede dag moet hij naar New York naar zijn stervende vader. Door zijn vliegangst ('en een lichte doodsangst') neemt hij de boot in plaats van het vliegtuig, en komt (dus) te laat.
In het New Yorkse Joodse milieu van zijn vader komt hij eigenlijk thuis en gaat in de V.S. op zoek naar de kampbeul die zijn vader in Auschwitz heeft vernederdt. Zo wordt een wat zwarte komedie een klassieke road movie over schuld en boete en liefde en met een verrassend eind dat je zelf maar moet gaan zien.
Moet gaan zien inderdaad, want 'This Must Be The Place' van Paolo Sorrentino ('Il Divo') is een visuele tractatie, door Penn, de prima cast, de ingetogen humor, en vooral ook door het sublieme camerawerk. Ik las dat de film bijna $ 30 miljoen heeft gekost, en pas ruim een derde heeft opgeleverd. De bruto-recette van € 32,50 vanochtend zet dan niet veel zoden aan de dijk. Deze blog misschien nog wel een beetje.
Ook visueel imponerend is de tentoonstelling een steenworp verderop in het Van Gogh Musuem, 'Dreams of Nature. Symbolisme van Van Gogh tot Kandinsky'. En hoewel symbolisme ook van een niet-te-harden-zwaarheid of zweefmutserij kan zijn, zijn hier werken als het imponerende 'Het Dodeneiland' van Arnold Böcklin, 'Nocturne, Grey and Silver' van Whistler, en 'Meer van Keitele' (ook de poster van de tentoonstelling) van Akseli Gallen-Kallela een bezoek al meer dan waard.
Allemaal om de hoek, het kost 'geen drol' zou Jules Deelder zeggen, en wat jammer is het dan dat na jaren van potdichtheid het Stedelijk Museum (ooit SM in de communicatie gedoopt, hoe toepasselijk nu..) nu weer bemodderd raakt door schreeuwkoppen over geld en internationale status of het gebrek daaraan of verlies ervan. Wat een ranzige triestheid inmiddels, 'This Should Have Been The Place.' Doe maar gauw die deuren open...
Sneeuwwitje is - als zoveel andere sprookjes - een draak van een verhaal, en met dat soort draken vallen we onze kinderen de hele tijd maar lastig. Hans en Grietje die in hert bos worden achtergelaten, Assepoester die getreiterd wordt door de lelijke stiefzusters, en dan is er ook nog eens de ellende van een Studio 100 met de Ploppen en Gert met een hond met keelkanker.
Als kind denk je dan toch dat het leven vreselijk zal zijn en dat je ouders en al die anderen het spoor volledig bijster en gewoon niet te vertrouwen zijn. Toch lezen we onze kinderen al het moois en engs en ergs voor, en we nemen ze mee naar de bioscoop, en daar overwinnen ze angsten en doen enorm veel indrukken op.
Kleine kinderen worden groter, en vandaag in de lange voorjaarsvakantie maar eens met dochter Hedda naar de film, naar een mooie 'dwarse' verfilming van Sneeuwwitje. Dat viel nog niet mee. De film wel. Die zag er zelfs prachtig uit. Maar in het roemrijke Tuschinski haperde van alles.
Misschien hadden de zeven dwergen de projectie, het geluid en het licht maar moeten regelen, want dat ging aan alle kanten mis. Eerst geen geluid, toen wel geluid maar bij het verkeerde beeld, toen stilstaand beeld, en toen het goed leek te komen, ging het zaallicht niet uit. Tel daar dan nog de te kleine kinderen bij die door hun (groot)ouders waren meegenomen naar een verfilming die ze niet snapten, en dan begrijp je dat het best een lastige middag werd.
Maar goed, Sneeuwwitje was mooi, en Julia Roberts deed erg haar best om mooi te zijn, ondanks haar nare karakter. De dwergen waren geen kabouterachtige mijnwerkertjes meer, maar lieve boefjes, dieven met een klein hart, en één of twee verdenk ik ervan dat ze de maagdelijkheid van Sneeuwwitje graag hadden bevlekt.
Het overbekende verhaal wordt wat door elkaar gehusseld - de appel zit aan het eind, maar bereikt de klant niet -, maar vooral de vormgeving, de art direction is meer dan de moeite waard. En hoewel de film zeker niet bedoeld is voor volwassenen, viel er ook voor mij veel te lachen toen geluid en beeld gelijk liepen en de zaalverlichting was gedoofd. En zeker sensueel was de scène waarin Sneeuw haar prins uit zijn betovering kust en heerlijk naar aardbeien smaakt. Het was net een sprookje. Maar dan met een twist.
De erfenis van Pim Fortuyn is 'all over the place'. Heel weldenkend, doorgeleerd, verklarend en piskijkend Nederland laat dezer dagen zijn opinies op ons los over hoe we het fenomeen Fortuyn moeten duiden en welke invloed hij tien jaar na zijn gewelddadige dood nog heeft.
De Volkskrant haalt flink uit vandaag. Een speciale Pimbijlage van maar liefst 12 pagina's met ook een reprint van het geruchtmakende interview met de 'Goddelijke kale' van 9 februari 2002 dat een breuk zou betekenen met Leefbaar Nederland en de start van de LPF, Lijst Pim Fortuyn.
Wie weet wat 'the nutty professor' politiek had kunnen bereiken. Het is en blijft koffiedik. Het CDA wilde in ieder geval graag met hem, buitengesloten als ze waren in het Paarse tijdperk. De Groene Amsterdammer heeft het deze week op de omslag over 'De Puinhopen van Pim', als moddervette knipoog-tegenhanger van 'De puinhopen van Paars' waar Pim zo graag op hakte en waar hij liet zien dat Nederland niet 'af' was maar een verwende puinhoop.
Fortuyn zou de 'gewone man' een stem hebben gegeven met Henk en Ingrid als logisch resultaat. De achterkamertjes waar die gevestigde politici elkaar de bal en de baantjes toeschoven, werden door Pim verdachte afwerkplekken voor ranzige macht, en velen knikten het hem na: 'goed dat dat soort dingen eens wordt gezegd.' Wat u zegt.
Morgen is het exact tien jaar geleden dat Pim Fortuyn in Hilversum werd vermoord. Niet voor niets kwam deze week de discussie over mogelijke vervroegde vrijlating van dader Volkert van der G. naar boven. En moest de eeuwige publicitaire geilneef Hans Wiegel ons kond doen van het 'feit' dat Pim hem graag als premier had gewild. Die kogel kwam van rechts.
Die Goddelijke kale. Ik heb het niet verzonnen. Theo van Gogh wel. Hij maakte de spannende film '06/05' over een complot dat Fortuyn zou hebben vermoord, met Volkert van der G. als onze 'eigen' Lee Harvey Oswald. Tweeeneenhalf jaar later was Van Gogh zelf dood. Ook vermoord. Nederland was zijn onschuld definitief kwijt. En het deksel was van de pan. Hoe het daarna ruikt, is een kwestie van smaak.
Het is alweer een tijd geleden dat ik het fascinerende boek '1959. The Year Everything Changed' las. Fred Kaplan maakt een overtuigende case dat in 1959 de moderne tijd begon, en hij schreef er gloedvol over, van de eerste Russische kunstmaan tot Miles Davis' album 'Kind of Blue.'
Iets minder gloedvol, maar zeker ook zeer aangenaam om te lezen is 'SEVENTIES. The Sights, Sounds and Ideas of a Brilliant Deacde' van Howard Sounes, recent voor slechts € 6 op de kop getikt bij The English Bookstore in de Kalverstraat, bij de Munt.
Sounes neemt me mee op reis naar de tijd die hij goed kent en die ik ook meemaakte, de vroege jaren '70, en hij vertelt hoe belangrijk en bepalend die tijd was, bewijsmateriaal genoeg, zoals Bob Rafelson en Jack Nicholson met de film 'Five Easy Pieces', Stanley Kubricks 'A Clockwork Orange' (door Kubrick na veel geweld uit de Britse cinema's gehaald), Coppola en Puzo en hun 'The Godfather', Monty Python, Germaine Greer, Richard Stella, en Stevie Wonder.
Het boek is geen studie, maar overstijgt zeker en fraai het niveau van verhaaltje en anekdotes. Het is een mooi tijdsbeeld van een tijd die mooi was voor een opgroeiende jongen die open stond voor veel, zo niet alles, tot op zekere hoogte vergelijkbaar met hoe David Bowie zich positioneerde en profileerde. The Man Who Sold His World to be a rock'n roll star.
Mooi schrijft Sounes over Lou Reed, zijn 'redding' door Bowie met het fraaie 'Transformer' als blijvende getuige, en over Bowie's 'The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars', zijn thema-album dat enorm werd opgestuwd door de androgyne en zelfs enige tijd (hoewel getrouwd en paps) expliciet homoseksuele Bowie. Zijn gevoel voor PR was fenomenaal.
Bowie was en werd een fenomeen, zijn eigen 'Starman', en bij zijn grote Ziggy-concert in The Rainbow in Londen zaten de groten van de Britse rock in de zaal. Waarschijnlijk herkende Mick Jagger in Bowie een talentrijke soortgenoot.
En veel van de bijna 3.000 toeschouwers n Londen waren zeker ook onder de indruk van een keurige heer in pak en zwart geverfd en gladgekamd haar. Brian Ferry en zijn Roxy Music mochten het spits afbijten voor Bowie, maar bliezen hem bijna van het podium af. Those were the days..
Al die jaren heb ik het Filmmuseum in mijn eigen achtertuin gehad. En hoe vaak ben ik er nu eigenlijk geweest? Precies. Veel te weinig. En toch voelde het vooruitzicht dat het Filmmuseum vermomd als EYE noordwaarts zou trekken als een persoonlijke nederlaag, en een lichte vorm van verraad.
En dan moest ook de naam nog anders. Was dat wel slim? En cultuur brengen naar die Noorderlingen. Hoezo eigenlijk? En zouden al die grachtengordelige filmtypes wel met hun sloep of - nog erger - met de pont naar het Noorden willen? Iedereen hield zijn hart vast, en misschien nu nog wel een beetje.
Wat er toch ook wel achter zat, was een beetje een gevoel van 'kijk die nou met losse handen', en wat een megalomaan gebouw daar aan die Noordse rafelrand. Kon dat wel goed gaan? Kan dat wel fatsoenlijk financieel worden gerund? En waar sloeg dat gebouw nu eigenlijk op? Ach ja. Koudwatervrees. Kinnesinne.
Dus morgen moedig noordwaarts. Met eigen ogen gaan kijken naar en in EYE. En welke film kan dan nog meer geschikt zijn en lokken en lonken dan Alfred Hitchcock's 'North by Northwest'. Ik heb de film denk ik al een keer of vier gezien, maar nog nooit in Amsterdam-Noord, nog nooit in het Filmmuseum, ik bedoel EYE.
Morgen de oversteek. Morgen wacht Noord. De pont. Het IJ. Wind door je haren. Ik ben reuze benieuwd. In het Vondelpark zou het nieuwe vliegdekschip der cinematografie nooit hebben gepast. Maar is het nu zo groot als het is omdat het kon? Omdat er toch plek zat was? Omdat - ook in deze tijd - ontwikkelingssamenwerking best nog wat mag kosten?
Morgen moedig noordwaarts. Koers 'North by Northwest.' Cary Grant. Eve Marie Saint De fameuze scène waar Grant achtervolgd en bijna vergiftigd wordt door een sproeivliegtuig. Het gebouw van de Verenigde Naties in New York. Mount Rushmore. En natuurlijk is Sir Alfred er zelf ook heel even. Als buspassagier. Bescheiden, maar toch.
Iedereen had 'Iron Lady' al gezien. Behalve wij. Maar net voordat de film van het grote doek in de dvd-distributie terecht zou komen, hebben we op de bekende valreep kunnen genieten van de opkomst, de ondergang en de aftakeling van Margaret Thatcher, premier van Engeland van 1979 tot 1990. Eerder deze week moest ik de knoop ontwarren van 'Extremely Loud & Incredibly Close'. Daar was het de film van het boek, maar had ik het boek nog niet gelezen. Daar had ik dus niet de ballast van de zelf-al-bedachte-film. Maar bij 'Iron Lady' lag het weer anders. Daar was de film al gemaakt, in 'real life', en heeft beoordeling van het resultaat vooral te maken met gelijkende geloofwaardigheid en een aansprekend scenario.
Meryl Streep - zij blijft een jeukfactor - is al meer dan genoeg bewierookt, bejuweld en galauwerd voor haar hoofdrol in 'Iron Lady'. Streep ís Thatcher, ofschoon ik toch ook af en toe op de rand van giechelen zat als het eng-gelijkende bijna schmieren werd.
Engeland is het eiland van de strakke onderbroeken en de strenge kostscholen, en wat hebben de mannen genoten van de strenge meesteres die de Britse stal meer dan 10 jaar op compromisloze en keiharde manier schoon veegde. Vakbonden, mijnwerkers, IRA, de Argentijnse junta, Thatcher luste 'the thugs' rauw.
Elf jaar hield ze het vol. Toen durfden de mannen het aan om de Iron Lady van haar troon te stoten en de messen in haar rug te planten. Zoals zovelen voor en na jaar was ze net te lang aan de macht gebleven om nog helder te kunnen kijken en regeren.
Er was veel commentaar op de aanpak van de film en de keuze om Thatcher ook in haar moelijke Alzheimerfase te laten zien. Toch geeft juist dat de film meerwaarde boven een mooi-gefotografeerde bio-pic. Het laat de harde winkeldochter zien op de rand van heden en vergetelheid waar haar overleden man Dennis niet is weg te slaan en haar dochter haar semi-liefkozend 'silly old sausage' noemt.
Op het moment dat Dennis dan toch 'voorgoed' op reis naar het licht gaat en haar verlaat en zij hem toeschreeuwt haar niet te verlaten, is het antwoord pijnlijk-lachwekkend: "ach, schat, jij hebt toch nooit iemand nodig gehad."
Herdenken. Opdat we niet vergeten. Zo is het maar net. En het gaat maar door. Altijd maar weer. Zo 'vieren' we binnenkort dat de onzinkbare ocean liner Titanic dan 100 jaar geleden naar de bodem van de Atlantische Oceaan zonk na een botsing met een ijsberg.
Het is het soort ramp waar we alles over willen weten. Al maanden worden we op onze wenken bediend en gevoerd en overvoerd met programma's, feiten en 'nieuwe' ontdekkingen over een eeuwoude ramp die ons maar blijft fascineren.
En ook de filmhit 'Titanic' met Kate Winslet en Leonardo diCaprio wordt afgestoft, drooggeblazen, en in dynamisch 3D de bioscopen weer ingeslingerd. Commercieel kan de Titanic absoluut nooit zinken.
Maar een oude boot is wel erg oud, en gelukkig ligt er nog meer op de oceaanbodem. De eerste trap met de stuwmotoren van de Apollo 11, bijvoorbeeld. En om dan een bruggetje met de moderne tijd te maken: die motoren zijn gevonden door Jeff Bezos, CEO van Amazon waar je ook weer heel veel dvd's en boeken over Apollo 11 kunt kopen, en natuurlijk ook over de Titanic.
De Apollo 11 was het moederschip van de maanlander Eagle waaruit Neil Armstrong in 1969 als eerste mens naar buiten stapte en zijn laarsafdruk op de maan plantte. Man on the Moon. 'A small step for (a) man, but (a) giant leap for mankind.' De twist of Armstrong zich 'in the heat of the moment' versprak, gaat nog immer door.
De twist die de vondst van Bezos misschien nu wel beslecht, is of dat Amerikaanse ruimteprogramma wel echt was, en of Armstrong en Aldrin en anderen daarna wel echt rondstapten en -reden op de maan en niet in een televisiestudio.
Maar ja, er zijn mensen die overal een samenzwering zien, bij Man on the Moon, bij 9/11, en waarschijnlijk ook bij de Titanic. Het is niet anders. Oh ja, en Paul McCartney was ook al dood. Maar voor een dode Beatle gaf hij afgelopen weekend een prachtconcert. Maar dat is ook alweer geschiedenis..
Geef mij maar Amsterdam. Daar kun je lekker kankeren. Zooi zat. Troep genoeg. En anders doen we gewoon nog een riedel over de Noord/Zuidlijn, het Stedelijk Museum, de bestuurlijke spaghetti, of het bedenkelijke spelpeil van Ajax.
Veel is waar, rommelt maar door, kost veel meer, en duurt vooral zo lang, maar het is ook een beetje waar je je aan wilt ergeren. Hoofdpijndossiers kantelen en veranderen. Zo lees ik dat het CDA hier te velde de Noord/Zuidlijn door wil trekken naar Schiphol. Dat is een ander verhaal dan het 'kappen met die hap' van Red Amsterdam.
En dan kan ik wel weer kankeren dat ze die lijn natuurlijk veel langer hadden moeten maken, maar ik weet ook dat ze dat in de jaren '90 er nooit door hadden kunnen drukken. Andere tijden. En dan kunnen we ook nog een nummertje maken over het Stedelijk Museum, maar vandaag kwam de openingsdatum naar buiten. Het gaat gebeuren.
Het Stedelijk Museum (ook wel SM, dat begrijpt u) gaat vier jaar later open dan gepland, maar het is nu ook af, op klimaatregeling enzo na, en voor de historici: 23 september is de dag waarop ooit - dan 26 jaar geleden - Het Muziektheater aan de Amstel werd geopend.
Met de zon vandaag van mondhoek tot mondhoek over Mokum vanmiddag even aangelegd in foam, het fotografiemuseum aan de Keizersgracht. En dat zouden meer mensen moeten doen. Want foam heeft - net open en nog tot 30 mei te zien - de prachtige tentoonstelling 'The New York Times Magazine Photographs', een visueel bombardement dat tot grote vreugde stemt.
De tenstoonstelling laat zien waarom The New York Times in haar Magazine al zo'n dertig jaar fotografie letterlijk en figuurlijk veel ruimte geeft. De bescheiden ruimtes van foam lijken overvol met overdonderende foto's, thematisch gerangschikt, en hier en daar ook voorzien van interessante extra's als call sheets en handschetsen voor de indeling van een magazine.
En op een klein scherm, wat weggestopt in een hoek, zag ik een slow-filmpje van de fantastische acteur Robert Duvall die een soort cursus 'grimassen voor beginners' deed, om je vingers en je pupillen bij af te likken. Nog een half jaar wachten op het Stedelijk, gebruik je sluitertijd goed in foam.
Ik was gewaarschuwd. De kritieken waren niet goed. Het boek was - zoals altijd - veel beter. Maar ik had het boek wel in huis, maar had het boek nog niet gelezen. Dus kon ik - ondanks alle goede raad en de nodige scepsis - de film als film gaan zien, en niet als de film van het boek. En dus ging ik vanavond - toch - naar 'Extremely Loud and Incredibly Close.' Dat viel toch niet mee.
Het gegeven is intrigerend, het verhaal zou meeslepend kunnen zijn, maar het gaat toch jeuken en schuren, en het komt maar niet vrij uit de eigen val van een te makkelijk drama met grote gebaren maar toch te weinig gevoel, het aloude probleem van een film die teveel tegelijk wil zijn en dus niet echt kiest en dus niet echt ontroert en beklijft.
Maar wat fijn, hallelujah, ik heb de film nu gehad en het kan alleen nog maar veel beter en mooier worden: op naar het boek, dus. Op naar 'Extremely Loud and Incredibly Close' van Jonathan Safran Foer. 'The Only Way Is Up', so to speak.
Het is altijd maar weer die plaag van het luie Hollywood dat succesverhalen wil verfilmen, en boeken dus moet terug verkleinen naar zakpockets en naar A4-tjes en vooral losgesneden van te grote gevoelens en te grote risico's. Het geïnvesteerde geld moet wel worden terugverdiend.
En dus wordt geslepen, geschaafd, gepolijst, gehakt, geknipt en veranderd dat het een lieve lust heeft, en je eigenlijk een scenarioschrijver had kunnen vragen een leuk verhaal met dito plot te bedenken. Iets orgineels, wat u zegt.
Het boek verfilm je zelf, de film heeft het al voor je gedaan. Het zijn onvergelijkbare grootheden die te vaak toch samen worden gebracht, en te vaak met onbevredigend resultaat. Het is luiheid, gemakzucht, pogen op safe te spelen, en het eindproduct haalt zelden of nooit meer dan drie van de vijf sterren, en ook niet zelden minder. Foer voor psychologen waarom de filmindustrie maar niets beters kan bedenken.
'It wasn't loud, and it didn't come close. Zoiets. En als kleine pleister waren er die mooie momenten, en een prachtige 'stomme' Max von Sydow. Maar het is te weinig. Niet alleen richting het boek, maar ook naar jezelf als producent, regisseur, scenarist, it's not good enough. Maar gelukkig heb ik het boek nog.
En als de film in Pathé City net een minuut bezig is, om 20.41 uur, blijken er twee e-mails uit New York op mijn telefoon te zijn geland, na lange tijd weer mooie berichten van lieve vrienden die er op 9/11 ook waren. Toeval. Maar dat bestaat niet...
|
|