Alle protesten ten spijt blijft het kabinet bij eerdere dwalingen. Hier en daar probeert een coalitiefan betrokkenheid te simuleren. Te doorzichtig om geloofwaardig te zijn. De cultuurbegroting blijft wat het is. En dat hadden we natuurlijk kunnen verwachten. Interessanter was het geweest als we met elkaar een discussie hadden kunnen voeren over waar deze samenleving met kunst en cultuur naar toe wil.
De focus op subsidies maakt de discussie te dun en oppervlakkig. Het geeft overheidsfinanciering een veel te grote rol. Alsof alleen de publieke zak met geld bepaalt of een land een cultureel klimaat kent. Al jaren is er een ruim aanbod van cultuur buiten de subsidiestromen om. Er zijn grote groepen kunstenaars en instellingen waarbij aanvragen niet werden gehonoreerd omdat ze niet voldeden aan de eisen die voor subsidies werden gesteld. Of die gewoonweg geen zin hadden om hun aanbod in het kunstenplan jargon te framen. Hun ideeen zagen vaak wel het licht. De afwezigheid van subsidies geeft vrijheid en ruimte voor ondernemerschap. Een cultureel aanbod dat zich in vrijheid ontwikkelt is zoveel interessanter dan het artistieke product dat aan overheidseisen moet voldoen.
De argumenten tijdens het debat in de tweede kamer waren eenzijdig en vertoonden een verontrustende mate van eenvormigheid. De argumenten van de verschillende partijen waren niet onderscheidend. 200 miljoen overheidssubsidie mag en kan niet staan voor het voortbestaan van een hele sector. Een verschuiving in de subsidiestromen kan geen kwaad. De richting van de ombuiging is de mijne niet. Juist de grotere instellingen hebben veel meer mogelijkheden om als A-merk sponsoren aan zicht te binden. De verantwoordelijkheid om meer geld uit de markt te halen blijft dan ook voor hen van kracht. Extra budget dat vervolgens kan worden besteed aan bijvoorbeeld talentontwikkeling en cultuur educatie. Ook ligt er een schone taak voor deze organisaties om initiatieven te nemen die de collectieve marketing en professionaliteit van de hele sector ten goede komen. Koepelorganisaties hebben bij de protesten laten zien dat ze heel goed kunnen samenwerken, hopelijk zet zich dit door. Het opheffen van de culturele zuilen waardoor veel meer verbindingen mogelijk worden zal het culturele product ten goede komen. Net als een meer gelijkwaardige samenwerking tussen zakelijke en artistieke kant van de culturele onderneming. Dit kan prachtige resultaten opleveren. Met vernieuwende creatieve en goed verkoopbare culturele producten tot gevolg.
Het slaafse volgen van de overheid heeft de sector afhankelijk gemaakt. BIj een volgend kabinet dat de kunsten gunstiger is gezind moet dat vooral in het geheugen blijven. En stop per direct met het gratis inviteren van alle ministers, kamerleden, wethouders en gemeenteraads leden. Cultuur is een gewoon product waar ook zij voor moeten betalen. Bij de bakker ontvangen ze toch ook geen gratis brood. En laten we de discussie voeren over hoe we het ondernemersklimaat voor de culturele ondernemers kunnen verbeteren. Daar is zo veel te winnen!
De focus op subsidies maakt de discussie te dun en oppervlakkig. Het geeft overheidsfinanciering een veel te grote rol. Alsof alleen de publieke zak met geld bepaalt of een land een cultureel klimaat kent. Al jaren is er een ruim aanbod van cultuur buiten de subsidiestromen om. Er zijn grote groepen kunstenaars en instellingen waarbij aanvragen niet werden gehonoreerd omdat ze niet voldeden aan de eisen die voor subsidies werden gesteld. Of die gewoonweg geen zin hadden om hun aanbod in het kunstenplan jargon te framen. Hun ideeen zagen vaak wel het licht. De afwezigheid van subsidies geeft vrijheid en ruimte voor ondernemerschap. Een cultureel aanbod dat zich in vrijheid ontwikkelt is zoveel interessanter dan het artistieke product dat aan overheidseisen moet voldoen.
De argumenten tijdens het debat in de tweede kamer waren eenzijdig en vertoonden een verontrustende mate van eenvormigheid. De argumenten van de verschillende partijen waren niet onderscheidend. 200 miljoen overheidssubsidie mag en kan niet staan voor het voortbestaan van een hele sector. Een verschuiving in de subsidiestromen kan geen kwaad. De richting van de ombuiging is de mijne niet. Juist de grotere instellingen hebben veel meer mogelijkheden om als A-merk sponsoren aan zicht te binden. De verantwoordelijkheid om meer geld uit de markt te halen blijft dan ook voor hen van kracht. Extra budget dat vervolgens kan worden besteed aan bijvoorbeeld talentontwikkeling en cultuur educatie. Ook ligt er een schone taak voor deze organisaties om initiatieven te nemen die de collectieve marketing en professionaliteit van de hele sector ten goede komen. Koepelorganisaties hebben bij de protesten laten zien dat ze heel goed kunnen samenwerken, hopelijk zet zich dit door. Het opheffen van de culturele zuilen waardoor veel meer verbindingen mogelijk worden zal het culturele product ten goede komen. Net als een meer gelijkwaardige samenwerking tussen zakelijke en artistieke kant van de culturele onderneming. Dit kan prachtige resultaten opleveren. Met vernieuwende creatieve en goed verkoopbare culturele producten tot gevolg.
Het slaafse volgen van de overheid heeft de sector afhankelijk gemaakt. BIj een volgend kabinet dat de kunsten gunstiger is gezind moet dat vooral in het geheugen blijven. En stop per direct met het gratis inviteren van alle ministers, kamerleden, wethouders en gemeenteraads leden. Cultuur is een gewoon product waar ook zij voor moeten betalen. Bij de bakker ontvangen ze toch ook geen gratis brood. En laten we de discussie voeren over hoe we het ondernemersklimaat voor de culturele ondernemers kunnen verbeteren. Daar is zo veel te winnen!





RSS Feed