BBK/Door Vriendschap Sterker
Hét communicatie- en mediabureau voor maatschappelijke merken en trends

 


Ons adres:

Posthoornkerk
Haarlemmerstraat 124 A
1013 EX Amsterdam
Postbus 14551
1001 LB Amsterdam
Telefoon: 020 305 94 44
Fax: 020 305 94 22

Mail BBK

 
Het is lang geleden. Nog langer geleden dan de troonsbesijging door Koningin Elizabeth 60 jaar geleden, vanavond vrolijk voor haar Buckingham Palace toegezongen door haar eeuwig jonge onderdaan Sir Cliff Richard, toch ook al weer 72 jaar jong inmiddels.

Het is lang geleden, en het gebeurde vlak na onze bevrijding. Het gehavende, leeggeroofde en straatarme Nederland kon zich het verlies van Indië niet veroorloven. Immers: 'Indië verloren, rampspoed geboren.' En dus moesten die 'ploppers,' die na het vertrek van de Japanners naar vrijheid smachten, een lesje krijgen.

Het is bizar en paradoxaal. Nederland heeft net ervaren hoe essentieel vrijheid van vreemde dwang en drang is, en de Duitsers zijn amper weg of we gaan 'ons' Indië weer onze drang en dwang opleggen, zoals we dat al eeuwen gewoon en gewend waren. Onze economie draaide erop, en de rijkdom uit de Oost konden we nu nog beter dan ooit gebruiken.

We noemden het politionele acties, een mooie 'spin', want oorlog kon natuurlijk niet, maar gevochten werd er, en er vielen doden, en er waren oorlogsmisdaden, al heeft Nederland er lang heel veel moeite mee gehad dat wij geen haar beter zijn dan wie dan ook. Dat is ontluisterend, maar op een bijzondere manier ook geruststellend.

Mijn vader moest in dienst en naar Indië, hij vertelde er bnooit veel over, maar de tijd en de strijd moeten diepe indruk op hem hebben gemaakt. Tot laat in zijn leven zocht hij zijn oude maten op en vond daar weerklank en de aandacht die hij bij ons niet kreeg. Want die politionele acties werden geen succes, en waren thuis in Nederland dus niet populair.

Hoe het zo kwam, beschrijft Ad van Liempt in zijn nieuwe boek 'Nederland valt aan' dat net is verschenen. Van Liempt beschrijft daarin de acht weken die voorafgingen aan het Nederlandse besluit om Indië binnen te vallen en Nederlandse orde en gezag met harde hand te herstellen. De oorlog na de oorlog, dus. Benieuwd.

 
 
Het was een meesterwerk. De bijbel voor grootheden als Bob Dylan. Maar ook onverfilmbaar geacht. En daarom duurde het misschien ook wel zo lang voordat 'On the Road' van Jack Kerouac tot film werd omgesmeed. Het resultaat mag er zijn. tenminste, als je van een prachtig prentenboek houdt.

Ik geef het toe, ik heb 'On the Road' nooit gelezen. Het was en is mijn bijbel niet. Het roadbook van Kerouac lijkt me nu typisch een tijdsbeeldboek, de lint voor een naoorlogse generatie die los wil van de conventies en de uitgestrekte Amerikaanse wegen tot jachtterrein verklaart en mooie kreten bedenkt dat niet de bestemming maar de weg het doel is. Ach ja.

Maar het mooie prentenboek dat de Braziliaanse regisseur regisseur Walter Salles ons voorschotelt, mist inhoud en bezieling, het mist de brandstof waarop Kerouac uiteindelijk ziijn wereldberoemde boek schreef. Want was is er nu eigenlijk zo cool aan wat losgeslagen jongeren die blowen, paffen, zuipen en neuken anders dan dat hun ouders of buren dat waarschijnlijk niet de hele tijd deden?

Bij 'On the Road' had ik toch iets meer drive en inhoudelijke drijfveren vermoed en verwacht, maar goed, ik las het boek ook niet. De film 'On the Road' lijkt wel één lange neo-hippe TV-commercial voor een erg alternatief drankje voor ongeschoren jongens die maar niet groot willen worden en wufte meiden die er als blokken voor vallen. Grolsch on acid, of zoiets.

Amerika is het land van 'On the Road', iedereen altijd onderweg, op de vlucht voor een verleden, op zoeken jacht  naar een beter bestaan. Het kan fraaie verhalen opleveren, en zelfs prachtige films, zoals ooit 'Badlands' van Terence Malick.

Maar deze clip van Salles is me te lang, te gelikt, en - om in de wegenmetaforen te blijven - het komt nergens vandaan en het gaat nergens heen. En dan is 2,5 uur stoelzitten opeens geen avondje uit maar een avondje hard werken, en dat kan toch niet de bedoeling zijn 'on the road.'
 
 
Het is misschien inmiddels wel vijftien jaar geleden dat ik 'De voorlezer' van Bernhard Schlink las. Het was in mijn herinnering een nogal klein boekje, zowel in formaat als in omvang, eerder een novelle dan een roman, maar in dat kleine werk zat een groot en aangrijpend verhaal dat jaren later werd verfilmd als 'The Reader.'

De verfilming van het boek van Schlick had ik nog steeds niet gezien. De dvd stond vragend in de kast, wachtend op dit mooie moment op een rustige zaterdagmiddag. Ik ga overigens niet beginnen over een prachtig boek en hoe de film dan tegenvalt of maar niet wil lijken wat je in je hoofd al als film hebt gemaakt.

Maar je moet er wel even doorheen dat een Duits boek een Duits verhaal in het Engels wordt, en dat Kate Winslet levenslang krijgt als SS-bewaakster en dat Bruno Ganz een Duitse professor is die Engels moet praten, maar goed, hij had ook al Hitler gespeeld, dus hij kan wel wat hebben.

Dat alles gezegd hebbend, is 'The Reader' wel 'gewoon' een mooie film, en Kate Winslet haar Oscar lijkt me niet bepaald onverdiend. De film is rijk, net als het boek in subtiele tonen en tinten struikelt over een rijkdom aan thema's en invalshoeken met schuld en boete als de meest-voor-de-hand-liggende.

De voorlezer blijft voorlezen, ook als zijn oude liefde levenslang heeft gekregen. Door de cassettebandjes die hij stuurt, leert zij zichzelf in de gevangenis schrijven. Onbedoeld, maar oh zo bewust in de film gestopt, krabbelt zij 'Please send more romance..' op een briefje aan Michael, een woordgrap in het Engels, en dan wringt het toch opeens wel die andere taal in een drama over de Tweede Wereldoorlog en de Duitse verwerking ervan.

Het verhaal van voorlezer Michael Berg lijkt in de tijd(slijn) en beroepskeuze een autobiografische schets van het leven van Schlink zelf. Dat hij met zijn kleine grote boek de bestsellerlijst van de New York Times aanvoerde, zal het maken van de film hebben aangewakkerd en vergemakkelijkt.

Voor een Amerikaans publiek zal het geen probleem zijn. Ik zit er toch een beetje vreemd naar te kijken. Alsof in 'De Avonden' Thom Hoffman als Frits van Egters opeens in het Frans zou beginnen. Rijk de Gooyer zou zich bezeken hebben...

 
 
Het heelal. De kosmos. Wat is het eigenlijk? Waar is het eigenlijk? Waar gaat het heen, waar houdt het op, of houdt het niet op, of begint het altijd weer opnieuw? Wij simpele stervelingen trachten maar telkens het antwoord te vinden op de vraag 'waar we vandaan komen' en hoe dat dan allemaal zo gekomen zou zijn. God, de Oerknal, zeg het maar.

Gisteren was het aan Robert Dijkgraaf om in een speciale uitzending van DWDD de 13,7 miljard jaar kosmos te duiden in een college van 45 minuten en met een 'pitch' van 1 minuut. Hij slaagde daar wonderwel en op een heel aangename manier in.

Zo weet ik nu dat wij ergens in een buitenwijk van onze melkweg bivakkeren, en dat er nog miljarden van die melkwegen zijn en dat er veel is wat we weten, maar heel veel ook nog niet. Dijkgraaf had het over een landkaart waar nog heel veel witte vlekken staan.

Natuurlijk kwam het ook nog op of er elders leven zoals het onze is of kan zijn, en bij gebrek aan een ja of nee grapte Dijkgraaf dat wij misschien wel een soort natuurresrevaat vormen waar een andere beschaving op afstand naar kijkt en een beetje in de gaten houdt, een intergalactisch pretpark of zo.

Overal om me heen is ruimte, zoveel is me wel helder. Dat zinnetje is overigens ook de titel van een fraaie bundel die oud-Baliedirecteur Chris Keulemans zo'n jaar of 20 geleden schreef over zijn (en mijn) nobele vak van doelverdedigen, zijn 'verhalen uit de bovenhoek.' Nog steeds is die bundel van Keulemans - helaas niet meer leverbaar - een pareltje in de bescheiden keepersliteratuur.

En als we het dan toch over de Balie hebben: vanavond eens kijken hoe het daar gaat met de Politieke Junkies van Pieter Hilhorst en Martijn de Greve, een maandelijkse wedstrijd politiek commentaar geven, zo lees ik, waarin op originele wijze wordt ontspind. Dat eindigt ongetwijfeld aan de bar. Hopen op een goede vrijdag. Overal in mijn agenda is in ieder geval even alle ruimte.
 
 
We klagen veel en vaak, maar dit is Noord-Korea niet. De heilstaat van de mannen van Kim Jong wordt wel 'een gevangenis voor 25 miljoen mensen' genoemd, een kruising van 'Animal Farm' en '1984', een land waar iedereen gelijk is maar sommigen net iets gelijker, en waarin iedereen in de gaten wordt gehouden en de geesten drie maal daags grondig gespoeld.

Toch komen er barstjes en spleetjes in de heilstaat, er is enige ontsluiting, en dat zal ook wel zorgvuldig worden geregisseerd. Zo zag ik een tijdje geleden Floortje Dessing per trein Noord-Korea binnenglijden, en ze werd er bijna opgewonden van. Haar reportage - hoe gescreend en gestuurd ook - gaf een wat vrolijker en vrijer beeld dan wat we spontaan zelf op onze netvliezen zouden toveren.

De Volkskrant had dit weekend veel Noord-Korea in de aanbieding. In het Boekenkatern schreef Hans Bouman een jubelende recensie over de roman 'Gestolen leven', de vertaling van 'The Orphan Master's Son' van de Amerikaanse schrijver Adam Johnson. Reuze benieuwd naar Johnson's boek.

Zeker indrukwekkend het lange en breed gebrachte verhaal 'Maar het volk is 'gelukkig' van Toine Heijmans over zijn bezoek aan de heilstaat die langzaam wat zuurstof toelaat, zeker in de hoofdstad Pyongyang dat als een echte flag store voor het NoordKoreaanse besturingsmodel staat, het uithangbord van het betere leven in een land als een 'tapijt van goud.'

Dat betere leven is een kookpotmodel van communisme en oude tradities, de Juche-filosofie, en daarin wordt eigen kracht enz elfstandigheid gekoesterd en het collectief boven het individu geplaatst. En natuurlijk is er in zo'n grote doctrine plaats voor De Grote Leider die alom en wijs en liefderijk is en waarbij uit het confucianisme het eren van de vader perfect is geleased.

Noord-Korea is natuurlijk een fantastisch land voor degenen in Pyongyang die een BMW X6 rijden en die het succes van het beheersmodel symboliseren. Zij geven het land meer allure, en daardoor hebben zij recht op meer. 'Animal Farm,' dus. Of, zoals de gids aan Heijmans uitlegt: "het is net als met mijn hand: niet alle vingers zijn even lang."

 

Starman

04/13/2012

0 Comments

 
Het is alweer een tijd geleden dat ik het fascinerende boek '1959. The Year Everything Changed' las. Fred Kaplan maakt een overtuigende case dat in 1959 de moderne tijd begon, en hij schreef er gloedvol over, van de eerste Russische kunstmaan tot Miles Davis' album 'Kind of Blue.'

Iets minder gloedvol, maar zeker ook zeer aangenaam om te lezen is 'SEVENTIES. The Sights, Sounds and Ideas of a Brilliant Deacde' van Howard Sounes, recent voor slechts € 6 op de kop getikt bij The English Bookstore in de Kalverstraat, bij de Munt.

Sounes neemt me mee op reis naar de tijd die hij goed kent en die ik ook meemaakte, de vroege jaren '70, en hij vertelt hoe belangrijk en bepalend die tijd was, bewijsmateriaal genoeg, zoals Bob Rafelson en Jack Nicholson met de film 'Five Easy Pieces', Stanley Kubricks 'A Clockwork Orange' (door Kubrick na veel geweld uit de Britse cinema's gehaald), Coppola en Puzo en hun 'The Godfather', Monty Python, Germaine Greer, Richard Stella, en Stevie Wonder.

Het boek is geen studie, maar overstijgt zeker en fraai het niveau van verhaaltje en anekdotes. Het is een mooi tijdsbeeld van een tijd die mooi was voor een opgroeiende jongen die open stond voor veel, zo niet alles, tot op zekere hoogte vergelijkbaar met hoe David Bowie zich positioneerde en profileerde. The Man Who Sold His World to be a rock'n roll star.

Mooi schrijft Sounes over Lou Reed, zijn 'redding' door Bowie met het fraaie 'Transformer' als blijvende getuige, en over Bowie's 'The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars', zijn thema-album dat enorm werd opgestuwd door de androgyne en zelfs enige tijd (hoewel getrouwd en paps) expliciet homoseksuele Bowie. Zijn gevoel voor PR was fenomenaal.

Bowie was en werd een fenomeen, zijn eigen 'Starman', en bij zijn grote Ziggy-concert in The Rainbow in Londen zaten de groten van de Britse rock in de zaal. Waarschijnlijk herkende Mick Jagger in Bowie een talentrijke soortgenoot.

En veel van de bijna 3.000 toeschouwers n Londen waren zeker ook onder de indruk van een keurige heer in pak en zwart geverfd en gladgekamd haar. Brian Ferry en zijn Roxy Music mochten het spits afbijten voor Bowie, maar bliezen hem bijna van het podium af. Those were the days..
 
 
Op het eind van zijn coming-of-age debuutroman 'Dromen van Schalkwijk' laat Victor Schiferli zijn alter ego Felix Swammerdam zelfgemaakte cassettebandjes sturen naar Lot, David en Ivo. Het zijn de muzikale samenvattingen van zijn jeugd.

Voor Charlotte - Lot - is het de tape van een nooit beantwoorde liefde, voor Ivo een bandje met vette funk en andere lekkere muziek, en voor David is het een cassette met eigenlijk één grote waarschuwing om niet ten onder te gaan aan drank en drugs, om geen Danny Whitten of Keith Richards te willen worden.

Ik maakte vroeger ook van die bandjes. Voor mezelf. Voor vrienden en (mogelijke) geliefdes. Bandjes vol signalen, tips, verborgen verleiders, maar ook 'mooie' muziek. Het luisterde nauw wat je op tape vastlegde. Het vertelde wat je eigenlijk wilde vertellen, maar niet kon of durfde, een soundtrack van je gevoelens, en een staalkaart van smaak according to yourself.

'Dromen van Schalkwijk' is een feest der herkenning, over hoe je twijfelt over alles aan je zelf, over liefde op afstand, over bewondering voor de vrijere geesten, en de muziek, de drank en de joints die horen bij je vorming, in Schalkwijk en ook in Den Briel en overal.

Het is mooi dat Victor Schiferli zijn liefde voor de Londense new wave band The Sound zo nadrukkelijk etaleert in 'Dromen van Schalkwijk.' The Sound van Adrian Borland kreeg nooit de waardering - behalve van de critici - die het gezien de muzikale kwaliteiten verdiende. 

Met 'From The Lion's Mouth' met prijsnummers als 'Winning' en 'Sense of Purpose' maakte The Sound begin jaren '80 een monumentale plaat. De band van David en Ivo en van 'manager' Felix heet New Dark Age naar het gelijknamige Soundnummer van deze LP, en David ontmoet op het eind van het boek in Haarlem de dan ook al net zo aan lager wal geraakte en depressieve Borland die zich later in Wimbledon voor een trein zou werpen. 

Een jeugd gaat voorbij, hoe onvoorstelbaar dat ook heel lang lijkt. Ook een jeugd in Schalkwijk gaat voorbij. Muziek blijft, eerst op een cassette, en nu digitaal, en wat ook blijft zijn de herinneringen aan die liefde(s), de muziek, de vrienden, het gedoe, de dronkenschap, de onkunde en alles wat was, eeuwig leek te duren, en als vanzelf voorbij ging tot in de eindgroef.
 
 
Ik was gewaarschuwd. De kritieken waren niet goed. Het boek was - zoals altijd - veel beter. Maar ik had het boek wel in huis, maar had het boek nog niet gelezen. Dus kon ik - ondanks alle goede raad en de nodige scepsis - de film als film gaan zien, en niet als de film van het boek. En dus ging ik vanavond - toch - naar 'Extremely Loud and Incredibly Close.' Dat viel toch niet mee.

Het gegeven is intrigerend, het verhaal zou meeslepend kunnen zijn, maar het gaat toch jeuken en schuren, en het komt maar niet vrij uit de eigen val van een te makkelijk drama met grote gebaren maar toch te weinig gevoel, het aloude probleem van een film die teveel tegelijk wil zijn en dus niet echt kiest en dus niet echt ontroert en beklijft.

Maar wat fijn, hallelujah, ik heb de film nu gehad en het kan alleen nog maar veel beter en mooier worden: op naar het boek, dus. Op naar 'Extremely Loud and Incredibly Close' van Jonathan Safran Foer. 'The Only Way Is Up', so to speak.

Het is altijd maar weer die plaag van het luie Hollywood dat succesverhalen wil verfilmen, en boeken dus moet terug verkleinen naar zakpockets en naar A4-tjes en vooral losgesneden van te grote gevoelens en te grote risico's. Het geïnvesteerde geld moet wel worden terugverdiend.

En dus wordt geslepen, geschaafd, gepolijst, gehakt, geknipt en veranderd dat het een lieve lust heeft, en je eigenlijk een scenarioschrijver had kunnen vragen een leuk verhaal met dito plot te bedenken. Iets orgineels, wat u zegt.

Het boek verfilm je zelf, de film heeft het al voor je gedaan. Het zijn onvergelijkbare grootheden die te vaak toch samen worden gebracht, en te vaak met onbevredigend resultaat. Het is luiheid, gemakzucht, pogen op safe te spelen, en het eindproduct haalt zelden of nooit meer dan drie van de vijf sterren, en ook niet zelden minder. Foer voor psychologen waarom de filmindustrie maar niets beters kan bedenken.

'It wasn't loud, and it didn't come close. Zoiets. En als kleine pleister waren er die mooie momenten, en een prachtige 'stomme' Max von Sydow. Maar het is te weinig. Niet alleen richting het boek, maar ook naar jezelf als producent, regisseur, scenarist, it's not good enough. Maar gelukkig heb ik het boek nog.

En als de film in Pathé City net een minuut bezig is, om 20.41 uur, blijken er twee e-mails uit New York op mijn telefoon te zijn geland, na lange tijd weer mooie berichten van lieve vrienden die er op 9/11 ook waren. Toeval. Maar dat bestaat niet...

 
 
Het viel niet mee, maar ik heb het uit, het boek van de Duitser Olaf Mörke over Willem van Oranje, vorst en 'vader' van de Republiek. Mörke komt uit het Nassause, in de buurt van Dillenburg, daar waar Willem van Oranje op 24 april 1533 werd geboren, zoon van graaf Willem I van Nassau-Dillenburg en Juliana van Stolberg. Daar ligt de bakermat van het huis Oranje-Nassau.

Het boek van Mörke is met recht een doorkauwer, het is of met stijve pen en hark en zonder zout geschreven, of de vertaler beet zich erop stuk, maar het zo fascinerende verhaal van onze Oranjevader spettert nu niet bepaald van het papier af, en dan is 280 pagina's best een eind.

Willem van Oranje, of Wilhelmus van Nassouwe, werd slechts 51 jaar, in 1584 werd hij in zijn residentie in Delft vermoord, de eerste politieke moord in de geschiedenis met een vuurwapen.

De trekker werd overgehaald door de Bourgondische katholiek Balthasar Gerards die ging voor de vette premie die op het hoofd van Willem stond. Gerards werd niet rijk, maar vreselijk gemarteld en gevierendeeld en kreeg zijn eigen hart in het gezicht gegooid. Andere tijden. Hoewel...

Met Mölkes boek vers in het hoofd, lees ik net dat er een speelfilm komt over onze 'vader des vaderlands.' Al in 1934 is er een rolprent gemaakt over Willem de Zwijger, het zal net geen stomme film meer zijn geweest.

Producent Paul Voorthuysen zegt vooral gefascineerd te zijn door de geschiedenis van Willem van Oranje. Dat lijkt me nogal een open deur. Wat Voorthuysen vooral interesseert is dat "...Willem van Oranje eigenlijk nooit koning is geweest.'

Het woord eigenlijk is hier wat vreemd. Hij was niet eigenlijk nooit koning. Hij was nooit koning. Punt. De mythevorming rond Oranje en de vorstelijke trekken en wat al niet werden pas na de dood van Willem stevig ingezet. Met alle gevolgen vandien.

Het leven van Wilhelmus van Nassouwe was lastig in een lastige tijd. Zijn verhaal was dan ook het verhaal van pogen en blijven proberen, van coalities, bruggen bouwen, en van tegenstand, van persoonlijk verlies en van smadelijke militaire nederlagen.

Maar het verhaal van Oranje-Nassau begint wel bij deze Zwijger, vorst, vader, vazal, vrijheidsstrijder, stadhouder en uiteindelijk - omdat de geschiedenis ons sympathiek was -  symbool, boegbeeld en startpunt van onze monarchie.

 
 
The Doobie Brothers. Wie kent ze nog? De Amerikaanse band uit San José die in de jaren '70 een aantal hits scoorde met 'Listen to the Music', 'Jesus is Just Alright', 'Long Train Runnin' en 'China Grove', kwam vandaag weer even in het nieuws door het overlijden van hun drummer Michael Hossack.

The Doobie Brothers zijn een drummer kwijt, maar ze hadden er altijd twee. Dat was wel bijzonder. Maar ook een beetje maf. De muziek van de Doobies was nogal rechtdoor, en de toegevoegde waarde van een dubbele drummer hoorde ik niet, hoe imponerend het er bijvoorbeeld op de hoes van hun album 'What Were Once Vices Are Now Habits' ook uitzag.

The Doobie Brothers. Wie kent ze nog? In Nederland is het de echo van een ver verleden, maar in de V.S. is het nog een actieve retroband, binnenkort on tour met Chicago, en wie kent die band nog? Chicago Transit Authority, zoals ze oorspronkelijk voluit heetten, en die op hun eerste (dubbel)albums een aanstekelijke mix van rock, jazz, soul en r+b produceerden, de neefjes en tegenhangers van Blood, Sweat & Tears.

The Doobie Brothers. Chicago. En vandaag ook het bericht dat John Fogerty naar Amsterdam komt, ooit de voorman van de Amerikaanse hitmachine Creedence Clearwater Revival, die eind jaren '60 en begin jaren '70 in een sneltreinvaart een serie hits scoorde zoals 'Proud Mary', 'Who'll Stop The Rain?', 'Fortunate Son' en 'Have You Ever Seen The Rain'.

Fogerty had steenrijk moeten zijn, maar zijn muziekrechten werden weggegoocheld door onbetrouwbaar management, een bekend verhaal in de muziekwereld. En dus komt Fogerty weer optreden, hij kan het geld goed gebruiken, en voor zijn prachtnummers is nog steeds een groot publiek.

The Doobie Brothers, Chicago, Creedence Clearwater Revival, het zijn iconen uit mijn jeugd, ik draaide hun platen, hoorde hun hits op de radio, danste of sleep er op bij kaarslicht, visnet, en Chiantikruik, en alle hits sloegen zich op in het grote hoofdgeheugen, en zijn op afroepbaar reproduceerbaar. De muziek uit je jeugd, is de muziek de je vormt en je voorsorteert voor later.

De krassende LP werd de CD en toen de MP3 en de download, en is nu toch weer terug, want voor vinyl viel best veel te zeggen. Zo is ook het papieren boek nog niet ter dood veroordeeld, hoe somber sommigen ook zijn over aanbod, aandacht, liefde en nieuwe methoden en technieken. Nieuwe hoofdstukken worden geschreven, maar hoe het verhaal precies gaat lopen en waar dan nog muziek in zit...

 


Copyright en privacy

Door Vriendschap Sterker