BBK/Door Vriendschap Sterker
Hét communicatie- en mediabureau voor maatschappelijke merken en trends

 


Ons adres:

Posthoornkerk
Haarlemmerstraat 124 A
1013 EX Amsterdam
Postbus 14551
1001 LB Amsterdam
Telefoon: 020 305 94 44
Fax: 020 305 94 22

Mail BBK

 
Ik kan er nu wel wat lullig en lacherig over doen, en het allemaal ontkennen, maar The Bee Gees was een fantastische hitmachine, en dan heb ik het nog niet eens over de periode van en na 'Saturday Night Fever.' De Britse Aussies hadden daarvoor al een gigantische stapel hits gescoord.

En ik kan het nu best toegeven: veel van die oude(re) hits van The Bee Gees vond ik geweldig en gloedvol, en de cd met hun hits was de afgelopen jaren eigenlijk opvallend vaak 'on' in de auto. Music to make miles by, en een mooie rit door een mooi muziekverleden.

Het was een mooi verhaal van drie broers Gibb die van het eiland Man naar Australië gingen, terugkeerden naar Engeland en daar grote sterren werden. Met hits als 'Spicks and Specks', 'Words', 'Holiday', 'Massachusetts', 'First of May', en nog veel en veel meer.

Hun tweede leven begon een jaar of tien na hun eerste successen en grote doorbraak, en met hun switch naar disco. 'Saturday Night Fever' bracht wereldroem voor John Travolta én - opnieuw - voor The Bee Gees, en het castratengeluid van Robin Gibb ging mij als voormalig fan door merg en been. Strakke kruisen, soepele heupen, dat werk.

Van drie broers ging het terug naar twee - 'mooie' Maurice overleed in 2003 - en dit jaar was de genadestoot voor de Gibbs. Eerst overleed Maurice, en nu Barry, hij met de enorme hoge stem en grote tanden, hij die in zijn ruzietijd met zijn broers als solo-artiest met 'Saved by the Bell' ook nog even liet zien hoe je een kraker van een hit maakt.

Donna Summer - Queen of disco - ging vlak voor Robin Gibb heen naar de eeuwige discotheken. Robin Gibb is haar nu achterna. 'Stayin' Alive' was geen optie meer. Verder geen foute grappen over deze jeugdvrienden die heel veel moois achterlaten en zo dus wel degelijk voortleven. 'Don't forget to remember' heette de toepasselijke hit uit 1969.
 
 
Het is misschien inmiddels wel vijftien jaar geleden dat ik 'De voorlezer' van Bernhard Schlink las. Het was in mijn herinnering een nogal klein boekje, zowel in formaat als in omvang, eerder een novelle dan een roman, maar in dat kleine werk zat een groot en aangrijpend verhaal dat jaren later werd verfilmd als 'The Reader.'

De verfilming van het boek van Schlick had ik nog steeds niet gezien. De dvd stond vragend in de kast, wachtend op dit mooie moment op een rustige zaterdagmiddag. Ik ga overigens niet beginnen over een prachtig boek en hoe de film dan tegenvalt of maar niet wil lijken wat je in je hoofd al als film hebt gemaakt.

Maar je moet er wel even doorheen dat een Duits boek een Duits verhaal in het Engels wordt, en dat Kate Winslet levenslang krijgt als SS-bewaakster en dat Bruno Ganz een Duitse professor is die Engels moet praten, maar goed, hij had ook al Hitler gespeeld, dus hij kan wel wat hebben.

Dat alles gezegd hebbend, is 'The Reader' wel 'gewoon' een mooie film, en Kate Winslet haar Oscar lijkt me niet bepaald onverdiend. De film is rijk, net als het boek in subtiele tonen en tinten struikelt over een rijkdom aan thema's en invalshoeken met schuld en boete als de meest-voor-de-hand-liggende.

De voorlezer blijft voorlezen, ook als zijn oude liefde levenslang heeft gekregen. Door de cassettebandjes die hij stuurt, leert zij zichzelf in de gevangenis schrijven. Onbedoeld, maar oh zo bewust in de film gestopt, krabbelt zij 'Please send more romance..' op een briefje aan Michael, een woordgrap in het Engels, en dan wringt het toch opeens wel die andere taal in een drama over de Tweede Wereldoorlog en de Duitse verwerking ervan.

Het verhaal van voorlezer Michael Berg lijkt in de tijd(slijn) en beroepskeuze een autobiografische schets van het leven van Schlink zelf. Dat hij met zijn kleine grote boek de bestsellerlijst van de New York Times aanvoerde, zal het maken van de film hebben aangewakkerd en vergemakkelijkt.

Voor een Amerikaans publiek zal het geen probleem zijn. Ik zit er toch een beetje vreemd naar te kijken. Alsof in 'De Avonden' Thom Hoffman als Frits van Egters opeens in het Frans zou beginnen. Rijk de Gooyer zou zich bezeken hebben...

 
 
Paris s'eveille, en de stad en het land hebben een nieuwe chef. Adieu Sarkozy, bienvenue Francois Hollande, de aflossing van de wacht in l'Élysée, een linkse directe Franse slag voor het haantje dat zich vijf jaar de zonnepresident waande.

De val van Sarkozy staat niet op zich. Overal in Europa is het instabiel weer. Leiders falen en worden afgelost. Slechts weinigen worden nog beloond voor hun beleid en al dan niet dappere keuzes. De Grieksen maken souvlaki van het establishment dat zij verantwoordelijk houden voor hun economische wurggreep en misère.

Vorige week nog kreeg de Britse premier David Cameron een indirecte zwieper van jewelste bij  gemeenteraadsverkiezingen, en Angela Merkel houdt haar rechtse hart vast voor de verkiezingen volgende week. Overal is het bijltjesdag, Europa poogt zich uit de crisis te stemmen.

Hier te lande zijn we juist weer 'up' na een gijzeling van anderhalf jaar door een xenofoob uit Venlo die de rechtse rakkers verleidde tot compromissen waar ze zich nu als Houdini uit moeten draaien en keren. Een fascinerend schouwspel. Maar achter de lach schulit somberheid en de vrees wat morgen brengen mag.

We hebben allemaal schuld (tsja), en het helpt natuurlijk niet om al onze leiders naar huis te sturen, te vervangen door hun tegenstanders, en die dan vervolgens ook weer te laten falen en stralen. We zullen toch echt een keer moeten willen horen dat het anders en verantwoorder moet, en dat krediet niet iets is dat je alleen maar aan iemand geeft, maar dat je ook afbetaalt.

En dichter bij huis: uit een stresstest blijkt dat Amsterdam geen zware economische tegenwind aan kan. Zonder stevige sanering dreigt bij aanhoudend zwaar weer curatele. Rotterdam en Eindhoven lieten na een zelfde test al weten 20% van de ambtenaren te gaan ontslaan. Ambtenarenkampioen Amsterdam kan nu niet meer achterblijven. En dan is de Franse slag echt niet meer voldoende. Het lijkt wel crisis.

 
 
De openingszinnen van hun enorme hit 'Do the Strand' uit 1972 lijken wel - met de kennis van nu - een autobiografische schets van Roxy Music. Hoe anders kun je nu 'There's a new sensation, a fabulous creation, a danceable solution, to teenage revolution' duiden? 

Roxy Music was een sensatie begin jaren '70. De muziek, de stijl, de styling, de wonderbaarlijke Eno, en de als gastheer én ober geklede frontman en oprichter Brian Ferry waren uniek en sloegen bij critici en publiek in als de bekende bom., zo bewijst vanavond ook de documentaire 'More Than This' op Canvas.

Hun eerste albums ('Roxy Music', 'For Your Pleasure' en 'Stranded') staan nog steeds als mijlpalen in de moderne muziekgeschiedenis, muzikaal en visueel smashing, en de muzikale vorm en stijl van Ferry en zijn band hebben zo'n vier decennia later de tand des tijds glans- en glimmerrijk doorstaan.

Net als Bowie met zijn Ziggy Stardust, was Brian Ferry's Roxy Music begin jaren '70 een meer dan geslaagde poging om de muziek veel groter dan zichzelf te maken door styling, presentatie en het inslaan van paden die tot dan nauwelijks betreden waren. 

Misschien was Roxy Music wel new wave voordat new wave er was, en in hun extravagantie waren ze vast en zeker voorlopers van de punk die een aantal jaren na het daverende startsalvo van Roxy Music Engeland op zijn kop zette. 

Roxy Music was geen eendagsvlieg, vooral door het vermogen om nieuwe muzikale wegen in te slaan. Het arty-imago werd ingeruild voor een meer sophiticted, gladder en dansbaarder stijl die ook enorm succesvol bleek. Wat bij andere groepen als verraad zou zijn aangemerkt, werd bij Ferry en Roxy Music als tamelijk natuurlijk geaccepteerd. Het bracht de band als vanzelf en verdiend in volgende tempi. 

 
 

Starman

04/13/2012

0 Comments

 
Het is alweer een tijd geleden dat ik het fascinerende boek '1959. The Year Everything Changed' las. Fred Kaplan maakt een overtuigende case dat in 1959 de moderne tijd begon, en hij schreef er gloedvol over, van de eerste Russische kunstmaan tot Miles Davis' album 'Kind of Blue.'

Iets minder gloedvol, maar zeker ook zeer aangenaam om te lezen is 'SEVENTIES. The Sights, Sounds and Ideas of a Brilliant Deacde' van Howard Sounes, recent voor slechts € 6 op de kop getikt bij The English Bookstore in de Kalverstraat, bij de Munt.

Sounes neemt me mee op reis naar de tijd die hij goed kent en die ik ook meemaakte, de vroege jaren '70, en hij vertelt hoe belangrijk en bepalend die tijd was, bewijsmateriaal genoeg, zoals Bob Rafelson en Jack Nicholson met de film 'Five Easy Pieces', Stanley Kubricks 'A Clockwork Orange' (door Kubrick na veel geweld uit de Britse cinema's gehaald), Coppola en Puzo en hun 'The Godfather', Monty Python, Germaine Greer, Richard Stella, en Stevie Wonder.

Het boek is geen studie, maar overstijgt zeker en fraai het niveau van verhaaltje en anekdotes. Het is een mooi tijdsbeeld van een tijd die mooi was voor een opgroeiende jongen die open stond voor veel, zo niet alles, tot op zekere hoogte vergelijkbaar met hoe David Bowie zich positioneerde en profileerde. The Man Who Sold His World to be a rock'n roll star.

Mooi schrijft Sounes over Lou Reed, zijn 'redding' door Bowie met het fraaie 'Transformer' als blijvende getuige, en over Bowie's 'The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars', zijn thema-album dat enorm werd opgestuwd door de androgyne en zelfs enige tijd (hoewel getrouwd en paps) expliciet homoseksuele Bowie. Zijn gevoel voor PR was fenomenaal.

Bowie was en werd een fenomeen, zijn eigen 'Starman', en bij zijn grote Ziggy-concert in The Rainbow in Londen zaten de groten van de Britse rock in de zaal. Waarschijnlijk herkende Mick Jagger in Bowie een talentrijke soortgenoot.

En veel van de bijna 3.000 toeschouwers n Londen waren zeker ook onder de indruk van een keurige heer in pak en zwart geverfd en gladgekamd haar. Brian Ferry en zijn Roxy Music mochten het spits afbijten voor Bowie, maar bliezen hem bijna van het podium af. Those were the days..
 
 
Ik ben een voetballer, maar het is een sport waar je niet teveel over moet kletsen. René van der Gijp, Johan Derksen, Jack van Gelder, het gaat toch altijd over die niet te missen kans die toch hoog over vliegt, de verkeerde wissel, en of de trainer terecht de laan uitvliegt. Boeit niet. En wie zit er te wachten op het commentaar van de trainer die eigenlijk een punt had verdiend, of op de analyse van Excelsior - De Graafschap?

Over muziek kun je veel zinniger dingen zeggen dan 'diepe pass-voorzet-goal.' Het is jammer dat er geen live-opnamen zijn van Mozart die zijn eigen pianoconcerten speelt, of een interview met Beethoven of Bruckner. Maar de VPRO heeft wel de serie 'Classic Albums' waarin het ontstaan van 'klassieke' popalbums wordt gereconstrueerd en een poging tot anlyse wordt gedaan van wat dat album zo speciaal maakt.

Recent zag ik een mooie aflevering over The Doors en hun gelijknamige album, vorige week een fraaie aflevering over het tweede album van The Band, en gisteren 'Dark Side of the Moon' van Pink Floyd. Met alle lovende woorden over de serie, het is wel raar dat de LP in de leader van het programma op de draaitafel verkeerdom draait. Blunder. Of is het een grap dat we 'terug in de tijd' draaien?

'The Band' uit 1969, de opvolger van 'Music from Big Pink', staat als hét album van de Canadees-Amerikaanse band, mooi omschreven als 'een paspoort terug naar het Amerika dat de Amerikanen niet meer (willen) kennen,' en muzikaal een tot dat moment ongehoord muzikaal amalgaam van country, hillbillie, blues, Appalachen-folk en rock van vijf doorgewinterde musici die ook Bob Dylan hadden begeleid.

The Band geeft het oude Amerika uit lang vervolgen tijden een stem en een geluid en opgeroepen beelden, en hun nog steeds overdonderende 'The Night They Drove Old Dixie Down' is misschien wel het alternatieve volkslied van het Zuiden van de V.S., van de Dixies, en hun Robert E. Lee.

Pink Floyd bracht in 1973 'Dark Side of the Moon' uit, een album dat een onwaarschijnlijke 750 (!) weken in de Amerikaanse hitlijsten stond, en dat nog steeds wordt gezien als een landmark, een totaalbeleving met toen - en nu nog - een enorme impact, en de prachtige zin van Roger Waters 'volharden in kalme vertwijfeling is de Engelse manier.' Prachtig om een demo van 'Money' te horen als een bluesenummer.

Gitarist en zanger David Gilmour gaf een mooi eindcommentaar. Hij vond het jammer dat hij de LP niet als een fan voor het eerst en integraal op zijn koptelefoon had kunnen horen. Wat een impact dat gehad zou hebben. Hij zal het nooit weten hoe 'Dark Side of the Moon' dan bij hem had gewerkt.

En na hun megasucces en 'Money' kwam al snel de vraag 'Why?' en 'What's next?' In ieder geval 'One Day Closer to Death.' Hun volgende album zou niet voor niets 'Wish You Were Here' gaan heten. Het sterrendom bereikt, en nu werd het pay back time.. 
 
 
Iedereen had 'Iron Lady' al gezien. Behalve wij. Maar net voordat de film van het grote doek in de dvd-distributie terecht zou komen, hebben we op de bekende valreep kunnen genieten van de opkomst, de ondergang en de aftakeling van Margaret Thatcher, premier van Engeland van 1979 tot 1990.
 
Eerder deze week moest ik de knoop ontwarren van 'Extremely Loud & Incredibly Close'. Daar was het de film van het boek, maar had ik het boek nog niet gelezen. Daar had ik dus niet de ballast van de zelf-al-bedachte-film. Maar bij 'Iron Lady' lag het weer anders. Daar was de film al gemaakt, in 'real life', en heeft beoordeling van het resultaat vooral te maken met gelijkende geloofwaardigheid en een aansprekend scenario.

Meryl Streep - zij blijft een jeukfactor - is al meer dan genoeg bewierookt, bejuweld en galauwerd voor haar hoofdrol in 'Iron Lady'. Streep ís Thatcher, ofschoon ik toch ook af en toe op de rand van giechelen zat als het eng-gelijkende bijna schmieren werd.

Engeland is het eiland van de strakke onderbroeken en de strenge kostscholen, en wat hebben de mannen genoten van de strenge meesteres die de Britse stal meer dan 10 jaar op compromisloze en keiharde manier schoon veegde. Vakbonden, mijnwerkers, IRA, de Argentijnse junta, Thatcher luste 'the thugs' rauw.

Elf jaar hield ze het vol. Toen durfden de mannen het aan om de Iron Lady van haar troon te stoten en de messen in haar rug te planten. Zoals zovelen voor en na jaar was ze net te lang aan de macht gebleven om nog helder te kunnen kijken en regeren. 

Er was veel commentaar op de aanpak van de film en de keuze om Thatcher ook in haar moelijke Alzheimerfase te laten zien. Toch geeft juist dat de film meerwaarde boven een mooi-gefotografeerde bio-pic. Het laat de harde winkeldochter zien op de rand van heden en vergetelheid waar haar overleden man Dennis niet is weg te slaan en haar dochter haar semi-liefkozend 'silly old sausage' noemt.

Op het moment dat Dennis dan toch 'voorgoed' op reis naar het licht gaat en haar verlaat en zij hem toeschreeuwt haar niet te verlaten, is het antwoord pijnlijk-lachwekkend: "ach, schat, jij hebt toch nooit iemand nodig gehad."
 
 
Hij is nog de helft van de helft, en dat is nog maar een kwart van wat ooit The Fab Four was, The Fabulous Beatles. Hij werd niet doodgeschoten, zoals John Lennon, en hij viel niet ten prooi aan kanker, zoals George Harrison. Hij overleefde. Net als Ringo Starr. Paul is not dead. En zaterdag staat Sir James Paul McCartney - 69 jaar jong - dus in Ahoy in Rotterdam. 

Het was een klein artikeltje in Het Parool waar mijn oog hedenavond stil hield. 'McCartney vindt The Beatles de beste band.' En daarmee bedoelt Macca 'beste band aller tijden.' Dat leek me nu geen nieuws. En ook geen verrassing. Maar McCartney legde het uit. 'Toen ik zelf nog in de band speelde, was dat te arrogant om te zeggen. De band was de som van vier fenomenale jongens die in de juiste periode van de muziekgeschiedenis opkwamen.'

Het zal wel. The Beatles zijn al dik veertig jaar uit elkaar, dus Sir Paul had tijd genoeg om zijn weinig verrassende conclusie te trekken. Maar ach, het is goed te horen dat Sir Paul nog steeds voor The Beatles staat en gaat. Hij toont zich zo de vleesgeworden en door Little Jimmy Osmond in 1972 bezongen 'Long Haired Lover From Liverpool.'

Voor iemand die dood zou zijn, liep Paul McCartney blootsvoets toch vrij vitaal over de zebra op Abbey Road. Het lijkt al een eeuw geleden. Toch keek ik - heel kort - even mijn ogen uit toen ik een paar geleden volkomen onverwacht en onaangekondigd die zebra in Noord-Oost Londen per auto passeerde op weg naar luchthaven Stansted. Toeristen stonden links en rechts van de zebra nagenietend van de oversteek of in blijde verwachting. 

Ik ga niet naar Ahoy zaterdag, maar niet omdat ik het ergste vrees. Ik zag recent nog op TV een concert van McCartney van niet te lang geleden, en dat was bepaald niet de show van een opgewarmd lijk. Hij ziet er zelfs beter uit dan de 20 jaar jongere Little Jimmy Osmond die al lang niet meer little maar vooral enorm fat is, en zo verdacht veel lijkt op de Mormoonse tweelingbroer van Frans Bauer.  

En die Osmond moet de hele tijd die ene hit nog kwelen, terwijl McCartney kan putten uit het prachtig machtige songbook van Lennon/McCartney, de as en het hart van The Beatles, al veel eerder dan dat Paul McCartney het durfde te zeggen de beste band ter wereld.  
  
 
 
Morgen mag Ajax op het heilige gras van Old Trafford proberen een 2-0 achterstand op Manchester United goed te maken. Het zal niet lukken. De ploeg van manager Alex Ferguson is - in welke samenstelling dan ook - een flinke maat te groot voor Ajax.

De glorie van United is groot, maar hing ooit aan een zijden draad. Op 6 februari 1958 stortte een toestel met team en entourage van United te pletter op de besneeuwde startbaan van het vliegveld van München. Ruim 20 mensen vonden de dood, waaronder 8 spelers. Onder hen het talent aller talenten Duncan Edwards die 15 dagen in een ziekenhuis van München voor zijn leven vocht maar toch verloor.

Het team van United in 1958 heette liefkozend 'Busby's Babes', de kinderen van manager Matt Busby, een jong en zeer getalenteerd elftal dat furore maakte in de Britse competitie. Na de ramp van München dacht iedereen dat het voor heel lang gedaan zou zijn met Manchester United, maar Busby - die de ramp ook maar net overleefde - bouwde een nieuw elftal dat in de tweede helft van de jaren '60 ook weer furore maakte met George Best, Dennis Law enook  routinier Bobby Charlton, survivor van de vliegramp.

Britten en München. Het klikt niet. Twintig jaar voor het drama van Manchester United was de Britse premier Chamberlain bij Hitler op bezoek en liet zich daar een rad voor ogen draaien. Vanuit München vloog hij terug naar Londen waar hij met een papiertje zwaaide en verklaarde dat hij 'peace in our time' had gered. Een krap jaar later viel Duitsland Polen binnen. De rest is bekend.

Het toestel met Manchester United aan boord verongelukte twee dagen voordat ik werd geboren. Behalve ik heeft niemand daar iets aan. Maar het plaatst de ramp van en voor United voor mij in de tijd. Net zo goed als de speciale klok bij Old Trafford altijd de datum 6 februari 1958 aangeeft.

Ruim een halve eeuw na München herdenkt en eert Manchester nog steeds zijn gevallen helden, zoals op de foto uit 2008, 50 jaar na de ramp, en het tijdstip van 3.04 pm, het moment dat het vliegtuig weer niet los kwam en te pletter stortte.

De klok is 'bevroren' op die 6e februari 1958. De club zelf is natuurlijk verder gegaan, hoe moeilijk dat ook was in de jaren na de ramp. Het geeft het woord United uit de naam alleen maar nog meer lading. 
 
 
Wie op een wonder had gehoopt, kwam bedrogen uit in de ArenA of voor de buis. Ajax had niets in te brengen tegen Manchester United, en verloor kansloos met 0-2. Ik was zelf slechts gedeeltelijk getuige. Ik kan maar niet wennen aan elke dag voetbal, elke dag weer een ander tijdstip en weer een andere zender met nog intelligentere commentatoren.

Dus toen ik er gisteravond eens lekker voor ging zitten, was ik nog net op tijd voor de tweede traffer van de Mancunians. Het zag er niet echt uit als een voetbalgevecht. Dat gevecht had al eerder plaatsgevonden. Op en rond de Wallen. Daar moest de Amsterdamse politie massaal en vaak hardhandig ingrijpen om aanhangers beider clubs te scheiden. 

Vechten en ruzie maken gaat de voormalige Amsterdamse trots beter af dan een potje voetbal. De twintig minuten of zo die ik gisteren nog meepikte, waren karakteristiek voor het midedelmatige, lees armetierige niveau van Ajax. Niet voor niets ging vanochtend door de media het dodelijke zinnetje 'Ajax is het RKC van Europa' rond.

Grappig en bizar is dan om elders te lezen dat Ajax onbedreigd koploper is waar het gaat om salarislasten. Rond de € 50 miljoen geeft Ajax uit aan de spelersschare en is daarmee onbedreigd Nederlands kampioen. Het komt mij zo voor dat deze uitgaven niet geheel in verhouding staan tot het rendement, en dat lijkt me slecht nieuws voor de beursgenoteerde Griekse held op slof en voetbalschoen.

Hoodsponsor Aegon mengde zich gisteren publiekelijk middels een paginagrote advertentie in de slangenkuil die Ajax heet en riep allen bij en rond de club op om zich eensgezind achter de Mokummer trots te scharen. Ajax United.

Het zal niet baten. Het gevecht op het veld ziet er niet uit, het gevecht achter de schermen om de macht is nog pijnlijker en heeft mij inmiddels op verre afstand gezet van de club. Niet zo gek dus dat ik te laat inschakelde. En ik had ook nog niks gemist. Dat was vroeger wel anders. Maar toen werd er ook gewoon op een woensdagavond om 20.15 uur afgetrapt. Ach ja, andere tijden.
 


Copyright en privacy

Door Vriendschap Sterker